Zodra we
op de werkplaats waren, zette ik de doos met daarin
mijn nieuwe huisdieren voorzichtig op een van de werkbanken.
"Eerst maar een kooi fabriceren," zei mijn
opa. Hij was al snel terug met een houten kist. We keken
beiden van de kist naar de doos en weer terug. "Ja,
dat gaat zo natuurlijk niet," lachte mijn opa.
"Ze moeten wel lekker zacht zitten." "Waar
moeten ze dan op zitten?" wilde ik weten. "Op
zaagsel. Gelukkig hebben we hier ruim voldoende zaagsel."
Door het beroep van mijn opa, meester-meubelmaker,
waren er altijd bergen met zaagsel aanwezig op de werkplaats.
Normaal werd het zaagsel weggedaan, maar nu had het
een doel. We legden flink wat zaagsel in de
kist en ik deed voorzichtig de doos open. De twee cavia’s
probeerden weg te rennen, maar er was niet veel ruimte
en ik kon ze makkelijk pakken. Ik zette ze in hun nieuwe
verblijf. Ze renden heen en weer en bleven tenslotte
naast elkaar zitten. "Een hokje is ook geen
overbodige luxe," zei mijn opa. Hij pakte wat plankjes
en had in een handomdraai een degelijk hokje gemaakt.
Zodra het hokje in de kooi stond, gingen de cavia’s
er in zitten. "En natuurlijk nog een bakje
voor het voer en eentje voor water," vervolgde
hij en pakte twee oude duivenvoerbakjes. Hij vulde het
ene met water, maar voer hadden we nog niet. "Dan
maar weer even naar de dierenwinkel," zei hij.
We ondernamen weer een tochtje naar de dierenwinkel
en kwamen thuis met een zak voer: er zaten graantjes
in, maar ook maïs, en voorts nog andere kleine
dingetjes die ik niet herkende. Ik vulde het voerbakje
en keek naar mijn nieuwe cavia’s. "Ze doen
nog niet veel." "Ze moeten eerst wennen.
En ze hebben nog groente nodig. Ga maar naar je moeder
om dat te vragen." Ik rende de trappen af,
stak de straat over en ging ons huis binnen. De werkplaats
lag recht tegenover het huis waar zowel mijn ouders
als mijn opa en oma woonden. "Ik heb nieuwe
cavia’s en nu moeten ze groente hebben!" riep ik
opgewonden tegen mijn moeder. "Dus opa heeft
je cavia’s gegeven? Ik pak even wat groente en kom direct
kijken." Eenmaal weer op de werkplaats, waren
mijn vader en mijn oma ook een kijkje komen nemen.
"Nu zijn ze jouw verantwoordelijkheid,” zei mijn
vader. "Je moet ze iedere dag verzorgen."
Ik knikte. "Ik zal melk en brood kopen,"
zei mijn moeder. "Wat een schatjes," zei
mijn oma. "Heb je al namen bedacht?" vroeg
mijn opa. Het werd uiteindelijk, na lang denken,
Kruin en Hilde. Kruin, het beertje, was een forse Borstelhaar
in bruin en zwart. Hilde was een Grijs-Agouti.
De kist waar ze in zaten werd op een leeg plekje op
een werkbank gezet en zo zaten ze daar gezellig tussen
potten beits, schaven en beitels en dozen vol schroeven.
Iedere ochtend om zes uur ontbeet ik bij mijn opa en
oma en daarna gingen we naar de werkplaats. Mijn opa
verzorgde eerst zijn duiven, ik eerst mijn cavia’s en
daarna hielp ik hem met de duiven. Trouw verschoonde
ik iedere week het hok, trouw maakte ik iedere dag de
bakjes schoon en trouw gaf ik ze iedere dag groenvoer
en wortels. En natuurlijk knuffelde ik ook met ze, ik
aaide ze, nam ze op schoot en speelde met ze. Ik vond
cavia's de leukste dieren die er waren! Op
een dag kwam ik thuis van school en het eerste dat mijn
moeder zei, was: "Je moet naar je cavia’s kijken."
"Is er iets?" schrok ik. "Ja, maar
niet iets naars." Ik vloog het huis door, rende
de straat over en rende de trappen van de werkplaats
op - en daar stond mijn opa gebogen over de kist met
cavia’s. "Wat is er?" "Kom maar
kijken!" Ik keek in de kist en zag, behalve
Kruin en Hilde, nog vier andere cavia’s – héél
kleine caviaatjes. "Wat is dat?" "Dat
zijn hun kinderen." Ik was stomverbaasd.
"Ze zijn net geboren, net voor je uit school kwam.
Zijn ze niet lief?" Ja, zeker! Toen ik over
mijn verbazing heen was, vond ik ze heel lief! Zulke
kleine cavia’s had ik nog nooit gezien. Had
ik zomaar niet twee, maar zes cavia’s!
Deel 1 van dit verhaal is Van duivenhok
naar caviahok Deel 2 is deze column: Nog meer cavia’s! Deel 3 van dit verhaal is Een hele
kudde! Deel 4 van dit verhaal is Een bewogen
vakantie Deel 5 van dit verhaal is De parkietencavia Deel 6
van dit verhaal is Verantwoordelijkheidsgevoel Deel 7
van dit verhaal is: Fabi en
Medea |