|
Het was het jaar 2002 en het was de maand april. Ik kwam op de ochtend van 15 april de huiskamer in en wilde de cavia's goedemorgen wensen en ze dan te eten geven. Maar toen ik Gwennie aanraakte om haar gedag te wensen, stokte ik. Want ze was koud en stijf. Ze lag met haar kont in de opening van het nachthokje en het was dan ook alleen haar kont die ik gezien had. Ik tilde het nachthokje op en staarde op haar neer. Baderon kwam aangehold en onderzocht haar: "Oh,
dus dàt is er met haar aan de hand! Ik dacht al... waarom komt ze het hokje niet uit?"
Baderon had niet naar binnen kunnen gaan omdat Gwen de opening versperde. Ik aaide hem en bedacht dat ik een nieuw vriendinnetje voor hem moest regelen; Baderon was geen cavia die alleen kon zijn. Voor Baderon haalde ik Nerissa bij een fokker; een crème gladhaar met een enorm brede bek die alleen at en sliep. Voor iets anders had ze geen tijd. Het was de zomer van 2002 en het was heet, heel heet; een hittegolf. En ik lag ziek te bed. Ik krabbelde er alleen uit om de cavia's eten te geven. Dat ging
nog net. Op een van die hete dagen vond ik Cilly half op haar zij en half op haar rug liggend in de kooi. En ik wist meteen: 'Een hersenbloeding.' Ik zette haar op haar pootjes en keek even toe hoe ze zonder succes probeerde vooruit te komen, en dan nam ik haar mee naar bed. Daar, met haar tegen mijn borst aan, bleef ik wachten tot er hulp zou komen die met Cilly naar de dierenarts zou kunnen. Ik kon het helaas niet omdat ik daar te ziek voor was. De dierenarts bevestigde wat ik al had geweten en zo verloor
ik Cilly. In oktober van datzelfde jaar werd Musca ziek. Ze zat er wat ziekjes bij, met opgezette haren. De dierenarts constateerde dat ze haken aan haar kiezen had en Musca werd onder narcose gebracht en de haken werden afgevijld. Toen ze weer thuis was, wilde ze wel eten, maar het lukte niet. De dierenarts had gezegd dat het vaak voorkwam dat cavia's die last hadden gehad van hun kiezen op een andere manier moesten leren eten dan ze gewend waren. Bij Baderon was dat destijds prima gelukt; hij miste
twee ondertanden maar kon nog prima eten zolang ik het eten maar fijn sneed.
Ik deed hetzelfde voor Musca, maar bij haar werkte het niet. Al het voer wat ik probeerde, kreeg ze niet naar binnen. Ik ging over op dwangvoederen. Zo hield ik haar een maand in leven. Tot ik op een dag besefte dat het zo niet meer langer kon; ze had er zelf geen zin en geen lol meer in. Maar voor ik met haar naar de dierenarts had kunnen gaan, stierf ze thuis. Het jaar 2002 was bijna om; het was 29 december. En ik keek naar Nerissa. Ik was al een paar keer met haar naar de dierenarts gegaan omdat ze
van die rare geluiden maakte: ze snoof, proestte, nieste, kuchte. De arts had gezegd dat ze allergisch was, maar hoewel ik stofvrije bodembedekking en stofvrij hooi had, bleef ze van die rare geluiden maken en ik was langzamerhand tot de overtuiging gekomen dat er iets met haar luchtwegen aan de hand was. En ik besloot om morgen toch maar weer de arts te bellen. Intussen zat ze redelijk rustig in de kooi, maar opeens nam ze een sprong en belandde op het voerbakje. En toen was ze heel stil. Toen ik haar oppakte,
was ze al dood.
Kara was al oud, maar ze kwam 2002 zonder al te veel kleerscheuren door. Ze kreeg wel steeds meer last van haar achterpoten en op een gegeven ogenblik kon ze niet meer lopen. Dat deerde haar echter niet in het minst; ze lag de hele dag naar de andere cavia's en naar mij te kijken en als ze zag dat ik keek, zei ze: "Prut," en dat betekende: "Wat is het gezellig, hè?" Kara was een hele tevreden en gelukkige cavia, ook al moest ik haar dan iedere dag een keer of drie, vier optillen om
het plekje waar ze lag schoon te maken. Omdat ze niet meer kon lopen, bevuilde ze immers het plekje waar ze lag en ze kon niet weglopen van de keutels en de plasjes. 's Avonds legde ik haar in haar nachthokje en 's ochtends haalde ik er haar weer uit. En ze begreep precies waar dat voor was! Maar toen de dag kwam dat ze pijn kreeg, moest ik toch naar de dierenarts. En zo stierf Kara één jaar en zeven dagen nadat Gwennie was gestorven. Vijf cavia's in één jaar verliezen is niet niks en ik
had dat nog nooit meegemaakt. En wil het ook nooit meer meemaken, want zoiets gaat je niet in je koude kleren zitten. Dat ik nooit zoveel kontakt met Gwennie en Musca had gehad, deed er niets toe. Gwennie was zomaar opeens weg. Ze was nooit ziek geweest en had nooit problemen gehad. Ze werd ook niet ouder en je kon niets aan haar zien. En dan zomaar opeens weg... dat geeft een klap.
Musca had ik een maand lang in leven weten te houden. Het was de eerste cavia die ik had gedwangvoederd - ik wist toen nog niet eens dat die term bestond, ik noemde het gewoon 'voeren'. Ik had een maand lang beurtelings in onzekerheid geleefd of ze het wel zou halen en in de hoop dat ze het zou halen en tussen die twee emoties was ik een maand lang heen en weer geslingerd. Bovendien duurde het 's ochtends drie uur en 's avonds drie uur voor ze gegeten had.; het duurde een eeuwigheid voor ze een klein hapje had
doorgeslikt en hoewel ik het er graag voor over had, slaat dat een gat in wat je aankan: iedere dag zes uur een cavia voeren is niet niks. Toen zij dood was, voelde ik me verslagen omdat ze het, ondanks al mijn inspanningen, toch niet gered had en ik voelde me opgelucht omdat ik haar niet meer iedere dag zolang hoefde te voeren. Cilly was mijn bureaucavia. Ze zat in een kooi die op het bureau stond en als ik aan mijn bureau zat, keek ze altijd wat ik deed. En dan aaide ik haar regelmatig en ik noemde
haar Cillybilly en dan kwam ze uit het hokje om nog eens beter te kijken wat ik deed. Op schoot zitten vond ze niet leuk, maar kijken wat ik deed, was het allerleukste wat er bestond in een cavialeven - of althans, in haar leven! Toen zij er niet meer was, had ik opeens ruimte over op mijn bureau, maar ook in mijn handelingen, want ik was zó gewend om haar regelmatig te aaien dat dat maar moeilijk af te leren was en ik herhaaldelijk kopjes thee omgooide of tegen de lamp aanstootte als ik mijn hand uitstrekte
om haar te aaien. Nerissa's dood was een enorme klap. Ze was namelijk de baby toen ze kwam, de allerjongste en ze had iedereen behoren te overleven. Ze had er nog moeten zijn, járen nadat Baderon was overleden. Maar zij was de eerste die ging, niet hij. Ze was pas negen maanden toen ze stierf. Later kwam ik erachter dat zij een 'snuiver' was; zo worden cavia's genoemd die worden gefokt op een brede bek en een brede kop, maar die juist daardoor last van hun luchtwegen krijgen. En Nerissa hàd een brede
bek. Ze had zó een brede bek dat het mij moeite kostte om mijn vingers om haar koppie te krijgen. Kara's dood was ingrijpend omdat ze nog niet wilde. Ze wilde leven. Ze wilde verder leven! Ook al was ze dan gehandicapt, ook al kon ze dan niet meer lopen, ook al had ze pijn... dat maakte allemaal niets uit! Ze wilde gewoon verder leven! Maar wat doe je als het lichaam van een dier op is? Het enige wat je kan doen. Er waren twee spuitjes voor nodig voor ze dood was. En dat was niet leuk om mee te maken.
Na een jaar waarin vijf van mijn cavia's gestorven waren en ik te maken had gekregen met heel veel zorg en heel veel tegenstrijdige emoties, had ik het gehad. Ik hoefde geen nieuwe cavia's meer. Cleo en Laila zaten samen, Baderon en Fido zaten alleen maar ze konden elkaar wel zien. Ik zou eigenlijk voor hen vriendinnetjes moeten nemen, maar ik kon dat niet meer aan. De afgelopen jaren had ik zó m'n best gedaan voor Fido en toen hij eindelijk Musca accepteerde en zij hem, ging zij dood... En voor
Baderon had ik aan de lopende band cavia's in huis gehaald omdat hij niet alleen kon zitten, maar al die cavia's waren ouder en gestorven. En toen ik voor hem een jonkie nam zodat hij tot zijn dood met haar samen zou kunnen leven en ik me nooit meer zorgen zou hoeven te maken over hem, was Nerissa dood gegaan... Ik had het helemaal gehad. Ik wilde nóóit meer nieuwe cavia's!
(Maar ook dat kwam uiteindelijk weer goed! ;-) )
|