Waarom
zou je er een tweede cavia bij nemen? Waarom gaat het soms fout tussen
cavia's?
Wat past er bij mijn cavia? Algemene richtlijnen Ik heb een jonge of oude(re)
gecastreerde beer of een beer die binnenkort gecastreerd
wordt Ik heb een ongecastreerde beer
die ik niet wilt laten castreren Ik heb twee zeugen Ik heb meerdere zeugen Ik heb twee of meerdere beren Ik heb één beer
en twee of meerdere zeugen Ik heb een zeug die jonger
dan drie maanden is
Ik heb een zeug die ouder dan drie maanden
is maar jonger dan een jaar Ik heb een zeug die ouder is
dan een jaar Waarom zou je
er een tweede cavia bij nemen? Omdat cavia's sociale groepsdieren zijn.
Cavia's leven van nature in groepen. Die groepen bestaan
meestal uit één beertje en zijn harem
(meerdere zeugjes). Als er in de groep zeugjes worden
geboren, kunnen die in de groep blijven, maar beren
worden uiteindelijk door de leider uit de groep gegooid.
Die beren zullen altijd proberen hun eigen groep te
beginnen. Vaak lukt dat door wat zeugjes af te troggelen
van een bestaande groep. Jouw cavia leeft niet
in het wild, maar hij leeft wel graag samen met soortgenoten!
Een cavia is dan ook altijd gelukkiger als hij samen
kan wonen met een andere cavia. Maar hij dient dan wel
het juiste kameraadje te hebben, want soms kunnen cavia's
niet samenwonen; dan botsen hun karakters. En heel soms
leeft een cavia liever alleen. Dat laatste komt alleen
voor als een cavia door ervaringen dermate getraumatiseerd
is dat hij niet samen kan wonen met andere cavia's.
Maar normaalgesproken vindt een cavia het altijd
leuker om met een andere cavia samen te wonen. Want,
hoe goed je ook voor hem bent en hoe veel aandacht je
hem ook geeft, jij bent geen cavia. Jij kan niet met
hem samen in het nachthokje slapen, jij kan niet met
hem in caviataal communiceren, jij kan niet samen met
hem uit het voerbakje eten of samen een struik andijvie
soldaat maken en jij kan niet samen met hem al die andere
dingen doen die cavia's samen wèl kunnen.
overzicht Waarom gaat
het fout tussen cavia's? Het zou heel makkelijk zijn als
je gewoon de ene cavia bij de andere kon zetten en ze
direct vriendjes zouden zijn. Soms gaat dat ook inderdaad
zo. Maar meestal werkt dat niet en durt het even voor
ze elkaar geaccepteerd hebben. En soms klikt het niet
en draait het uit op vechten. Dat het niet altijd
zo makkelijk is om cavia's te koppelen, komt omdat cavia's
in een strikte hiërarchie leven. Een hiërarchie
is een rangorde; helemaal bovenaan staat de baas, de
nummer Eén. Onder hem (of haar) staat de rechterhand,
de nummer Twee. Daar onder staat nummer Drie, daaronder
nummer Vier, en zo verder, net zolang tot je helemaal
onderaan bent aanbeland: bij de cavia die helemaal onderaan
de hiërarchie staat. De baas bepaalt wat er gebeurt
en zijn wil is wet. Vreemde cavia's Cavia's die
elkaar niet kennen, zijn vreemden voor elkaar. Als ze
samen in een hok belanden, willen ze graag weten hoe
de hiërarchie in elkaar zit: wie is de baas en
wie staan daar onder? Als ze weten wie wie is, weten
ze ook direct waar zij staan en dat geeft rust. Het
zou erg vermoeiend zijn als ze iedere dag opnieuw zouden
moeten vaststellen wie wat mag doen en wie op het lekkerste
plekje mag slapen en wie als eerste mag eten. Daarom
is zo'n hiërarchie ook zo handig: je weet waar
je aan toe bent. Je weet wat je mag doen en wat niet
en je weet naar wie je moet luisteren. Een hiërarchie
geeft rust aan de hele groep. Maar die rust
is er niet als er geen hiërarchie is en er is geen
hiërarchie bij cavia's die elkaar niet kennen.
Want die hebben nog niet de gelegenheid gehad de hiërarchie
vast te stellen. Dus moeten ze dat doen. En dat vaststellen
van de hiërarchie is zowel de reden waarom het
wèl als waarom het níet goed kan gaan
tussen cavia's. Cavia's kunnen namelijk dominant
zijn. Dominant betekent 'overheersend'. Als een cavia
dominant is, wil hij de baas zijn. Als een cavia
dat niet wil, zal hij de ondergeschikte worden. En als
ze het daar beide mee eens zijn (dat de ene heerst en
de ander een ondergeschikte positie heeft) is de hiërarchie
vastgesteld en is er rust. Maar als twee cavia's
beide dominant zijn, zullen ze beide de baas willen
zijn. Als ze dan door wat geruzie, geklappertand, gedreig
en wat andere schermutselingen uit hebben gemaakt wie
de baas is en wie nummer twee, en ze zijn het daar beide
mee eens, is de hiërarchie eveneens vastgesteld
en zullen ze samen rustig leven. Dominantie Het probleem
treedt op als beide cavia's dominant zijn en beide willen
de baas zijn maar geen van twee wil toegeven aan de
ander. Dan komen ze er niet uit en kan de hiërarchie
niet worden vastgesteld. Omdat ze echter bij elkaar
in het hok zitten en elkaar dus niet uit de weg kunnen
gaan, zullen ze gaan vechten. In het wild
is het gebruikelijk dat er met zo weinig mogelijk bloedvloeien
uit wordt gemaakt wie de baas is. Want verwondingen
oplopen kan je het leven kosten. Dus zullen twee cavia's
die niet willen toegeven aan elkaar, en die dus even
sterk zijn, elkaar ontlopen. Ze zullen gewoon beide
een andere kant uitlopen, uiteraard onder veel vertoon
van macht en gepronk. Maar ze zullen als er niets is
om voor te vechten, niet gaan vechten. In een
kooi kunnen ze echter niet ieder een kant oplopen en
maar blijven doorlopen tot ze elkaar niet meer zien.
Daar waar in het wild er de ruimte voor is, is dat in
een kooi niet mogelijk. Dus rest hen niets anders dan
wèl over te gaan tot vechten. Als cavia's
in het wild vechten, zal zodra de één
merkt dat hij de mindere is, het gevecht stoppen en
zal hij vluchten. Maar in een kooi kan ook dit niet.
Dat is de reden dat cavia's in een kooi doorgaan met
vechten. Het maakt overigens niets uit of
het zeugen of beren zijn: beide kunnen en zullen ook
overgaan tot vechten als ze de rangorde niet vast kunnen
stellen en als er geen ontwijkmogelijkheden zijn.
Territorium Als een cavia alleen in een hok
zit, is hij de baas. Immers, er is niemand anders. Maar
als er dan op een dag een vreemde cavia in het hok zit,
is er een probleem. Want die cavia hoort daar niet.
Het is immers zijn kooi en zijn territorium en als een
cavia het territorium van een andere cavia niet respecteert,
loopt hij het risico er uit gegooid te worden. De cavia
echter kan nergens heen en dus moet noodgedwongen de
hiërarchie opnieuw worden vastgesteld. De cavia
die er al zat, vindt dat het zijn kooi is en dat hij
de baas is. Hoe de nieuwe cavia er over denkt, hangt
af van zijn karakter en van zijn leeftijd. En of ze
wel of geen vrienden zullen worden, hangt af van het
feit of ze het eens kunnen worden over de hiërarchie.
Uitzonderingen Het niet kunnen vaststellen van
de hiërarchie is niet de enige reden waarom sommige
cavia's niet met elkaar kunnen samenleven en gaan vechten.
Soms mogen cavia's elkaar gewoon niet. Of soms mag de
ene cavia de andere niet. Zeker als cavia's al wat ouder
zijn, kunnen ze heel duidelijke voor- en afkeuren ontwikkeld
hebben en het resultaat daarvan kan zijn dat ze sommige
cavia's niet aardig vinden en andere wel. Het kan
ook zijn dat bepaalde cavia's alleen met elkaar kunnen
samenleven als er een derde cavia bij is. Die derde
cavia sust dan iedere keer de gemoederen. Vaak is het
wel zo dat in deze gevallen de hiërarchie een rol
speelt; het is dan meestal de leider of de tweede in
rang die de gemoederen sust. overzicht Wat past
er bij mijn cavia?
Om te weten wat het meest geschikt is voor jouw
cavia, dien je uit te gaan van jouw cavia. Je kan op
deze pagina meer lezen over de mogelijke combinaties,
maar je kan ook de Vragenlijst volgen en zo uitzoeken
wat voor jouw cavia het meest geschikt is.
overzicht Algemene richtlijnen Over het algemeen
gelden de volgende regels: - Jonge cavia's
van ongeveer vier weken tot tien à twaalf weken
oud worden altijd geaccepteerd door alle cavia's, ongeacht
ras en leeftijd, simpelweg omdat ze beschouwd worden
als jonkies die geen bedreiging voor de hiërachie
vormen. - Beren accepteren alle zeugen, ongeacht
leeftijd en ongeacht of ze wel of niet vruchtbaar zijn
(verwijdering van de baarmoeder bijvoorbeeld, heeft
daar geen invloed op). - Jonge cavia's die tussen
de vier en acht weken oud bij elkaar worden gezet, of
die in hetzelfde nest opgroeien (ook als ze daar niet
in geboren zijn) accepteren elkaar altijd, ongeacht
het ras. Zo zullen twee zeugjes die samen opgegroeid
zijn, elkaar accepteren en blijven accepteren. -
Bij één zeug of bij meerdere zeugen kan
maximaal maar één beer zitten. Meer dan
één beer bij een zeug leidt geheid tot
bloederige gevechten tussen de beren. - Op alle
regels zijn uitzonderingen. Ik ken een beer die het
goed vindt dat een andere beer tussen zijn harem zit.
Ik ken een zeug die jonkies aanvalt. Ik ken een beer
die geen zeugen in zijn omgeving duldt. Vaak is
afwijkend gedrag het gevolg van nare ervaringen, maar
soms wordt er een cavia geboren die gewoon afwijkt van
de standaard zonder dat hij nare ervaringen heeft gehad.
En dan kan het gebeuren dat jouw cavia reageert op een
manier die hier niet beschreven staat. overzicht Ik heb een
jonge of oude(re) gecastreerde beer of een beer die
binnenkort gecastreerd wordt Een zeug
erbij Wat vrijwel
altijd goed gaat, is er een jong zeugje bijzetten. Met
een jong zeugje wordt een zeugje bedoeld vanaf vier
weken tot ongeveer drie maanden. Als de zeug tussen
een half jaar en een jaar is, gaat het ook vrijwel altijd
goed, maar dat kan wat meer moeite en tijd kosten omdat
het zeugje al een eigen wil heeft en zich niet meer
zo gemakkelijk laat imponeren. Nu hebben ook jonge zeugjes
al een eigen wil, maar die kan je over het algemeen
veel makkelijker dan oudere zeugen koppelen. Beren
die nog nooit bij een zeugje hebben gezeten, zullen
door het dolle zijn als ze bij een zeugje zitten en
het zal lijken of ze het zeugje gek maken, maar na een
paar dagen is ook van de meest energieke beer de energie
op en zullen ze rustiger worden. Er is natuurlijk altijd
de uitzondering op de regel: sommige beren zijn hyperactief
of supermacho en het kan zijn dat zij gewoon doorgaan
en doorgaan en dóórgaan. Maar het gros
van de beren is na een paar dagen tot een week echt
wel uitgeput. Een beer
erbij Twee beren
kan goed gaan - of niet. Het hangt allemaal af van de
karakters van de beren - en ook voor een deel van de
leefomstandigheden, met name of er nog andere cavia's
zijn die ze kunnen ruiken. Omdat cavia's in een strikte
hiërarchie leven, moeten ze altijd bepalen wie
de baas is en wie de ondergeschikte. Als ze echter beide
dominant zijn, willen ze beide de baas zijn en zullen
ze niet toe willen geven aan de ander. Het resultaat
is vechten. En dan zit er niets anders op dan ze uit
elkaar te halen en apart te zetten. Het probleem is
echter dat je dat van te voren nooit zeker weet. Je
houdt dus altijd een zeker risico als je twee beren
probeert te koppelen. Je kan eigenlijk altijd
wel een jong beertje (van vier weken oud tot ongeveer
twee, drie maanden oud) bij een oudere beer zetten,
of twee jonge beertjes samen zetten. Dat gaat vrijwel
altijd goed. Het probleem kan optreden als het jonge
beertje in de puberteit komt en de baas uitdaagt. Als
dan blijkt dat ze het niet eens kunnen worden wie de
baas is, zal het op vechten uitdraaien. Hetzelfde geldt
voor twee jonge beertjes: eenmaal in de puberteit kunnen
ze gaan vechten om de macht. Twee beren bij elkaar kan
dus goed gaan - of niet. Veel meer over twee beren
bij elkaar kan je lezen op de pagina
Twee beren. overzicht Ik heb een
ongecastreerde beer die ik niet wil laten castreren Als je er een
zeug bij zet, wordt ze zwanger. Tenzij de beer onvruchtbaar
is. Als je zeker weet dat de beer onvruchtbaar is, is
de meest zekere combinatie om er een zeugje bij te zetten.
Als je een zeug hebt die onvruchtbaar is, kan zij er
uiteraard bij gezet worden. Is de beer vruchtbaar
maar wil je geen nestje, dan moet je de beer laten castreren
als je er een zeugje bij wilt zetten. Wil je de
beer niet laten castreren, dan is de enige mogelijkheid
er een andere beer bij te zetten. Kijk voor meer informatie
over twee beren bij elkaar op de pagina
Twee beren. overzicht Ik heb twee
zeugen
Een beer
erbij Een beer erbij
gaat eigenlijk altijd goed. Over het algemeen wordt
een beer door meerdere zeugen in ieder geval geaccepteerd.
Soms wordt hij alleen maar getolereerd en dan is het,
voor zijn welzijn en geluk, beter hem uit de groep te
halen. Hier dien je altijd rekening mee te houden als
je een beer bij je zeugen wilt zetten, ook al is de
kans klein. Het maakt niet zo heel veel uit of je er
een jonge of oude(re) beer bijzet. Een oudere beer kan
al meer ervaring hebben met zeugen en kan (ook daarom)
rustiger zijn, maar een heel jong beertje wordt eigenlijk
nooit als heel irritant ervaren door zeugen die een
oudere, grotere en zwaardere beer wel irritant kunnen
vinden als hij hen vaak wil berijden en vaak op hen
springt. Een zeug
erbij Er een zeug bijzetten,
kan zeker, maar als cavia's met zijn drieën zijn,
kan het gebeuren dat twee een clubje vormen en
dat ze nummer drie uitsluiten. Dat hoeft uiteraard niet
te gebeuren, maar de mogelijkheid is aanwezig. Het hoeft
overigens niet zo te zijn dat de nieuwkomer wordt uitgesloten,
het kan namelijk best zo zijn dat de nieuwkomer samenklit
met een van de zeugen die je al hebt. De beste mogelijkheid
geeft een jong zeugje vanaf vier weken oud tot ongeveer
drie maanden. overzicht Ik heb meerdere
zeugen Een beer
erbij Meerdere zeugen
vormen een harem als je er een beer bijzet. Over het
algemeen wordt een beer door meerdere zeugen in ieder
geval geaccepteerd. Soms wordt hij alleen maar getolereerd
en dan is het, voor zijn welzijn en geluk, beter hem
uit de groep te halen. Hier dien je altijd rekening
mee te houden als je een beer bij je zeugen wilt zetten,
ook al is de kans klein. Het maakt niet zo heel veel
uit of je er een jonge of oude(re) beer bijzet. Een
oudere beer kan al meer ervaring hebben met zeugen en
kan (ook daarom) rustiger zijn, maar een heel jong beertje
wordt eigenlijk nooit als heel irritant ervaren door
zeugen die een oudere, grotere en zwaardere beer wel
irritant kunnen vinden als hij hen vaak wil berijden
en vaak op hen springt. Als je een beer bij heel veel
zeugen zet, kan het zijn dat hij zichzelf uitput (omdat
hij ze steeds wil dekken), zeker als hij nog nooit bij
een zeug heeft gezeten; hier dien je dan rekening mee
te houden. Vooral jonge beertjes kunnen hierdoor uitgeput
en dus mogelijk wat verzwakt raken wat een weerslag
kan hebben op de weerstand en derhalve op de gezondheid.
Een zeug
erbij Als je nog
een zeug bij het groepje zeugen wilt zetten, kunnen
er een aantal dingen gebeuren: - De zeug wordt geaccepteerd.
- De zeug wordt niet geaccepteerd (en ze kan dan behandeld
worden als de pikkip; degene op wie iedereen zich mag
uitleven). - De zeug wordt getolereerd maar hoort
niet bij de groep. - Tussen de baas van het groepje
en de nieuwe zeug breken gevechten uit. In de laatste
drie gevallen kan je ze beter scheiden. Je dient er
uiteraard rekening mee te houden dat er zoiets kan gebeuren
voor je besluit de nieuwe zeug in huis te halen. Overigens
kan het altijd gebeuren dat er wat schermutselingen
zijn als een nieuwkomer in de groep komt om zo te kunnen
bepalen wat de nieuwe hiërarchie moet worden, maar
dit mag niet uitdraaien op gevechten. Wat soms
voorkomt is dat door de komst van een nieuw zeugje de
al bestaande groep uiteenvalt. Dan neemt bijvoorbeeld
een ondergeschikte zeug de onrust te baat om de leiding
over te nemen. Meestal keert de rust terug als je de
nieuwe zeug uit de groep haalt, maar soms is het leed
al geschied en valt de oude groep uiteeen in twee groepen,
of kan degene die de leider uitdaagde, niet meer bij
de groep zitten omdat zij vindt dat zij nu de baas is.
Je dient ook hier rekening mee te houden voor je besluit
een nieuwe zeug in de groep te zetten. overzicht Ik heb twee
of meerdere beren Er een zeug
bijzetten, gaat niet. Als je er een zeug bijzet, breken
er geheid bloederige gevechten uit. Als je nog een
beer bij het groepje beren wilt zetten, kunnen er een
aantal dingen gebeuren: - De beer wordt geaccepteerd.
- De beer wordt niet geaccepteerd (en de andere beren
beschouwen hem als de pikkip; degene op wie je je af
mag reageren). - De beer wordt getolereerd maar
hoort niet bij de groep. - Tussen de baas van het
groepje en de nieuwe beer breken gevechten uit.
In de laatste drie gevallen kan je ze beter scheiden.
Je dient er uiteraard rekening mee te houden dat er
zoiets kan gebeuren voor je besluit de nieuwe beer in
huis te halen. Het kan voorkomen dat de beren wat ruziën,
maar dit is om de rangorde vast te stellen en dat kan
geen kwaad. Maar als ze gaan vechten, dien je ze uit
elkaar te halen. Verder kan er ook nog het
volgende gebeuren: - Geen van de beren kan het nog
goed met elkaar vinden. - De groep breekt uiteen
in twee groepen die elkaar bevechten. Bij beren
komt het vaker voor (dan bij zeugen) dat als er twee
mot hebben, de hele groep mot met elkaar krijgt. Ook
kan het voorkomen dat je in plaats van één,
twee groepen beren hebt omdat ze opeens niet meer met
elkaar kunnen samenwonen. De ellende is dat dit
óók kan gebeuren als de nieuwe beer al
niet meer bij de groep zit, want als je een nieuwe beer
in een groep zet en je haalt hem er direct weer uit
als er gevochten wordt, houdt dat niet automatisch in
dat de rust dan weer hersteld wordt. Soms hebben dan
alle beren een hekel aan elkaar en kunnen ze nooit meer
samenwonen. Hier dien je uiteraard rekening mee te houden
voor je besluit een nieuwe beer bij je groep beren te
zetten. overzicht Ik heb één
beer en twee of meerdere zeugen Je kan er so
wie so geen beer bijzetten. Als je dat wel doet, gaan
de beren geheid vechten. Als de beer gecastreerd
is en je wilt er nog een zeugje bij zetten, dan gaat
een jong zeugje erbij zetten vrijwel altijd goed. Met
een jong zeugje wordt een zeugje bedoeld vanaf vier
weken tot ongeveer drie maanden. Is de beer niet
gecastreerd en wil je een nestje, dan moet je wachten
tot het jonge zeugje oud en zwaar (qua gewicht) genoeg
is om zwanger te raken. Uiteraard geldt dit niet als
de beer gecastreerd is. Als de zeug ouder is dan
drie maanden, kan het zeker ook goed gaan, maar dan
hangt het meer van de zeugen af. Niet alleen de beer,
maar ook de zeugen moet de nieuwe namelijk accepteren.
Een beer vindt meer zeugen alleen maar leuk, maar zeugen
vinden het niet altijd leuk als er een nieuwe bijkomt.
Het hangt dan ook van de karakters van de zeugen af
of het goed gaat. Dat geldt ook als je er een jong zeugje
bij zet (hoewel jonkies eigenlijk altijd wel geaccepteerd
worden) maar zeker als je er een oudere zeug bij zet.
overzicht Ik heb een
zeug die jonger dan drie maanden is Hier kan je eigenlijk alles bij
zetten zonder problemen; zowel een gecastreerde jonge(re)
of oude(re) beer als een jong zeugje van vier weken
tot ongeveer drie maanden zal een goede combinatie vormen.
Wat ook goed kan, maar wat iets meer risico oplevert
is er een oudere zeug bij te zetten. Indien jouw zeug
erg dominant is, zal ze moeilijk het leiderschap van
een oudere zeug kunnen aanvaarden en oudere zeugen kunnen
nu eenmaal geneigd zijn de baas te willen zijn, ook
als ze in een vreemd hok bij een vreemde cavia komen,
en daar hoeven ze niet heel erg dominant voor te zijn.
Simpelweg door hun levenservaring kunnen ze dat gedrag
ten toon spreiden. Als de nieuwe zeug dominant is en
jouw zeug ook en ze willen beide de baas zijn, kan dat
ontaarden in gevechten en het kan voorkomen dat je ze
uit elkaar moet halen omdat het niet gaat. Hier dien
je rekening mee te houden voor je besluit er een oudere
zeug bij te zetten. overzicht Ik heb een
zeug die ouder dan drie maanden is maar jonger dan een
jaar
Een gecastreerde jonge(re) of oude(re) beer of
een jong zeugje van vier weken tot ongeveer drie maanden
zal een goede combinatie vormen en daar zullen dan ook
weinig problemen bij op treden. Een wat oudere beer
kan in het begin wat schermutselingen opleveren, maar
erg waarschijnlijk is dit niet. Eventueel gaat het tussen
de zeugen niet omdat ze beide dominant zijn en beide
de baas willen zijn. Dat risico is vrijwel niet aanwezig
als je er een jong zeugje van vier weken bij zet. Naarmate
de zeug die je erbij wilt zetten, ouder wordt, wordt
het risico groter. overzicht Ik heb een
zeug die ouder is dan een jaar De beste mogelijkheid is om er een
gecastreerde jonge(re) of oude(re) beer of een jong
zeugje van vier weken tot ongeveer drie maanden bij
te zetten. De leeftijd van de beer maakt niet zo heel
veel uit, hoewel er zeker oudere zeugen zijn die oudere
beren minder makkelijk of zelfs niet accepteren en dat
ook door middel van vechten duidelijk kunnen maken.
Wat dat betreft is een jongere beer minder risicovol,
zeker als hij nog maar ongeveer vier tot zes weken oud
is omdat de zeug hem dan waarschijnlijk als jonkie zal
zien en accepteren.
|