
Ulissi Aldrovandi
|
Ulissi Aldrovandi leefde
in het zestiende-eeuwse Italië. Hij
was een fantasierijk man, die een grote
interesse had in botanie en zoölogie.
Voorbestemd voor een leven als koopman,
koos hij toch voor zijn passie: de natuur.
|
Geen koopmansbloed
Ulissi
werd geboren op 11 september 1522 in Bologna. Zijn ouders
waren van adel, en hoewel er derhalve geld genoeg was
om te gaan studeren, vonden zijn ouders het toch beter
als hij de handel inging. Hij werd leerjongen bij een
koopman in Brescia, maar al snel werd duidelijk dat
een handelsloopbaan hem in het geheel niet lag, en daarom
ging hij rechten en medicijnen studeren in Bologna.
top Vrijgesproken In 1550 werd hij beschuldigd van
ketterij, maar hij werd vrijgesproken door de Inquisitie.
Daarna ging hij naar Padua, waar hij zijn doctoraat
in de medicijnen behaalde toen hij dertig jaar was.
Hij werd aangesteld als professor in de filosofie en
als leraar botanie aan de Universiteit van Bologna.
Toen hij achtendertig was, werd hij professor natuurlijke
geschiedenis, waarop de senaat van Bologna zijn salaris
verdubbelde. Pauselijk gelijk Op zijn aandringen
stichtte de senaat van Bologna acht jaar later, in 1568,
een botanische tuin, waarvan hij de eerste directeur
werd. Kort daarna werd hij ook opzichter van de Apotheken.
Toen hij 52 jaar was, scheef hij zijn eerste boek, Antidotarii
Bononiensis Epitome, dat een model vormde voor latere apotheken,
maar dat hem in eerste instantie in aanvaring bracht
met verschillende apothekers en artsen. Hij beklaagde
zich hierover bij paus Gregorius XIII, en deze steunde
hem en gaf hem gelijk. Reisluchtige fantast Hoewel Aldrovandi
professor was aan de universiteit, was hij toch een
zeer groot deel van zijn tijd bezig met het verzamelen
van informatie voor de boeken die hij wilde schrijven.
Hij reisde daartoe heel veel en verzamelde grote collecties
voor het museum van Bologna, dat mede op zijn aandringen
werd opgericht. Zijn collecties in botanie en zoölogie,
die de kern vormen van het museum, heeft hij nagelaten
aan dit museum. En zijn herbarium is de eerste collectie
die die naam verdient. top
Nonsens!

Eén
van de vele tekeningen uit het boek
|
Aldrovandi
mocht dan graag dingen verzamelen, maar
erg handig was hij niet: hij kon de verzamelde
informatie niet ordenen en bovendien kon
hij geen onderscheid maken tussen fantasie
en werkelijkheid. Hij schreef dan ook veel
nonsensdingen op - hoewel hij ook dingen
opschreef die wel waar waren. |
Fortuinen Al dat reizen en al die aankopen,
kosten natuurlijk geld en Aldrovandi gaf dan ook een
fortuin hier aan uit. Maar de senaat droeg ook een steentje
bij, want, behalve een hoog salaris, kreeg Aldrovandi
ook regelmatig grote sommen geld van de senaat.
Ook werd hij in zijn wetenschappelijk werk gesteund
door de pausen Gregorius XIII en Sixtus V, en door kardinaal
Montalto. top
Zijn
meesterwerk
Net zoals Konrad
Gessner ook graag complete overzichten
schreef, was het het doel van Aldrovandi
om een compleet overzicht te schrijven van
de natuurlijke geschiedenis, en hij heeft
dan ook vele manuscripten geschreven. De
eerste drie delen, die over ornithologie
gingen, werden in 1599 gepubliceerd, en
een vierde deel, over insecten, in 1602.
De overige tien delen werden pas na zijn
dood gepubliceerd. |

Titelblad
van Museaum Metallicum |
top
Lange publicatietijd De steden waar
deze delen gedrukt werden, waren Bologna, Venetië
en Frankfurt, en dat nam een eeuw in beslag, namelijk
van 1599 tot 1700. Dat er zo’n lange tijd tussen de
publicaties zit, zal te maken hebben met het feit dat
deze delen samengesteld zijn door diverse auteurs. De
senaat van Bologna had die taak in eerste instantie
overgedragen aan een aantal van Aldrovandi’s leerlingen.
Veel
werk
Al de delen zijn versierd met een groot
aantal illustraties die veel tijd en werk
gekost hebben en waaraan al begonnen werd
toen Aldrovandi nog leefde. Verschillende
kunstenaars zouden hier dertig jaar aan
gewerkt hebben. Hoewel de boeken zeer
langdradig zijn, en er veel onzin tussen
staat, kon het in zijn geheel toch bogen
op de bewondering van diverse latere biologen.
|

Tekening van
zeewier
|
Het eind Hij werd begraven in de kerk van
St. Stefano in Bologna, en zijn grafopschrift werd geschreven
door kardinaal Barberini, die later paus Urban VIII
werd.
|