Toen ik negentien was, kreeg
ik mijn eerste baan als werkplaatsreceptioniste bij
een garagebedrijf. En ik ontmoette een jongen die ik
erg aardig vond – en hij vond mij erg aardig. Zo aardig
dat we gingen samenwonen. En iedere dag ging ik trouw
naar mijn werk en tussen de middag ging ik een blokje
om terwijl ik mijn lunch opat om dan na een half uur
weer terug te keren naar mijn werk. Het bedrijf
lag in een omgeving die ik nog niet kende, maar door
mijn dagelijkse lunchpauzewandelingetjes, leerde ik
de omgeving kennen. Er waren veel winkels. Allerlei
soorten winkels. Een supermarkt, een slager, een bloemenwinkel,
café's, kledingwinkels… en een dierenwinkel.
In de etalage van de dierenwinkel zaten de dieren die
te koop waren. Er zaten muizen, ratten, hamsters, konijnen…
en cavia’s. De eerste keer dat ik dat zag, bleef
ik verrast staan en dacht: 'Och, gut, wat een schatjes!'
en liep door naar mijn werk. Maar vanaf die dag
ging ik iedere dag in de pauze even kijken bij de dierenwinkel.
Want hoewel ik geen cavia’s meer wilde, bleven het schattige
diertjes! Als ik ergens anders een dierenwinkel
zag, dan stapte ik ook even naar binnen. Waar ik ook
was, en met wie ik ook was, als ik een dierenwinkel
zag, moest ik even naar binnen stappen om cavia's te
kijken. En degene met wie ik dan was, zuchtte en volgde
me gelaten naar binnen – of bleef buiten staan wachten.
Een gevleugelde uitdrukking van mij in die tijd was:
"Even cavia’s kijken!" De medewerkers
van de diverse dierenwinkels begonnen na verloop van
tijd ook te zuchten als ze mij weer zagen. Want ik was
dan wel een heel reguliere klant, maar eentje die niets
deed om de omzet te verhogen want ik keek alleen maar
en kocht nooit iets. Dat hield ik vier jaar
vol. Toen besloot ik dat het enige dat nog ontbrak aan
mijn geluk, een cavia was. En ik vond dat als bijkomend
voordeel van dat besluit was dat de dierenwinkels in
de wijde omgeving eindelijk eens rust kregen – want
ik was een echte dierenwinkelfanaat geworden; zonder
ook maar ooit iets te kopen! Die arme dierenwinkels
moesten ook maar hun rust gegund worden. Ik zou een
cavia kopen! Of, nee, twee. Dat was wel zo gezellig.
Maar ik wilde rascavia's. Niet van die doorgefokte
cavia’s met rattenneuzen uit de dierenwinkel, maar mooie
rascavia's. De cavia's in de dierenwinkels waren heel
lief, hoor, daar niet van, maar ze waren geen van alleen
raszuiver en de meeste waren doorgefokt – toen al!
Ik ging op onderzoek uit en belandde bij een fokster
die borstelharen fokte. Want in die tijd waren er eigenlijk
maar een paar rassen: gladhaar, borstelhaar, langhaar
en de Brandneus of Rus. Ik wilde borstelharen, want
die vond ik het leukste. De gladharen waren nogal… glad,
de langharen moest je iedere dag borstelen, maar de
borstelharen zaten daar precies tussen in.
Zo kwamen Fabi en Medea in mijn leven, twee zusjes.
Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik ze zag
in het hok bij de fokster: twee kleine caviaatjes. Ik
riep: "Och, wat een schatjes!" en was
direct verkocht. En zij ook. Aan mij!

|
Fabi
(rechts) zit een beetje te suffen, maar
Medea (links) wil weten wat er gebeurt! |
Medea was de drukste, en tevens de baas. Fabi was alleen
maar erg lief. Al gauw groeiden ze de kooi uit, zodat
ik een grotere kocht. Het was in die tijd dat er eindelijk
grotere kooien op de markt kwamen. Maar omdat ik het
nog steeds niet groot genoeg vond, zette ik er de oude
papegaaienkooi bij waar ooit Hiltsjie en Binkie in hadden
gezeten. Zo hadden ze er een ruime erker bij. Een ruimte
waar Hiltsjie vast jaloers op geweest zou zijn, maar
toen hij nog leefde, had ik niet zo'n benul van hoeveel
ruimte een cavia nodig had.
Medea
links en Fabi rechts. |

|
Toen het tussen mijn vriend en mij uitging, verhuisden
Fabi en Medea uiteraard mee. En toen Medea in 1993 stierf,
was ik even bang dat ik een nieuw vriendinnetje voor
Fabi zou moeten kopen. Want eigenlijk wilde ik dat niet.
Maar het bleek dat Fabi het heerlijk vond om alleen
te zijn. Eindelijk geen bazig zusje meer dat altijd
als eerste de lekkerste hapjes voor haar neus wegpikte!
Nu kon ze rustig en op haar gemak zelf uitkiezen wat
ze als eerste zou eten. Zij stierf een jaar later.
En ik wilde (weer en opnieuw) geen cavia’s meer.
Want inmiddels had ik een hond… Deel 1
van dit verhaal is Van duivenhok
naar caviahok. Deel 2 van dit verhaal is Nog meer
cavia's! Deel 3 van dit verhaal is Een hele
kudde! Deel 4 van dit verhaal is Een bewogen
vakantie. Deel 5 van dit verhaal is De parkietencavia. Deel 6
van dit verhaal is: Verantwoordelijkheidsgevoel. Deel
7 is deze column: Fabi en Medea. Dit is het laatste deel van dit verhaal.
|