Het
was er een beetje schemerig, en overal hingen de prijzen
die mijn opa gewonnen had met zijn duiven. Het rook
er naar de droge lucht van duiven en duivenpoep. Er
stond een enorme draaitrog met duivenvoer en altijd
hoorde je het geroekoe en het gefladder van de
duiven. Ik was acht jaar oud, en ik was er iedere dag,
niet alleen op de werkplaats, maar ook op de duivenzolder.
Ik hielp mijn opa met het schoonmaken van de hokken,
met het vullen van de drinkbakken en als er niets te
doen was, roerde ik met beide armen in die grote voertrog.
En als er jonge duifjes waren, was ik er niet bij weg
te slaan! Mijn opa wist niet alleen veel van
duiven, maar had ook een groot hart. En het kwam dan
ook regelmatig voor dat hij zieke vogels van straat
meenam en ze verzorgde. En natuurlijk mocht ik daarbij
helpen! Omdat hij wel zag dat ik net zoveel van dieren
hield als hij, zei hij op een dag: "Wil jij niet
een diertje hebben? Eentje van jezelf?" Natuurlijk
wilde ik dat! Ik had dan wel een vogelkooitje met twee
vogeltjes, maar de vogeltjes waren van glas: een rode
en een groene. Ik verschoonde het hokje iedere dag en
maakte trouw het waterbakje schoon, maar ja, vogels
van glas waren niet zo leuk. "Wat dacht je
van een kanariepietje?" stelde mijn opa voor.
Ik vond alles prima! Alles beter dan mijn glazen vogeltjes.
"Dan zullen we zaterdag eens gaan kijken,"
zei mijn opa. Maar die zaterdag was er veel
werk dat afmoest en daarom kon hij niet. Maar in de
week daarna zei hij: "Eigenlijk is een parkietje
veel leuker, vind je niet?" Ja, dat leek me
ook wel wat. "Dan gaan we zaterdag eens kijken,"
zei mijn opa. Maar ook die zaterdag was er
weer veel werk en kon hij niet. Maar hij zei wel: "Ik
heb er nog eens over nagedacht, maar een parkietje kan
je niet oppakken. Wat dacht je van een schildpad?"
Ik wist niets van schildpadden, maar och, dat was ook
een dier! "Of," peinsde mijn opa, "misschien
is een knuffeldier wel leuker. Een schilpad... nou,
ja, daar is eigenlijk niets aan. Wat dacht je van een
konijn?" Ook een konijn vond ik prima. Wat
dieren betrof had ik eigenlijk geen voorkeur: ik vond
ze allemaal leuk! "Dan gaan we zaterdag kijken,"
zei mijn opa, en voegde er wijs aan toe: "Als ik
tenminste geen werk heb." Die zaterdag
had mijn opa vrij en, gekleed in zijn beste pak en met
zijn hoed op, gingen we naar de dierenwinkel, hand in
hand. Toen we bijna bij de dierenwinkel waren, zei
hij: "Zeg, ik heb nog eens nagedacht over een konijn,
maar eigenlijk lijkt een cavia mij veel leuker. Wat
dacht je van een cavia?" Ja, een cavia leek
mij ook wel leuk. Ik vond alles goed! De dierenwinkel
vond ik al net zo geheimzinnig als de duivenzolder:
het rook er een beetje muffig, en overal stonden dozen
en pakken voer voor allerlei dieren. Er stonden kooien
in alle maten en uitvoeringen, er hingen riemen, er
stonden potjes en flesjes, er lagen manden en reismandjes,
en aan één kant stonden kooien met allerlei
dieren erin. "Mijn kleindochter wil graag
een cavia", zei mijn opa, en de eigenaar ging ons
voor naar een kooi waar een cavia inzat. Mijn opa
keek naar de cavia en zei: "Het is eigenlijk zielig
om er maar één te nemen. Twee cavia's
is veel gezelliger. En we hebben toch ruimte genoeg,
want ze komen op de werkplaats in een grote kooi te
staan." "Da's dan vijf gulden," zei
de eigenaar, en stopte de twee cavia's in een doosje.
Mijn opa betaalde vijf gulden (2 euro 26) en we verlieten
de winkel, ik met mijn twee nieuwe cavia's. Had
ik zomaar niet één, maar twéé
nieuwe huisdieren! Deel 1 is deze column: Van duivenhok naar caviahok Deel
2 van dit verhaal is Nog meer
cavia's! Deel 3 van dit verhaal is Een hele
kudde! Deel 4 van dit verhaal is Een bewogen
vakantie
Deel
5 van dit verhaal is De parkietencavia Deel 6
van dit verhaal is Verantwoordelijkheidsgevoel Deel 7
van dit verhaal is: Fabi en
Medea
|