Ik begon
met één zielige cavia die een thuis zocht
en ik had nu, als resultaat daarvan, acht cavia's in
drie kooien. Baderon en Gwennie zaten samen, Fido en
de meidengroep zaten samen en Cilly was heel gelukkig
in haar uppie. Het was rustig en vredig in mijn
cavialand en ik was er blij om.

|
De
meidengroep van Fido. Van links naar rechts:
Musca, Kara, Laila, Cleo. |
Maar toen ontdekte ik dat Fido niet lekker
was. Hij zat stil in een hoekje en at niet. Toen ik
hem oppakte, schrok ik me wezenloos: zijn mondje zat
onder de korsten. Omdat zijn haren zwart zijn en de
korsten ook zwart waren, was het me niet opgevallen.
In die tijd onderzocht ik mijn cavia's nog niet iedere
week en omdat Fido en de meiden het samen zo leuk hadden,
was er ook minder noodzaak om ze steeds op te pakken
omdat ze immers elkaar hadden voor gezelligheid en aanspraak.
Sinds Fido's ziekte, controleer ik de cavia's dus wel
iedere week - een wijze les die ik geleerd heb dankzij
Fido en die ervoor gezorgd heeft dat ik al menige ziekte
en aandoening in de kiem heb kunnen smoren. Ik racete
met Fido naar de dierenarts. Die pakte hem op, keek
naar zijn hoofdje en zei: "Ach, jongen toch...
ach, jongetje toch..." En het hoofd dat ze erbij
trok, maakte me wel duidelijk dat ik maar niet al te
veel hoop moest hebben. Ik moest Fido achterlaten
en ze zouden hem direct opereren. Hij was een spoedgeval.
Alle andere afspraken werden ervoor afgezegd en de mensen
in de wachtkamer moesten wachten. Arme Fido. Arme ik,
die alleen naar huis ging. Ik voelde me onwijs schuldig
dat ik het niet eerder had gezien.

|
Cleo
links en Kara rechts van Fido. Fido is nog
heel klein vergeleken bij Kara maar hij
is toch al zeven maanden. |
Dat hij de operatie overleefd had was
een wonder, zo vertelde de assistente mij toen ik belde
op het afgesproken tijdstip. Dat was niet echt een gunstig
begin. Hij moest echter nog een dagje daar blijven,
zodat ze hem goed in de gaten konden houden. Dat leek
ook niet op goed nieuws. Hij had namelijk een infectie
in zijn mond, kaak en keel waar eigenlijk alle andere
dieren die dat hadden, aan dood gingen. Het was een
hele nare infectie, en bovendien een infectie die heel
zeldzaam was. En het was geen wonder dat ik het niet
eerder gezien had omdat deze infectie heel stiekem te
werk ging: eerst breidde hij zich uit en dan pas openbaarde
hij zich. Mijn schuldgevoel was hiermee wel afgenomen,
maar mijn zorgen niet. Ik zuchtte en hing op.
De volgende dag leefde hij nog. Dat was een wonder,
zo verklaarde de assistente. Maar ik mocht hem ophalen.
Met de auto, want hij mocht geen schokken ondergaan.
We arriveerden met extra anti-schokdempers in de vorm
van een stevige doos die ik de hele reis terug naar
huis voor me in de lucht hield zodat hij niet zou schokken.
Ik had pijn in mijn armen van de doos ophouden, maar
dat deerde me niet echt, want ik was veel bezorgder
over Fido. Ik had een waslijst met instructies meegekregen.
Hij moest zes weken op doeken worden gehouden omdat
hij absoluut niet met zaagsel of hooi in aanraking mocht
komen. Hij moest zes weken apart van andere cavia's.
Hij moest iedere dag een groot aantal pijnstillers,
onstekingsremmers en antibiotica hebben. Zijn wonden
moesten om de paar uur worden ingesmeerd met een zalfje.
Hij moest op een kruik liggen zodat hij warm zou blijven.
Hij moest, als hij dan nog zou leven, over een week
terugkomen om zijn mondje te laten uitspoelen met een
of ander spul en om nog meer injecties te krijgen.

|
Fido
in gelukkiger tijden, omringd door zijn
dames. |
Na een week leefde hij nog. Zowaar. Dat
was toch wonder nummer drie. De dierenarts was echter
helemaal niet opgewekt toen we voor controle kwamen.
Integendeel. Hij kon nog altijd dood gaan, want de infectie
was een taaie jongen. Het was ook de eerste keer dat
ik het resultaat van de operatie zag, want ik had hem
nog niet op durven te pakken om hem te bekijken. Ik
pakte hem wel op om de kooi te verschonen en nieuwe
doeken en verse kruiken neer te leggen, maar ik durfde
hem niet aan een onderzoek te onderwerpen. Maar nu moest
het toch gebeuren, en daarom keek ik mee. Maar toen
ik de ravage gezien had, was ik zo mogelijk nog somberder
dan de dierenarts. Hij had geen mond meer over! Zijn
toch al niet brede mondje leek nergens naar; overal
waren stukken huid en vel weg en alles rondom zijn kin
en mond en wangen was kaal. Alsof iemand met een passer
een cirkel had getrokken met zijn mondje als centraal
punt en vervolgens alles radicaal had weggesneden. En
dat was alleen nog maar wat je kon zien: aan de binnenkant
van zijn mond, aan zijn kaak en in zijn keel waren ook
lappen vlees verwijderd. Arme Fido. Ik moest na
een week weer terugkomen -als hij nog zou leven.
Na een week leefde hij nog. Ik begon gewend te
raken aan wonderen en stond deze keer trots voor de
dierenarts. Die infectie mocht dan wel een taaie jongen
zijn, maar Fido was ook niet de eerste de beste! Fido
was een macho! Fido kon zelfs een harem van vier dames
aan, dus waarom zou hij niet een lullig infectie'tje
aankunnen? De arts haalde mij uit mijn dromen door te
zeggen dat ze niet had gedacht dat hij zou overleven.
Ze had zelfs even overwogen om hem maar direct te laten
inslapen omdat ze nog nooit had meegemaakt dat een dier
waarbij de infectie zover gevorderd was, het had overleefd.
En omdat het herstel, als hij dan toch nog zou overleven
voor een paar dagen, heel naar was en ze hem dat had
willen besparen. Ik zakte weer een beetje in, maar
veerde dan weer op. Infectie of niet, Fido was er nog
steeds! En ik kon me niet indenken dat hij het nu niet
zou halen. De arts durfde ook gematigd positief te zijn
en in een goede stemming togen we weer huiswaarts.

|
Kara
staat op het randje omdat ze daar een lekker
hapje ziet, maar Fido heeft al een lekker
hapje! |
Na zes weken leefde Fido nog steeds en
was hij het Achtste Wereldwonder van de dierenkliniek
geworden. Iedereen keek hem met ontzag en bewondering
aan als hij binnenkwam en de dierenarts lachte breeduit
en knuffelde eerst Fido voor ze mij gedag zei. Nou,
ja, dat mocht ook wel, want zij had uiteindelijk de
operatie gedaan. Hoewel Fido's herstel natuurlijk helemaal
op conto van Fido kwam! Verheugd gingen we
naar huis. Fido was helemaal hersteld verklaard en hoewel
de littekens altijd zichtbaar zouden blijven, zou hij
geen blijvende schade ervan ondervinden. De afzondering
en het leven op handdoeken en het menu zonder hooi waren
verleden tijd: Fido kon weer herenigd worden met zijn
harem! Deel 1 van Een nieuw
begin
is Een nieuw begin Deel
2 van Een
nieuw begin is De Tesselaar Deel
3 van Een
nieuw begin is Silly Cilly Deel
4 van Een
nieuw begin is Meneer Macho Deel
5 van Een
nieuw begin is De meidengroep Deel
6 van Een
nieuw begin is deze column. Deel 7 van Een nieuw
begin
is Ik weet het niet!
Deel
8 van Een
nieuw begin is Eindelijk
rust!
Deel 9 van Een nieuw begin is Fido's geluk
Deel
10 van Een
nieuw begin is Een slecht
caviajaar
|