De
cavia is ingedeeld in de Orde Rodentia
Ongeveer eenderde van alle zoogdieren zijn knaagdieren.
De wetenschappelijke naam voor knaagdieren is Rodentia
en alle knaagdieren behoren tot de Orde Rodentia. Het
woord rodentia is afgeleid van het Latijnse werkwoord
rodere wat knagen betekent. Indeling waarop?
Waarop worden de dieren ingedeeld? Er zijn verschillende
manieren daarvoor, zoals indeling naar voortbeweging
(lopen, zwemmen, vliegen, kruipen, glijden et cetera)
of naar leefomgeving (zee, land, lucht et cetera) of
naar milieu (bosdieren, zoutwaterdieren, zoetwaterdieren
et cetera) maar de indeling waar uiteindelijk voor gekozen
is, is die naar de specifieke kenmerken van de lichaamsbouw.
Het bleek namelijk dat, ondanks de overweldigende hoeveelheid
soorten dieren, het aantal vormen van lichaamsbouw beperkt
is. Ook al zijn er bijvoorbeeld 300.000 kevers die allemaal
verschillen in grootte, leefwijze, milieu et cetera,
toch zijn er een aantal specifieke kenmerken die ze
tot kevers bestempelt. En, ook al weet je niet wat de
naam is van een kever als je hem ziet, toch weet je
heel beslist dat het een kever is – en niet een worm
of een spin. Indeling hoe?
Het systeem waarin ieder dier is gerangschikt,
is een nogal uitgebreide. Dat kan ook niet anders als
je bedenkt dat er ontelbaar veel diersoorten zijn. Alleen
al de Orde der Knaagdieren bestaat uit 29 families -
40% van alle zoogdieren zijn dan ook knaagdieren! Onderstaand
is een voorbeeld van hoe de dieren zijn ingedeeld. Dit
voorbeeld gaat uit van de Cavia porcellus, onze huiscavia.
Nederlands |
|
Latijns |
|
Rijk |
Dieren |
Regnum |
Animalum |
Onderrijk |
Veelcelligen |
Subregnum |
Metazoa |
Afdeling |
Weefseldieren |
Divisio |
Eumetazoa |
Stam |
Chordadieren |
Phylum |
Chordata |
Onderstam |
Gewervelde dieren |
Subphylum |
Vertebrata |
Superklasse |
Viervoeters |
Superclassis |
Tetrapoda |
Klasse |
Zoogdieren |
Classis |
Mammalia |
Onderklasse |
Hogere zoogdieren |
Subclassis |
Theria |
Orde |
Knaagdieren |
Superordo |
Eutheria |
Onderorde |
Cavia-achtigen |
Ordo |
Rodentia |
Familie |
Cavia's |
Subordo |
Caviamorpha |
Onderfamilie |
Echte cavia's |
Familia |
Caviidae |
Geslacht |
Cavia |
Genes |
Cavia |
Soort |
Cavia porcellus |
Species |
Cavia
porcellus |
|
Wie begon hiermee?
Wie is er eigenlijk begonnen met dit indelen van
dieren? Dat gebeurde al heel lang, zeker al sinds de
tijd van Aristoteles, maar ook al daarvoor werden dieren
ingedeeld. Degene die echter de basis heeft gelegd voor
het schema zoals wij dit nu nog kennen en gebruiken,
is Carl von Linné, beter bekend als Linnaeus.
Hij was een 18e eeuwse Zweedse natuuronderzoeker en
hij schreef Systema
Naturae. Sinds die tijd zijn
alle planten- en dierensoorten van een uit twee delen
bestaande Latijnse of gelatiniseerde naam voorzien –
de binaire nomenclatuur oftewel naamaanduiding door
twee namen. De eerste naam, die met een hoofdletter
begint, geeft de naam van het geslacht aan, de tweede,
die met een kleine letter begint, is de soortnaam. Dus
in Cavia porcellus is de eerste naam de naam van het geslacht
en de tweede naam die van de soort. Er zijn meerdere soorten cavia’s, maar er
is maar één Cavia die porcellus heet.
Nog
meer namen? Misschien
heb je wel eens een naam achter de naam van een dier
gezien; bijvoorbeeld: Cavia aparea, Erxleben.
Dat Cavia de naam van het geslacht is, is duidelijk
(als je bovenstaande gelezen hebt) en de tweede naam
is de naam van de soort. Maar wat doet Erxleben er achter?
Erxleben is in dit geval degene geweest die de Cavia
aparea als eerste beschreven heeft. Dat de naam van
de beschrijver genoemd wordt, heeft tot doel aan te
geven in ongeveer welk jaartal de eerste beschrijving
plaatsvond. De Cavia aparea is daarna nog vele malen
beschreven, maar Erxleben is de eerste geweest. Het
kan echter gebeuren dat degene die het dier beschreef,
dat niet correct heeft gedaan. Dat overkwam velen, waaronder
Linnaeus. Daarom kan er ook een naam tussen haakjes
achter staan. Zie onderstaand stukje voor de uitleg
daarover.
top Veel veranderd
Sinds de tijd van Linnaeus en zijn Systema Naturae
is er veel veranderd: ontzettend veel nieuwe diersoorten
zijn ontdekt sinds die tijd en niet alles wat in die
tijd opgeschreven en benoemd werd, berustte op waarheid.
In later tijden deed men zoveel ontdekkingen, dat veel
van de in die tijd toegekende namen veranderd moesten
worden. Het kon zijn dat er zoveel andere soorten ontdekt
werden dat de oorspronkelijke indeling niet meer van
toepassing was omdat diersoorten die men eerst in één
geslacht plaatste, eigenlijk in meerdere aparte geslachten
onverdeeld moesten worden. Een voorbeeld hiervan
zijn twee slakken die Linnaeus heeft beschreven. De
eerste is de Helix pomota Linné oftewel de wijngaardslak.
De tweede is de Helix nemoralis Linné, oftewel
de veldslak. Linnaeus voegde de twee slakkensoorten
bij elkaar in het geslacht Helix. Maar er werden nog
veel meer slakken ontdekt die eigenlijk bij de veldslak
hoorden, maar niet bij de wijngaardslak. Het resultaat
is dat de veldslak samen met de andere slakkensoorten
in het geslacht Cepaea is geplaatst, terwijl de wijngaardslak
als geslacht Helix behield. De naam van de veldslak,
Helix nemoralis Linné was dus niet meer correct
en deze is dan ook veranderd in Cepaea nemoralis (Linné).
Dat Linné nu tussen haakjes staat, komt omdat
Linnaes wel de eerste was die de veldslak beschreef,
maar hij deelde hem niet correct in. Maar door de naam
Linné tussen haakjes te plaatsen, weten we in
ongeveer welk jaar de veldslak voor het eerst beschreven
werd. Dan moet je natuurlijk wel weten wanneer Linneaus
leefde, maar voor hen die zich hiermee bezighouden,
is dat natuurlijk bekend. Waarom al die Latijnse namen? Waarom moeten dieren (en planten)
een Latijnse naam hebben? Is een andere naam niet makkelijker?
Er zijn natuurlijk heel veel talen op de wereld. Stel
dat je foto’s wilt nemen van de rotscavia. Leuk! Nu
heb je het adres doorgekregen van een Duitser die weet
waar je de rotscavia kan fotograferen. Maar als jij
rotscavia tegen hem zegt, dan weet hij niet over welk
dier je het hebt. Misschien weet je dat in het Duits
rotscavia Felsenmeerschweinchen is, maar misschien ook niet. En in een gemiddeld
Duits woordenboek vind je het woord rotscavia niet.
Maar als je een boek hebt over rotscavia’s, staat daar
geheid de Latijnse naam bij. Dus al wat je hoeft te
doen is te zeggen dat je Kerodon
rupestris wil fotograferen en
hij weet over welk je dier je het hebt. En weet hij
het niet, dan hoeft hij alleen maar op te zoeken welk
dier dat is.Zo is het makkelijk communiceren. Jij weet
dat je de rotscavia wilt fotograferen en hij weet dat
je Felsenmeerschweinchen wilt fotograferen. Zo fungeert
de Latijnse naam van ieder dier als een soort Esperanto.
Maar dat is natuurlijk niet de echte reden dat er aan
dieren en planten Latijnse namen werden toegekend! De
echte reden is dat in de tijd dat men dieren en planten
namen begon te geven, Latijns de taal van de wetenschap
was en ook de taal waarin men onderling communiceerde.
Men sprak in het Latijn, Latijn was de voertaal op universiteiten
en men schreef boeken in het Latijn. En derhalve gaf
men ook Latijnse namen.
top Correcte indeling?
Het mag lijken alsof het systematisch overzicht
van de dierenwereld een vaststaand feit is, maar niets
minder is waar. Er worden nog steeds nieuwe diersoorten
ontdekt die een plaatsje moeten krijgen en er worden
nog steeds ontdekingen gedaan waardoor duidelijk wordt
dat een indeling niet geheel correct is. Veel dieren
zijn ook nog eens door verschillende auteurs onder verschillende
namen ingedeeld of beschreven, wat het geheel er natuurlijk
niet overzichterlijker op maakte. Verdeelde meningen, maar toch regels Afgezien daarvan zijn de meningen ook
nog eens verdeeld over de indeling. Internationaal is
er nog steeds geen overeenstemming over de precieze
indeling en de exacte namen. In 1953 was er een Internationaal
Zoölogisch Congres in Kopenhagen om wat regels
vast te stellen voor het schema. Zo werd bepaald dat
algemeen ingeburgerde namen niet meer mochten worden
vervangen door ná 1953 ontdekte oudere namen.
Dat houdt het volgende in: stel dat iemand ontdekt dat
Cavia porcellus vóór 1953 eigenlijk Cavia
internationalis heette, dan mag die oudere naam toch
niet gebruikt worden. Aparea of tschudii? En dan is er nog de kwestie van de onderzoekers
die er verschillende meningen op na kunnen houden. Zo
kan het gebeuren dat je de Cavia aparea tschudii tegenkomt.
Tegenwoordig is het niet ongewoon om in plaats van de
tweevoudige naamaanduiding (binaire nomenclatuur) een
drievoudige naamaanduiding tegen te komen, waarbij de
derde naam de ondersoort of het ras aan kan geven. Dit
alles om de precieze plaats in het schema gemakkelijker
te maken. Of het dat echt gemakkelijker maakt… De
cavia aparea wordt door veel biologen niet erkend als
een aparte soort en zij zeggen dat de Cavia aparea en
de Cavia tschudii één en dezelfde soort
zijn. Daarom noemen zij beide soorten Cavia aparea tschudii.
Anderen zeggen dat de wilde cavia en de huiscavia eigenlijk
een en dezelfde zijn en noemen beide Cavia porcellus.
En weer anderen zeggen dat de wilde cavia eigenlijk
een afstammeling is van de gedomesticeerde cavia. Dat
zou komen omdat de gedomesticeerde cavia ontsnapte en
in het wild verder leefde. Deze verwilderde cavia zou
dan de voorvader zijn van de gedomesticeerde cavia.
Nogal ingewikkeld allemaal, en dat is soms ook het geval
met de systematische indeling van het dierenrijk!
Alle knaagdieren
lijken op elkaar Knaagdieren
lijken veel op elkaar. Of het nu een eekhoorn, een muis
of een cavia is, ze lijken allemaal op elkaar. Misschien
vind je dat een eekhoorn en een cavia niet veel overeenkomsten
hebben (alleen al de staart van de eekhoorn!) maar toch
hebben ze zoveel overeenkomsten dat ze beiden ingedeeld
zijn in de Orde Rodentia. Bijzondere tanden
De grootste overeenkomst tussen knaagdieren zijn
de tanden. Ze hebben allemaal boven en onder twee snijtanden.
De hoektanden en de voorste valse kiezen ontbreken.
Hierdoor ontstaat, althans bij haasachtigen, de diastema
tussen de snijtanden, oftewel het spleetje tussen de
voortanden! Met één uitzondering (het
geslacht Heliophobus oftwel de molratten die 28 tanden
heeft) heeft niet één knaagdier meer dan
22 tanden, maar minder komt ook vaak voor. De tanden
kunnen het hele leven doorgroeien omdat de tanden wortelloos
zijn. En dit komt omdat de pulpaholte zich niet sluit.
De pulpaholte is het binnenste van een tand of kies
dat gevuld is met tandpulpa. Tandpulpa is het levende
gedeelte van de tand of kies dat uit botcellen, bloedvaten,
lymfevaten en zenuwen bestaat. De tandpupla voorziet
tand of kies van bloed en voedingsstoffen en voert afvalstoffen
af. Omdat de pulpaholte zich niet sluit, en er derhalve
altijd bloed en voedingsstoffen naar het gebit kan worden
aangevoerd, kunnen tanden en kiezen blijven groeien.
De buitenkant van de tand is met hard tandemail bekleed,
de acherzijde echter niet. Hierdoor slijt de zachtere
achterkant sneller af dan de voorkant zodat een beitelvormig
snijvlak ontstaat. De hazelip ontstaat omdat de bovenste
snijtanden via een huidplooi buiten de mond steken.
Sommige knaagdieren hebben wangzakken met openingen
bij de mondhoeken. top
Families
en zo... Er zijn heel
veel verschillende soorten knaagdieren die tot de Orde
der Knaagdieren behoren. Ze zijn ingedeeld in families.
Alle soorten die in één familie zijn ingedeeld,
hebben heel veel overeenkomsten. Knaagdieren die niet
in één en dezelfde familie zitten, hebben
toch nog zoveel overeenkomsten dat ze allemaal knaagdier
genoemd worden. In iedere familie kan weer een onderverdeling
zijn naar onderfamilies. Zo behoren de cavia’s tot
de Orde Rodentia, maar ook tot de familie Caviidae.
En de familie Caviidae is ingedeeld in de onderfamilies
Caviinae en Dolichotinae (Mara's). Vervolgens kunnen
ook de onderfamilies weer worden onderverdeeld, en wel
in geslachten. In het geval van de familie Caviinae
zijn er verschillende geslachten, namelijk de Cavia,
de Galea, de Kerodon en de Microcavia. En voorts
zijn al die geslachten weer onder te verdelen in soorten.
Ingewikkeld? Laten we het eens van de andere kant
bekijken. Je hebt het geslacht Cavia. Maar ook het
geslacht Galea, het geslacht Kerodon en het geslacht
Microcavia. Die lijken zoveel op elkaar dat ze allemaal
in één onderfamilie zijn ingedeeld, en
die onderfamilie heet Caviinae. Het zijn allemaal neefjes
en nichtjes van elkaar, zeg maar. Nu is er een andere
onderfamilie, die van de Dolichotinae. Die lijken wel
wat op de neefjes en nichtjes, maar niet zo veel dat
ze tot dezelfde onderfamilie mogen behoren. Daarom is
er een aparte onderfamilie voor hen, die van de Dolichotinae.
Maar de onderfamilie van Dolichotinae en Caviinae lijken
nu wel weer zoveel op elkaar dat ze tot één
en dezelfde familie mogen behoren. En dat is de familie
Caviidae. In een schema ziet het er zo uit.
Familie |
Onderfamilie |
Geslacht |
Soort |
Caviidae |
|
|
|
|
Caviinae |
Cavia |
Cavia anolaimae |
|
|
|
Cavia aparea |
|
|
|
Cavia fulgida |
|
|
|
Cavia guianae |
|
|
|
Cavia magna |
|
|
|
Cavia nana |
|
|
|
Cavia niata |
|
|
|
Cavia pamparum |
|
|
|
Cavia porcellus |
|
|
|
Cavia stolida |
|
|
|
Cavia tschudii |
|
|
Galea |
Galea flavidens |
|
|
|
Galea musteloides |
|
|
|
Galea spixii |
|
|
Kerodon |
Kerodon rupestris |
|
|
Microcavia |
Microcavia australis |
|
|
|
Microcavia niata |
|
|
|
Microcavia shiptoni |
|
Dolichotinae |
Dilochotinae |
Dolichotis patagonum |
|
|
|
Dolichotis salinicola |
De families Caviinea en Dolichotinae zijn echter niet
de enige die tot de Orde Rodentia, de Orde der Knaagdieren
behoren. Deze families behoren er ook toe:
Agouti’s – Dasyproctidae Bamboeratten – Rhizomyidae
Bevereekhoorns – Aplodontidae Beverratten – Myocastoridae
Bevers – Castoridae Blindmuizen – Spalacidae
Boomstekelvarkens – Erethizontidae Chinchilla’s
– Chincillidae Eekhoorns – Sciuridae Fluithazen
– Ochotonidae Hamsters – Cricetidae Hazen –
Leporidae Hutia’s – Capromyidae Kamvingers –
Ctenodactylidae Manenratten – Lophiomyidae Molratten
– Bathyergidae Muizen – Muridae Paca’s – Cuniculidae|
Pakarana’s – Dinomyidae Renmuizen – Gerbillidae
Slaapmuizen – Muscardinidae Springhazen – Pedetidae
Springmuizen – Dipodidae Stekelstaarteekhoorns –
Anomaluridae Stekelvarkens – Hystricidae Wangzakmuizen
– Heteromyidae Wangzakratten – Geomyidae Woelmuizen
– Microtidae
|