Kennismaking
Aangezien
een zeugje pas met vijf maanden (en als ze minimaal
750 gram weegt) in verwachting mag raken, is het logische
gevolg daarvan dat ze een flinke poos geen ongecastreerde
beer ziet. Want anders zou ze gevaar lopen te vroeg
in verwachting te raken. De beer die ze dan ook op zekere
dag ziet en waarvan jij wil dat ze erdoor gedekt wordt,
is voor haar een vreemdeling. Ze zal eerst kennis met
hem moeten maken en hem aardig moeten vinden voor ze
zich zal laten dekken. De kennismaking De kennismaking
verloopt net zo zoals bij willekeurig welke andere cavia's:
ze ontdekken dat er een andere cavia is, lopen daar
heen of worden benaderd door de ander en ruiken aan
de ander om te ontdekken of ze een beer of een zeug
tegenover zich hebben. Uit de lichaamshouding van de
ander kunnen ze ook al opmaken of de ander dominant
of onderdanig is. Vervolgens zal de beer vrijwel direct
opgewonden raken van het zeugje en willen paren. Zelfs
als het zeugje bronstig is, zal ze hem niet direct accepteren
en de beer kan twee dingen proberen, ongeacht of het
zeugje bronstig is of niet: er direct bovenop springen
met als resultaat dat hij vreselijk afgesnauwd wordt
of proberen bij haar in de gunst te komen - hoewel het
laatste ook op de zenuwen van de zeug kan gaan werken
en ze zal hem dit duidelijk maken door hem af te snauwen.
Het hofmaken waartoe de beer vroeger of later overgaat
kan uren duren, maar uiteindelijk worden ze zo moe dat
ze gaan rusten. Zeker de eerste paar dagen zullen ze
nog erg onrustig en opgewonden zijn, maar dat is nieuwigheid
en slijt vanzelf. Tot uiteraard de zeug bronstig wordt
want dan raakt de beer opgewonden van haar geur.

|
In het begin zal vooral
de beer achter de zeug aanlopen. |

|
De beer ruikt aan de kont
van de zeug. |

|
Hij zal al direct proberen
haar te dekken. |

|
Maar dat wil niet zeggen
dat het direct goed gaat. |
Zeug bij beer Als je de zeug
bij de beer in de kooi zet, zet je haar in een onbekende
omgeving: een omgeving waarin alles naar hem ruikt en
waarin hij de baas is. Als het zeugje erg dominant is,
is dit een goede taktiek om haar wat onderdaniger te
krijgen en om ervoor te zorgen dat ze eerder geneigd
is de beer toe te laten voor een dekking. Is de
zeug echter timide, angstig, nerveus of schrikachtig,
dan zal ze van de verandering van leefomgeving alleen
maar in de stress schieten of in paniek raken. Bij zulke
zeugen kun je dan ook beter de beer in de kooi van de
zeug zetten, en niet andersom. Overigens: Als een zeug
heel erg timide, angstig, nerveus of schrikachtig is
van nature, kan je je afvragen of je met een zeug met
die karaktereigenschappen wel wilt fokken. Karakter
is namelijk erfelijk. Dat wil niet zeggen dat al haar
nageslacht precies zo zal worden als zij, maar wel dat
die kans er in zit. Beer bij zeug Als je de beer
bij de zeug in de kooi zet, zet je diegene die vrijwel
altijd wel wil paren bij diegene die dat niet altijd
wil. De beer heeft dus vanaf het begin een ondergeschikte
positie omdat hij op haar terrein komt waar zij de baas
is. Dit wil niet zeggen dat ze nooit zal willen paren,
maar wel dat de verhoudingen anders zijn dan in andere
situaties en dat het langer kan duren voor de zeug de
beer accepteert. Kennismaking in
nieuwe kooi: neutraal terrein Als je zowel de zeug als de beer
in een voor hen beide onbekende kooi zet en ze derhalve
beide op onbekend terrein zijn, zal de kennismaking
over het algemeen het meest soepel verlopen. Ze hoeven
niet hun eigen terrein en hun bij dat terrein behorende
positie te verdedigen, maar ze dienen de hierarchie
vast te stellen die op dat nieuwe terrein geldt. Er
is dus geen sprake van een voorsprong die een van beide
heeft. Geheel nieuw of
al kennis gemaakt?
Als de beer en de zeug elkaar nog nooit gezien
hebben voor ze beide in één kooi worden
gezet, kan de kennismaking langduriger verlopen en meer
gepaard gaand met machtsvertoon dan wanneer ze elkaar
al kennen omdat ze in kooien hebben gezeten die naast
elkaar staan. Als ze elkaar al door de tralies heen
hebben kunnen besnuffelen en elkaar een poos lang dagelijks
hebben gezien, zal de kennismaking als ze elkaar daadwerkelijk
kunnen aanraken over het algemeen soepeler verlopen.
overzicht Bronstigheid Om de
14 tot 18 dagen wordt de zeug bronstig. Het bronstig
zijn van de zeug houdt in dat ze bereid is te paren
omdat ze vruchtbaar is, want alleen gedurende de bronstigheid
is ze vruchtbaar - daarbuiten niet. De bronstigheid
duurt tussen de 24 en 48 uur, maar alleen gedurende
zo'n 6 tot 11 uur van deze periode zal de zeug de beer
toestaan haar te dekken en deze periode ligt vrijwel
altijd zo'n 10 uur na de eerste tekenen van bronstigheid
omdat dan pas de eisprong plaatsvindt. Ongeveer
een dag voor ze bronstig wordt, opent het vlies zich
dat normaalgesproken de vagina afsluit. Dit vlies zorgt
ervoor dat er geen sperma naar de baarmoeder kan. Overigens
zou dit ook geen nut hebben omdat de zeug dan niet vruchtbaar
is. Als de zeug bronstig wordt, zwellen haar geslachtsdelen
op. Dit hoeft overigens lang niet altijd aan de buitenkant
te zien te zijn, maar soms kan het wel gevoeld worden
door een vlakke hand onder de buik van de zeug te leggen.
De geslachtsdelen zijn dan voelbaar als een verdikking.
Bronstig door de aanwezigheid
van de beer
Sommige zeugen worden direct bronstig als ze bij
een beer worden gezet. Het kan dus heel goed dat een
zeug zwanger is als ze maar even bij een beer heeft
gezeten. De beer Als de zeug
bronstig is, wordt de beer direct opgewonden en hij
probeert bij de zeug in de gunst te komen door zijn
gedrag en door de geluiden die hij maakt. Er zijn verschillende
gedragingen die hij ten toon kan spreiden, maar het
geluid dat hij standaard maakt is een langgerekt, laag
brommend geluid dat het meeste lijkt op een 'rrrrrrrrrrrrr'.
Hij loopt heel langzaam en met enigszins stijve poten,
zijn lichaam houdt hij lager dan normaal en hij maakt
schommelende bewegingen, voornamelijk met zijn kont,
maar ook met de rest van zijn lichaam. Zijn kop houdt
hij vrij laag en deze is uitgestrekt en langgerekt.
Hij strijkt met lichaam en kop tegen de zeug aan en
probeert onder haar te komen door zijn kop onder haar
te duwen. Hij kan ook simpelweg achter haar aan
lopen, zijn neus tegen haar kont, en proberen om haar
te bestijgen. Dit gedrag vertonen cavia's voornamelijk
wanneer ze flink de ruimte hebben, zoals wanneer ze
los lopen. De beer kan ook sprongetjes maken waarbij
hij in de lucht zijn poten zijdelings uitslaat of waarbij
hij zijn hele lichaam in de lucht draait. Wat hij
precies doet hangt af van zijn karakter, van de omstandigheden
en van de zeug. De zeug Als de zeug
bronstig is, zal ze de beer toestaan haar te dekken,
maar dat wil niet zeggen dat de beer mag wanneer hij
wil. Het is altijd de zeug die bepaalt of ze de beer
wel wil en die bepaalt hoe vaak de beer haar mag dekken.
Als de zeug samenwoont met andere zeugen, kan ze deze
bestijgen en zich gedragen alsof ze een beertje is die
een zeugje het hof wil maken, inclusief het kenmerkende
'rrrrrrrrrrrr'-geluid. Als de zeug samenwoont met een
beer, zal ze in het begin meestal geïrriteerd reageren
op de toenaderingsporingen van de beer, maar uiteindelijk
zal ze hem toestemming geven om haar te dekken. Soms
doet ze dit schijnbaar onder protest omdat ze dan snauwerig
geluidjes maakt terwijl hij haar dekt, maar een beer
kan een zeug niet dekken zonder haar toestemming, dus
ook als het lijkt alsof ze protesteert, gebeurt er toch
niets zonder haar instemming. Het gedrag van de
zeug is afhankelijk van de ruimte die ze heeft, van
het aantal cavia's met wie ze samenwoont, van haar plaats
in de hierarchie, van het geslacht van de andere cavia's
en van haar eigen karakter. overzicht Dekking Pas als de
zeug toestemming geeft, kan de beer haar dekken. Het
fabeltje dat cavia's erg preuts zijn is inderdaad een
fabeltje. Cavia's paren gewoon, ongeacht wie er kijkt.
De zeug gaat op haar buik liggen, met de achterpoten
wijd en vaak ook met gestrekte achterpoten of met één
achterpoot opzij of ze duwt haar kont omhoog. De beer
bestijgt haar waarbij hij vaak met zijn kop bijna de
hare aan kan raken, vaak ook echter komt hij niet verder
dan haar nek. Als de beer opgewonden is en zijn penis
in erectie is, steekt hij uit de voorhuid die normaalgesproken
te zien is. De beer brengt zijn penis in de vagina van
de zeug in, beweegt (meestal vrij snel) op en neer,
komt klaar en loost zijn sperma in de vagina. Het sperma
kan, dankzij het tijdelijk ontbreken van het vlies,
onbelemmerd naar de baarmoeder reizen. De dekking duurt,
vanaf het moment dat de beer de zeug bestijgt tot de
beer haar weer loslaat, een paar seconden (ongeveer
5 tot 10 seconden). Gedurende één bronstperiode
kunnen beer en zeug echter tientallen keren paren.

|
De beer ruikt aan de kont
van de bronstige zeug. |

|
Ze tilt vervolgens haar
kont op zodat hij goed kan ruiken. |

|
Vervolgens vindt ze het
goed dat hij haar dekt. |

|
De beer dekt haar meestal
een aantal keer. |

|
Hij dekt haar net zo vele
keren als zij dat goed vindt en zijn energie
het toelaat. Op deze foto zitten ze al een
paar uur bij elkaar en hebben ze al een
tiental keren gepaard en het is duidelijk
dat de fut er uit is en dat ze beide moe
zijn. |

|
En hier vinden ze het best
om gewoon rustig naast elkaar te zitten. |
Beer dekt zeug overal
Als de beer heel opgewonden is of als het de eerste
keer is dat hij bij een zeug zit of hij sinds lang weer
bij een zeug zit, kan hij de zeug overal dekken: op
haar kop, op haar zij, half op haar en op alle mogelijke
andere plekken. Het lijkt dan wel of hij nog niet door
heeft hoe hij het moet doen, maar dit komt altijd wel
goed na een x-aantal keren oefenen.

|
Deze en onderstaande foto's
zijn genomen in een tijdsbestek van ongeveer
vijf minuten. |

|
Want in het begin, als de
beer net bij de zeug zit, en de beer is
jong, sterk en vol energie, is het niet
ongewoon dat hij ongeveer iedere tien seconden
zal proberen te paren. |

|
Maar als de zeug nog niet
wil, zal zij wegdraaien en belandt hij half
op haar rug of flank. |

|
Of hij weet nog niet zo
goed hoe het moet en dekt haar daarom op
haar rug of hoofd. |

|
Ze kunnen net zo lang als
de zeug bronstig is en ze energie hebben,
paren. |

|
Het komt vaak voor dat ze
twee dagen achter elkaar paren. De bronstigheid
duurt ook ongeveer zo lang. |
Dekprop Nadat de beer
zijn sperma heeft geloosd, scheidt hij een stof uit
die erg kleverig is en die wel wat wegheeft van gelei.
Deze vloeistof vormt een prop in de vagina en voorkomt
zo dat de sperma weglekt. Deze prop is een voorziening
van de beer om er voor te zorgen dat zijn sperma gebruikt wordt en niet het sperma
van een beer die na hem komt. Immers, niet alleen kan
het sperma niet uit de vagina druipen, maar als de zeug
na hem met een andere beer paart, stuit het sperma van
die andere beer op de prop en kan er niet langs. Zo
wordt het sperma van de eerste beer die met haar paarde,
veilig gesteld. De prop blijft een paar uur in
de vagina zitten en wordt dan afgescheiden. Soms kan
je deze prop in de kooi vinden - als je dat vindt, weet
je zeker dat ze gepaard hebben. Een dekprop is ongeveer
zo groot als een speldeknop - tenminste, als hij eenmaal
het lichaam van de zeug verlaten heeft en opgedroogd
is.

|
Een dekprop wordt soms op
de vacht gedeponeerd. Omdat het keihard
wordt, wordt het een keihard plekje in de
vacht waar de zeug last van kan hebben.
Het eruit knippen is dan de enige optie. |

|
Dit is de dekprop die je
op de foto hierboven op het onderste stukje
vacht ziet. Omdat het keihard werd, moest
het uit de vacht worden geknipt. |
Wie bepaalt het
aantal en het geslacht van de jongen? De beer bepaalt
het geslacht van de jongen en de zeug bepaalt het aantal
jongen (net zoals bij veel andere zoogdieren, waaronder
de mens). Onderzoek wijst uit dat zowel het bepalen
van het geslacht als het bepalen van het aantal van
de jongen erfelijk bepaald is. Als een zeug de eerste
keer twee jongen heeft gekregen, zal het waarschijnlijker
zijn dat haar tweede nest uit één, twee
of drie jongen bestaat, dan dat haar tweede nest uit
vijf of zes jongen bestaat. Omgekeerd is het zo dat
zeugen die een groot nest hebben, er meestal toe neigen
altijd grote nesten hebben. Als een beer voor veel
zoons zorgde, zullen die zonen ook een neiging hebben
meer zoons dan dochters te verwekken. overzicht Acceptatieproblemen Ieder dier
is een individu met een eigen karakter en persoonlijke
voor- en afkeuren. En soms komen die duidelijk tot uiting,
zoals in onderstaande voorbeelden. De zeug wil de beer
niet
Het kan voorkomen dat de zeug de beer pertinent
niet wil. Dat kan te maken hebben met een persoonlijke
voorkeur van de zeug maar er wordt ook wel gezegd dat
de genen van de beer en de zeug dan niet bij elkaar
passen. Wat de reden ook is: het kan voorkomen dat de
zeug weigert om de beer toe te laten. Als ze al een
tijdlang samen zitten en ze weigert nog steeds kan je
maar beter op zoek gaan naar een andere beer. Een
andere reden waarom de zeug de beer niet wil accepteren
kan zijn omdat ze ziek is. Hersenafwijkingen kunnen
tot gestoord gedrag lijden en ook al kan de zeug een
normaal leven leiden, het kan voorkomen dat de afwijking
tot uiting komt als ze bij een beer wordt gezet. Als
er inderdaad sprake is van een hersenafwijking dien
je haar uiteraard niet zwanger te laten worden.
De beer wil de zeug niet Een beer heeft
eigenlijk altijd wel interesse in een zeugje, zeker
als het zeugje bronstig is, maar het kan toch voorkomen
dat de beer geen zin heeft. Indien dat zo is en er is
geen aanwijsbare oorzaak te vinden, zoals bijvoorbeeld
ouderdom, dan is een onderzoek door de dierenarts op
zijn plaats. Het kan zijn dat de beer ziek is of iets
onder de leden heeft waardoor hij lusteloos en zonder
energie is. Als blijkt dat hij fysiek geheel gezond
is en hij wil de zeug desondanks niet, zit er niets
anders op dan op zoek te gaan naar een andere beer.
overzicht Problemen met zwanger
worden
Als het zeugje niet zwanger wordt nadat ze een
aantal maanden bij een beer heeft gezeten, kunnen er
een aantal dingen aan de hand zijn waardoor ze niet
zwanger wordt. De zeug moet wel minstens twee perioden
van bronstigheid bij de beer hebben gezeten, dus minimaal
anderhalve maand, voor je je af kan vragen of er iets
aan de hand is. Soms is er helemaal niets aan de hand
en wordt de zeug pas na twee of drie maanden zwanger.
En soms dienen bepaalde omstandigheden eerst hersteld
of aangepast te worden voor ze in verwachting kan raken.
De beer is steriel Het kan aan de beer
liggen. Als hij steriel (onvruchtbaar) is, is het logisch
dat de zeug niet zwanger wordt, ook al wordt zij bronstig
en paren ze. Je moet wel zeker weten dat de beer steriel
is: als hij voor nageslacht bij een andere zeug gezorgd
heeft, is hij niet steriel dus zou het moeten lukken.
Als hij geen nageslacht heeft, kan het zijn dat hij
steriel is doordat de eikel van zijn penis niet intakt
is. Desondanks
kan het altijd voorkomen dat een zeug niet zwanger wordt
van een vruchtbare beer, terwijl zij wel zwanger wordt
van een andere beer en hij een ander zeugje zwanger
kan maken. Dat is dan een van de raadselen van de natuur!
De beer is onervaren De beer kan
zo enthousiast zijn, of wellicht zo dom, dat hij de
kop van de zeug bestijgt, of haar flank. De beer zal
vanzelf wel inzien dat dat niet de juiste plek is en
zijn paargedrag aanpassen, maar hier kan even overheen
gaan. De zeug is te oud
Oudere
zeugjes kunnen minder makkelijk in verwachting raken
en het kan zijn dat na een bepaalde leeftijd een zeugje
helemaal niet meer zwanger wordt. Het kan ook zijn dat
een zeugje op jonge leeftijd een nestje heeft gekregen
en daarna een aantal jaren niet meer; ook dan kan het
voorkomen dat ze moeilijker of niet meer zwanger raakt.
De beste leeftijd voor het in verwachting raken van
een zeugje van haar eerste nest is vanaf vijf maanden
tot ongeveer tien maanden. De zeug is in een
slechte conditie In een slechte conditie zijn is noch
voor de mens noch voor het dier een goed moment om aan
iets nieuws te beginnen en zeker niet als dat een zware
fysieke belasting vergt - en dat doet een zwangerschap
nu eenmaal. Een zeugje moet in topconditie zijn voor
ze in verwachting mag raken en als ze dat niet is, moet
je ervoor zorgen dat ze een topconditie krijgt. Alles
over de juiste huisvesting vind je op de pagina Huisvesting en alles over een goede
voeding vind je op de pagina Voeding. De zeug heeft een
miskraam gehad Op zich is een miskraam al een teken dat
er iets niet goed is: met de zeug omdat ze bijvoorbeeld
ziek is of met de omgeving omdat het bijvoorbeeld te
warm is of met de jongen om redenen die meestal niet
na te gaan zijn. Een miskraam wil niet zeggen dat de
zeug nooit voldragen jongen kan krijgen, maar als ze
tot twee keer toe een miskraam heeft gehad terwijl zij
in topconditie was en alle omgevingsfactoren in orde
waren, is het verstandiger om haar niet meer zwanger
te laten worden. Dit is zeker het geval als ze twee
keer zwanger is geweest van twee verschillende beren.
Zeugen die een miskraam hebben gehad, hebben een verhoogde
kans dat het volgende nest weer in een miskraam uitmondt,
terwijl de zeug bij een miskraam altijd een verhoogde
kans heeft te sterven. De zeug heeft cysten
in of aan de voortplantingsorganen Cysten aan de eierstokken
(de plaats waar de eitjes rijpen) kan er voor zorgen
dat er verklevingen zijn in de eierstokken of de eileiders
(de verbinding tussen de eierstokken en de baarmoeder)
zodat de eitjes niet kunnen rijpen of niet door de eileiders
heen komen. En zonder eitjes is er geen kans dat de
zeug zwanger wordt. Het is een aandoening die vrijwel
alleen vastgesteld kan worden als de zeug zichtbaar
ziek is. Laten opereren zodat ze alsnog zwanger kan
worden is geen optie omdat operaties met als doel alsnog
zwanger te worden niet bij cavia's uitgevoerd worden.
Een cyste in de baarmoeder kan voor bloedverlies zorgen
en miskramen. De zeug krijgt of
kreeg te weinig vitaminen Vitamine C is heel belangrijk, voor alle
cavia's, en vitamine E wordt ook wel de vruchtbaarheidsvitamine
genoemd. Zonder deze vitamines is het uitgesloten dat
een zeug zwanger wordt, maar ze heeft ook alle andere
vitamines nodig om goed gezond te zijn. Een gezond en
gevarieerd menu is dan ook van levensbelang (en niet
alleen voor zwangere cavia's.). Een zwangere zeug heeft
overigens dubbel zoveel vitamine C nodig als een cavia
die niet zwanger is. Omgevingsfactoren
zijn niet goed
De omgevingsfactoren moet in orde zijn. Het mag
niet te koud zijn, maar ook niet te warm: de ideale
temperatuur voor cavia's is 20-22 graden Celcius. De
luchtvochtigheid moet goed zijn: tussen de 40-60%. Er
moet voldoende daglicht zijn, maar de zeug mag niet
in het volle zonlicht staan. Als er zon in het hok schijnt,
moet er ook voldoende schaduw zijn, en, heel belangrijk:
de temperatuur in de schaduw mag niet boven de 22 graden
Celsius uitkomen - anders heeft de schaduwplek weinig
zin. Het mag niet tochten, maar er moet voldoende frisse
lucht zijn. Als één van de omgevingsfactoren
afwijkt van het optimale, kan dat de conditie van de
cavia's beïnvloeden. Stressvolle factoren Als een dier
gestressed is, is het geen goed tijdstip om zwanger
te worden. Dat geldt net zo zeer bij ons in huis als
in het wild. Als de zeug net is verhuisd of om een andere
reden een reis heeft gemaakt, als er nieuwe cavia's
bij zijn gekomen of als er een is gestorven of als er
een andere verandering heeft plaatsgevonden in de leefomstandigheden
dient ze daarvan bij te komen voor ze (weer) in topconditie
is. De zeug is te dik of te mager Zowel te dikke
zeugen als zeugen die te mager zijn, kunnen moeite hebben
met zwanger worden. Een te magere zeug moet uiteraard
eerst aansterken en een goede conditie verkrijgen voor
ze zwanger mag worden. Als ze te mager is, heeft ze
ook geen reserves en reserves zijn juist heel belangrijk
voor een zwangere zeug omdat vooral het zogen een enorme
aanslag op haar lichamelijke gesteldheid pleegt.
Een te dikke zeug is ook niet in een goede conditie,
maar je kan een cavia niet zomaar op dieet zetten. Daar
kan een cavia aan sterven. Meer over te dikke cavia's
vindt je op de pagina Te dik? en meer over te dikke
zwangere cavia's onder Te dik en
zwanger.
De zeug is steriel Als geen van bovenstaande
factoren van toepassing zijn en ze wordt niet zwanger
en ze is ook nog nooit zwanger geweest kan het zo zijn
dat de zeug steriel (onvruchtbaar) is. Ook als er niets
te ontdekken is en alles is normaal en werkt normaal,
dan kan het alsnog zo zijn dat ze nooit zwanger wordt.
overzicht Op welke leeftijd mag een zeug zwanger
raken? Een zeugje mag
voor het eerst zwanger raken als ze vijf maanden of
ouder is en als ze minimaal 750 gram weegt.
overzicht Tot welke leeftijd mag een zeugje haar
eerste nest krijgen? Tot ongeveer het eerste jaar. Ideaal is als
een zeugje voor de eerste keer gedekt wordt als ze tussen
de vijf en tien maanden oud is. overzicht Op welke leeftijd mag een beer dekken? Beren kunnen geslachtsrijp zijn
als ze vijf weken oud zijn, maar dan zijn ze nog erg
klein om een zeug te dekken. Het hofmaken van een zeug
en paren met een zeug kost erg veel energie, en dat
dient een beer natuurlijk wel te hebben. Indien hij
nog volop in de groei zit, kan hij zijn energie beter
besteden aan groeien. Bovendien is er nog het praktische
probleem: Een klein beertje kan moeite hebben om een
(veel) grotere zeug te dekken, simpelweg omdat hij niet
tegelijkertijd zijn penis in haar vagina kan inbrengen
en zich aan haar vasthouden omdat hij niet boven haar
uit kan komen en haar dus niet als steun kan gebruiken.
Een leeftijd van drie maanden is dan ook het minimum
voor een beer waarop hij een zeugje mag dekken. Dit
is niet omdat hij niet eerder zou kunnen dekken, maar
omdat hij, als hij jonger is, teveel van zichzelf zou
kunnen vergen. Ook hierom wordt wel aangeraden een jonge
beer niet bij een hele groep zeugjes te zetten, maar
hem te laten beginnen met één zeug en
pas later, als hij gewend is aan het dekken, hem bij
meerdere zeugen te zetten indien het gewenst is dat
de zeugen zwanger raken. Dit houdt overigens niet in
dat beren niet daarvoor kunnen dekken, want dat kunnen
ze wel: Beren kunnen al vanaf een leeftijd van vier
weken geslachtsrijp zijn. overzicht
Wanneer is een zeugje bronstig? Een zeug is eens in de 14-18 dagen
bronstig. De cyclus kan per zeug verschillen. Opvallend
is wel dat zeugen die langere tijd bij elkaar leven,
soms dezelfde cyclus hebben, dus op hetzelfde tijdstip
bronstig worden. overzicht
Wat is bronstig?
Bronst is de paardrift van dieren en bronstig is
de bereidheid te paren. Bronstig wil zeggen dat de zeug
bereid is tot paren. Ze wordt bronstig omdat er in die
periode een eisprong plaatsvindt: Een aantal eitjes
is rijp geworden en die kunnen bevrucht worden. Meer
over de bronst vind je op de pagina Genitalia bij Bronstig. overzicht
Mijn zeug ruikt; wat is dat? Tijdens de bronst zwellen de geslachtsdelen
op en wordt er een bepaalde vloeistof afgescheiden.
Dit ruikt de beer en hij raakt hier opgewonden van en
wil paren met de zeug. Het kan zijn dat je de geur ruikt
die de zeug afscheidt, maar het is waarschijnlijker
dat je ruikt wat de beer afscheidt door middel van zijn
geurklier. overzicht
Mijn beer ruikt; wat is dat? Als een beer een zeug ruikt die
bronstig is, of als hij bij een (voor hem nieuwe) zeug
wordt gezet, raakt hij opgewonden en wil hij paren.
Om indruk te maken op de zeug, scheidt hij een bepaalde
stof uit uit zijn geurklier. Deze geurklier wordt ook
opengesperd als hij bezig is de zeug het hof te maken.
De geur bevat seksferomonen die voor de zeug erg aantrekkelijk
zijn. Dit is dan ook de geur die je ruikt (cavia's vinden
dat aantrekkelijk, maar wij kunnen het behoorlijk vinden
stinken!) overzicht
Waarom sproeit mijn zeug met urine? Zeugen sproeien met urine als ze
bronstig zijn of als ze een beer weg willen jagen. In
het geval dat ze bronstig zijn, doen ze het om duidelijk
te maken dat ze dat zijn. Als een beer erg opdringerig
wordt en ze hebben daar helemaal geen zin in, ongeacht
of ze wel of niet bronstig zijn, kunnen ze met urine
spuiten. Soms spuit de urine zelfs in het gezicht van
de beer. Zo laten ze de beer weten dat ze schoon genoeg
van hem hebben. overzicht
Waarom sproeit mijn beer met urine? Beren sproeien niet. Wat ze wel
doen is hun territorium markeren; dat doen ze door met
hun kont over de grond te schuiven zodat de geur uit
hun geurklier op de grond wordt afgegeven. Ze kunnen
hierbij ook plassen. Vaak zie je dat een cavia, zowel
beer als zeug, als hij terug wordt gezet in een kooi
waar een vreemde geur hangt, eerst even gaat plassen.
Op die manier wordt ook de eigen geur overbracht.
overzicht
Is de zeug na een dekking direct zwanger? Dat kan, maar hoeft niet. De ene
keer wordt een zeug wel direct zwanger, de andere keer
duurt het langer. Het kan ook zijn dat een zeug van
de ene beer wel direct zwanger wordt, en het bij een
ander wat langer duurt. overzicht Hoe vaak mag een zeug zwanger worden?
Daar lopen de meningen over uiteen, maar ieder weldenkend mens is het er wel over eens
dat het maximum aantal nesten dat een zeug per jaar
mag krijgen twee is. Ik vind dat overigens nog te veel.
Ik vind dat één keer per jaar meer dan
genoeg is. Uiteindelijk heb je ruim twee maanden voor
de zwangerschap en één maand zogen en
als je dat per se twee keer per jaar wilt doen, houdt
je na iedere zwangerschap nog maar krap drie maanden
over om bij te komen en aan te sterken. Afgezien daarvan
vind ik dat een dier geen broedmachine is en ook recht
heeft op een tijdlang gewoon kunnen leven zonder zwangerschappen.
Maar, zoals gezegd, lopen de meningen daar over uiteen,
maar is twee nesten per jaar dus het absolute maximum.
overzicht Tot welke leeftijd
mag een zeug zwanger worden? Algemeen wordt drie
tot vier jaar aangehouden; daarna gaat de zeug dan met
pensioen. Het is niet aan te raden een zeug nogmaals
zwanger te laten worden na haar vierde jaar.
overzicht Tot welke leeftijd
mag een beer dekken? Beren
kunnen hun leven lang zeugjes dekken, maar vaak loopt
hun vruchtbaarheid terug naarmate ze ouder worden of
duurt het langer voor ze een zeug met succes gedekt
hebben. Algemeen wordt vier tot vijf jaar aangehouden;
daarna gaat de beer dan met pensioen. overzicht Wanneer mag een
beer ná de bevalling weer bij de zeug? Is de beer gecastreerd?
Is de beer
langer dan zes weken geleden gecastreerd? Dan kan hij eventueel
bij de bevalling blijven en is er dan daarna ook direct
bij. Echter, er zit wel een gevaar hieraan omdat de
zeug direct na de bevalling weer bronstig is. De beer
zal haar (ook al is hij gecastreerd) dan willen dekken
en in deze algehele opwinding kunnen er jongen vertrappeld
worden en zelfs sneuvelen. Sommige beren zijn sullen
en komen nog niet in beweging als de kooi instort terwijl
andere erg dominant zijn en de zeug geen rust gunnen.
Het hangt dus ook van de beer af. Toch, als je zekerheid
voorop wilt stellen, dan kan je ze beter gescheiden
houden vanaf twee weken voor tot één à
twee weken na de bevalling. LET OP! Let ook dan goed op als je de beer erbij
zet: Hij zal een tijd geen zeug/cavia gezien hebben,
en zeker niet déze zeug en kan daarom behoorlijk
irritant zijn voor de zeug en de jongen. Hij zal op
alles willen rijden en als hij erg dominant en op paren
belust is, doet dit de opgroeiende jongen zeker geen
goed. Als hij de zeug of jongen irriteert, is het beter
te wachten tot de jongen vier weken oud zijn. Is de beer korter
dan zes weken geleden gecastreerd? Als de beer korter dan zes weken geleden is
gecastreerd, mag hij er sowieso niet bij omdat hij dan
de zeug kan dekken. Als hij eenmaal zes weken is gecastreerd
en er zijn één à twee weken verstreken
sinds de bevalling, dan mag hij er weer bij. LET OP! Let ook dan goed op dat
hij de zeug of de jongen niet irriteert. Beren die willen
paren kunnen erg irritant zijn, zeker voor zeug en jongen
die bij moeten komen van de bevalling en moeten zogen.
Een beer die steeds overal op rijdt, is stressverhogend
en niet bevorderlijk voor het rustig en kalm opgroeien
van de jongen. Houd hem in dat geval gewoon apart.
Is de beer niet
gecastreerd? Is de beer niet
gecastreerd en wil je opnieuw jonkies? Als de beer niet gecastreerd is en je wilt
opnieuw jonkies, dan mag de beer er niet bij. Hij mag
er dan pas weer bij als de zeug toe is aan een nieuwe
zwangerschap. Is de beer niet gecastreerd
en wil je geen jonkies meer? Als de beer niet gecastreerd is en je wilt
geen jonkies, dan mag hij er niet bij. Immers, als je
hem op de dag van de bevalling laat castreren, dan moet
je alsnog zes weken wachten voor hij erbij mag, en dan
zijn de jonkies al groot genoeg om op eigen benen te
staan. Om hem wel bij de bevalling aanwezig te laten
zijn of hem kort daarna erbij te zetten, zou je hem
minimaal twee weken voor de bevalling moeten laten castreren.
Een bevalling komt echter vaak niet op de uitgerekende
dag (en soms weet je die niet eens) dus dan is het nog
maar de vraag hoeveel weken hij gecastreerd is als de
zeug bevalt. LET OP! Het kan een slecht idee zijn om de beer bij
de bevalling te laten of er kort daarna bij te zetten!
Lees er meer over bij 'Is de beer
langer dan zes weken gecastreerd?' overzicht
|