Contact
De Grote Cavia

 

Column

 

 

Home

Nieuwste column

1: Van duivenhok naar caviahok
2: Nog meer cavia's! 
3: Vuilnis- bakkencavia's
4: Baderon
5: Rondje boksen?
6: Een hele kudde!
7: Een bewogen vakantie
8: Een eigen website is leuk!
9: De parkieten- cavia
10: Drie maanden oud
11: Bloemkool- bladeren en maïs
12: Verantwoorde- lijkheidsgevoel
13: Fabi en Medea
14: Beer
15: Arion
16: Lekker eten
17: Mevrouw Tessel
18: Kruiden
19: Een nieuw begin
20: De Tesselaar
21: Silly Cilly
22:
Cavia nummer 7
23: Meneer Macho
24: De meidengroep
25:
Achtste wereldwonder
26:
Ik weet het niet!
27: Eindelijk rust!
28: Lieve Laila
29:
Fido's geluk
30: Een slecht caviajaar
31: Attilla's komst
32:
Het eerste jaar
33:
Kandidaat Irsel
34:
Kandidaat Amadea 
35: Kandidaat Tessa
36: Kandidaat Mistral?
37:
Eindelijk!
38: Daar zijn ze!
39: Amadea
40:
De vierde broer
41: De drie broers
42:
Niet zeuren, maar eten
43: Caviasurfen
 

Column over mijn belevenissen met cavia's.

Dertig jaar geleden kreeg ik twee cavia's van mijn opa.

Nog meer cavia's!

Zodra we op de werkplaats waren, zette ik de doos met daarin mijn nieuwe huisdieren voorzichtig op een van de werkbanken.
"Eerst maar een kooi fabriceren," zei mijn opa. Hij was al snel terug met een houten kist. We keken beiden van de kist naar de doos en weer terug.
"Ja, dat gaat zo natuurlijk niet," lachte mijn opa. "Ze moeten wel lekker zacht zitten."
"Waar moeten ze dan op zitten?" wilde ik weten.
"Op zaagsel. Gelukkig hebben we hier ruim voldoende zaagsel."
Door het beroep van mijn opa, meester-meubelmaker, waren er altijd bergen met zaagsel aanwezig op de werkplaats. Normaal werd het zaagsel weggedaan, maar nu had het een doel.

We legden flink wat zaagsel in de kist en ik deed voorzichtig de doos open. De twee cavia’s probeerden weg te rennen, maar er was niet veel ruimte en ik kon ze makkelijk pakken. Ik zette ze in hun nieuwe verblijf. Ze renden heen en weer en bleven tenslotte naast elkaar zitten.
"Een hokje is ook geen overbodige luxe," zei mijn opa. Hij pakte wat plankjes en had in een handomdraai een degelijk hokje gemaakt.
Zodra het hokje in de kooi stond, gingen de cavia’s er in zitten.
"En natuurlijk nog een bakje voor het voer en eentje voor water," vervolgde hij en pakte twee oude duivenvoerbakjes. Hij vulde het ene met water, maar voer hadden we nog niet.
"Dan maar weer even naar de dierenwinkel," zei hij.

We ondernamen weer een tochtje naar de dierenwinkel en kwamen thuis met een zak voer: er zaten graantjes in, maar ook maïs, en voorts nog andere kleine dingetjes die ik niet herkende.
Ik vulde het voerbakje en keek naar mijn nieuwe cavia’s.
"Ze doen nog niet veel."
"Ze moeten eerst wennen. En ze hebben nog groente nodig. Ga maar naar je moeder om dat te vragen."
Ik rende de trappen af, stak de straat over en ging ons huis binnen. De werkplaats lag recht tegenover het huis waar zowel mijn ouders als mijn opa en oma woonden.
"Ik heb nieuwe cavia’s en nu moeten ze groente hebben!" riep ik opgewonden tegen mijn moeder.
"Dus opa heeft je cavia’s gegeven? Ik pak even wat groente en kom direct kijken."
Eenmaal weer op de werkplaats, waren mijn vader en mijn oma ook een kijkje komen nemen.
"Nu zijn ze jouw verantwoordelijkheid,” zei mijn vader. "Je moet ze iedere dag verzorgen."
Ik knikte.
"Ik zal melk en brood kopen," zei mijn moeder.
"Wat een schatjes," zei mijn oma.
"Heb je al namen bedacht?" vroeg mijn opa.

Het werd uiteindelijk, na lang denken, Kruin en Hilde. Kruin, het beertje, was een forse Borstelhaar in bruin en zwart. Hilde was een Grijs-Agouti.

De kist waar ze in zaten werd op een leeg plekje op een werkbank gezet en zo zaten ze daar gezellig tussen potten beits, schaven en beitels en dozen vol schroeven.
Iedere ochtend om zes uur ontbeet ik bij mijn opa en oma en daarna gingen we naar de werkplaats. Mijn opa verzorgde eerst zijn duiven, ik eerst mijn cavia’s en daarna hielp ik hem met de duiven.
Trouw verschoonde ik iedere week het hok, trouw maakte ik iedere dag de bakjes schoon en trouw gaf ik ze iedere dag groenvoer en wortels. En natuurlijk knuffelde ik ook met ze, ik aaide ze, nam ze op schoot en speelde met ze. Ik vond cavia's de leukste dieren die er waren!

Op een dag kwam ik thuis van school en het eerste dat mijn moeder zei, was: "Je moet naar je cavia’s kijken."
"Is er iets?" schrok ik.
"Ja, maar niet iets naars."
Ik vloog het huis door, rende de straat over en rende de trappen van de werkplaats op - en daar stond mijn opa gebogen over de kist met cavia’s.
"Wat is er?"
"Kom maar kijken!"
Ik keek in de kist en zag, behalve Kruin en Hilde, nog vier andere cavia’s – héél kleine caviaatjes.
"Wat is dat?"
"Dat zijn hun kinderen."
Ik was stomverbaasd.
"Ze zijn net geboren, net voor je uit school kwam. Zijn ze niet lief?"
Ja, zeker! Toen ik over mijn verbazing heen was, vond ik ze heel lief! Zulke kleine cavia’s had ik nog nooit gezien.

Had ik zomaar niet twee, maar zes cavia’s!


Deel 1 van dit verhaal is
Van duivenhok naar caviahok
Deel 2 is deze column:
Nog meer cavia’s!
Deel 3 van dit verhaal is Een hele kudde!
Deel 4 van dit verhaal is Een bewogen vakantie
Deel 5 van dit verhaal is De parkietencavia
Deel 6 van dit verhaal is Verantwoordelijkheidsgevoel
Deel 7 van dit verhaal is: Fabi en Medea  

 

top      home