Was Mistral
eerst de ondernemende en Arion de schuwe, dat is helemaal
omgedraaid. Mistral zit rustig bij Fido in het hok en
komt alleen tevoorschijn als er eten is of als ze gedwongen
wordt tevoorschijn te komen. Dat laatste omdat ik haar
dan oppak. Oppakken is niet echt het juiste woord… Het
duurt een paar minuten voor ik de razendsnelle Mistral
te pakken heb en als ik haar dan te pakken heb, zit
ik helemaal onder het zaagsel en hooi. Hun hok is namelijk
de onderste verdieping en ik moet op mijn knieën
zitten om er bij te kunnen. En als ze helemaal achterin
het hok gaat zitten, moet ik liggen om er bij te kunnen!
Maar ze is, hoewel nog schuw, wel
lief. Zeker voor Fido. Fido is helemaal tevreden nu
hij weer een vriendinnetje heeft. Zo af en toe maakt
hij haar nog het hof, maar meestal zit hij rustig in
het nachthok – en zij zit dan knus naast hem.
Rechts: Fido en Mistral.
Mistral is hier tussen de drie en vier weken
oud. |

|

|
Links: Mistral is hier precies
drie maanden oud. Van een klein, dun caviaatje
is ze een lekker mollig caviaatje geworden! |
Arion is anders. Arion heeft hormonen
die door zijn kleine lijfje heen gieren en Arion heeft
geen tijd om rustig en knus in een nachthok te gaan
zitten. Arion moet achter de vrouwtjes aan! De eerste
twee weken dat hij hier was, was het nog wel rustig.
Dat was omdat hij toen alleen zijn eigen hok gezien
had en nog niet los had gelopen. Maar zeker jonge cavia’s
moeten voldoende beweging krijgen om hun spieren en
botten te trainen en goed te laten ontwikkelen, dus
na twee weken gingen hij en Baderon lopen. De eerste
paar keren waren nog wel eng, dus liep hij steeds achter
Baderon aan, maar toen het los lopen gewend was, vond
hij het heerlijk om er van door te spurten. Lekker hard
hollen! Maar mijn andere cavia’s lopen ook los en drie
daarvan zijn vrouwtjes. En ja, die geven geurtjes af…
Arion’s hormonen kwamen opeens tot volle bloei. Niet
alleen hij groeide, maar zijn balletjes ook. En daarmee
natuurlijk zijn mannelijke instincten. Het
begon met een klein piepje, dat werd een zacht geronk
en dat barstte al snel los in een aanhoudend, bijna
klaaglijk gepiep. Want waar waren al die vrouwtjes die
hij rook? Ze moesten toch ergens zijn? Hij zou ze wel
vinden! En dus rende hij van hot naar her, steeds maar
piepend en piepend. Zo’n luid 'pwie-hiep!' In het
begin vond ik het nog wel grappig, maar na een paar
dagen begon het me de keel uit te hangen, dus af en
toe gaf ik een brul: "Arion!" en dan was het
even stil. Waarna het natuurlijk weer begon. Natuurlijk,
dàt wist ik ook wel! Ik wist niets anders
te bedenken om hem zijn energie kwijt te raken dan hem
maar lang los te laten lopen. Baderon liet ik niet eens
meer los lopen: dat was hem veel te vermoeiend! Hij
zat liever rustig in zijn hokje! Laat die rare Arion
maar hollen! En dat deed hij. Voor eten had
hij niet eens tijd! Hij moest hollen en rennen en draven
– en op zoek naar de vrouwtjes! Op het laatst liet ik
hem de hele dag los lopen en dan was het pas avond als
hij eindelijk moe werd en genegen was om rustig in het
hok te zitten. En dan at hij ook een hapje, hoewel ik
ook voer op de grond legde, mocht hij tussendoor honger
krijgen. Maar nee, hoor! Hij at niks, maar bleef maar
hollen en draven en rennen – ik werd al moe als ik er
naar keek!
Rechts: Baderon en Arion.
Arion is hier tussen de drie en vier weken
oud. |

|

|
Links: Hier is Arion precies
drie maanden oud. Baderon is er niet bij,
maar je kan toch zien hoe groot Arion is
geworden. De kam op zijn rug steekt een
flink eind uit. |
Toen ik een keer Baderon ook
op de grond zette, deed Arion naar tegen Baderon. Niet
echt uitvallen, maar zo’n waarschuwend piepje.
Een paar dagen later viel Arion Baderon aan. Dat was
op een zaterdagavond en toen zaten ze beiden in het
hok. Waarop ik direct Arion apart zetten. Ik had gehoopt
dat hij wat langer zou wachten voor hij Baderon zou
aanvallen, maar ik had me ook voorgenomen dat zodra
Arion Baderon aan zou vallen ik Arion apart zou zetten.
Baderon had nog nooit gevochten hoewel hij wel een aantal
keer was aangevallen en Baderon was veel te lief voor
dat soort toestanden. Ik had Baderon beloofd dat als
Arion hem aan zou vallen, ik voor Baderon een lief vriendinnetje
zou zoeken. Want ik wilde niet dat Baderon zijn laatste
dagen alleen zou slijten. Diezelfde zaterdagavond
vond ik dat Baderon sloom en langzaam liep. En toen
ik hem even later zag zitten, hield hij zijn kop scheef
en waren zijn ogen omhoog gedraaid. 'Hersenbloeding,'
wist ik meteen. Maar hij zat nog lekker te eten
en natuurlijk heb je toch nog altijd hoop. De volgende
dag vond ik hem liggend op zijn rug. Binnen het kwartier,
toen we net in de taxi stappen, op weg naar de spoedkliniek
(het was immers zondag) kreeg hij nog een aanval. Hij
stierf nog geen kwartier later bij de dierenarts. Heel
rustig en zonder pijn. En eigenlijk had ik die avond
tevoren wel geweten dat het niets meer zou worden, maar
ja… Je wilt niet dat een dier sterft en Baderon was
een hele aparte, bijzondere cavia. Mijn vriendin
zei: "Baderon was zó onverwoestbaar."
En dat vond ik heel juist uitgedrukt. Cavia’s kwamen,
cavia’s groeiden op, cavia’s werden oud, cavia’s werden
ziek, cavia’s stierven… maar Baderon was er gewoon.
Hij was er altijd. Wat er ook gebeurde, hij was er.
Onverwoestbaar. Hij is ook nooit ziek geweest. Nog nooit.
En hij werd niet oud. Hij werd niet kaal, niet langzaam,
niet ziek – helemaal niets van dat. Ik had niet
eens de gelegenheid om me alvast een beetje voor te
bereiden. Je kan je natuurlijk niet voorbereiden op
een sterfgeval, maar als je ziet dat een cavia oud wordt
en wat gebrekkig, dan weet je dat het kan komen en dan
houd je er rekening mee. Maar de ene avond zie ik het
en de volgende ochtend is het al gebeurd. Tsja…
En nu zit Arion dus alleen. Ik heb hem, na de gepaste
rouwtijd, weer in Baderon’s oude hok gezet. Eerst al
het zaagsel en hooi eruit, kooi schoonmaken, nieuw nachthokje
er in. Zo hoort dat, vind ik. Het is niet alleen hygienischer,
maar ook een soort van rouwverwerking. Arion trekt
zich nergens iets van aan. Hij holt en draaft en rent
nog net zo hard rond en brult ook net zo hard. Om vrouwtjes
natuurlijk. Hij mist Baderon niet eens.
Ergens benijd ik hem daarom...
|