Genetica Genetica is erfelijkheidsleer. Dat wil
zeggen dat het zich bezighoudt met hoe eigenschappen
van ouders op hun kinderen overgaan. Mensen die lang
zijn, krijgen ook meestal lange kinderen. Mensen die
donker haar hebben, krijgen ook meestal kinderen met
donker haar. Dat is genetica. Die lange ouders hebben
in hun lichaam bepaalde cellen zitten die de eigenschap
'lengte' aan hun kinderen door kunnen geven. Die bepaalde
cellen heten genen. Die genen zitten door het hele
lichaam en ook in de eicellen van de vrouw en de zaadcellen
van de man. Als zo'n eicel van een lange vrouw en een
zaadcel van een lange man versmelten en één
cel worden, zit in die cel het gen 'lengte'. En omdat
dat van lange ouders afkomstig is, codeert dat gen ook
voor lang. Coderen wil zeggen: geeft opdracht toe. In
dit geval geeft het gen opdracht om het lichaam tot
een bepaalde lengte te laten uitgroeien.
Caviagenetica Bij cavia's werkt het net zoals
bij mensen. Twee grote cavia's krijgen meestal ook groot
nageslacht. En twee zwarte cavia's krijgen meestal ook
zwarte jonkies. Meestal, want je kan niet alleen op
het uiterlijk afgaan van de cavia. Die genen zitten
namelijk aan de binnenkant. 'Maar', zal je dan zeggen,
'als ik twee zwarte cavia's heb, dan zie ik toch dat
ze zwart zijn? Dus waarom zouden er dan geen zwarte
jonkies uitkomen?' Dat komt omdat bepaalde eigenschappen
wèl tot uiting komen en sommige niet. Een
cavia kan zwart zijn en toch een wit jonkie op de wereld
zetten. Dat komt dan omdat in zijn genen zowel de kleur
zwart als de kleur wit zit. Echter, alleen de kleur
zwart is tot uiting gekomen bij hem. Hoe dat kan? Omdat
er zowel dominante als recessieve eigenschappen zijn.
Dominant wil zeggen overheersend. Recessief
wil zeggen terugtredend. In de genetica is een dominante
eigenschap een eigenschap die ALTIJD tot uiting komt.
Een recessieve eigenschap is een eigenschap die ALLEEN
optreedt als hij niet wordt onderdrukt door een dominante
eigenschap. Een cavia heeft in zijn genenpakketje
ondermeer genen zitten die de kleur van zijn vacht bepalen.
Bij een zwarte cavia is dat sowieso de kleur zwart.
Maar er kan dus ook een andere kleur in zijn genenpakketje
zitten, bijvoorbeeld wit. Het zwart zie je, het wit
niet. Genenpakketjes van
de cavia Laten we ons genenpakketjes
eens voorstellen als cirkeltjes. In ieder genenpakketje
zit de mogelijkheid om twee kleuren te herbergen. In
het linker genenpakketje zit alleen zwart. In het middelste
zit zowel zwart als wit. In het rechter genenpakketje
zit alleen maar wit. Als we ons nu indenken
dat het linker genenpakketje, dus dat met alleen maar
zwart, in een cavia zit, dan krijgen we een geheel zwarte
cavia.  Een cavia met in zijn
genenpakketje alleen maar zwart, is niet alleen zwart,
maar kan ook alleen maar de kleur zwart doorgeven aan
zijn kinderen. Iets anders, een andere kleur, heeft
hij namelijk niet. Hij is dus raszuiver voor wat betreft
de kleur. Raszuiver betekent ongemengd. Raszuiver betekent
dat je alleen maar die ene eigenschap door kan geven,
en niet iets anders. Een witte cavia die in
zijn genenpakketje alleen maar de kleur wit heeft zitten,
is ook raszuiver.
Het kruisen van
raszuivere cavia's
Als we nu de raszuivere zwarte
cavia en de raszuivere witte cavia met elkaar kruisen,
dus met elkaar laten paren zodat ze nageslacht krijgen,
dan krijgen we als nageslacht alleen maar zwarte jonkies.
Hoeveel jonkies het zijn, maakt niet uit. Het kan er
één zijn, het kunnen er acht zijn; ze
zijn allemaal zwart. Altijd. Ook als je de zeug meerdere
nestjes laat hebben, dan zal haar nageslacht altijd
uit zwarte jongen bestaan. Of de vader wit is en
de moeder zwart of juist andersom, maakt ook niets uit.
Uit een raszuivere witte en een raszuivere zwarte cavia
komt alleen maar zwart. Het wit lijkt verdwenen te zijn.
Maar dat is niet zo. Het wit zit er namelijk wel in,
in dat zwarte nageslacht, maar je ziet het niet.
 
Genotype en fenotype
Dat het wit er wel inzit, in dat zwarte nageslacht,
maar dat je het niet ziet, is het verschil tussen genotype
en fenotype. Genotype is dat wat de cavia aan genen
heeft. Fenotype is welke van die genen tot uitdrukking
zijn gekomen. In het geval
van een zwarte cavia die in zijn genenpakketje zowel
zwart als wit heeft zitten, is zijn genotype dàt
hij zwart en wit in zijn genenpakketje heeft zitten.
Het fenotype is echter zwart. Dàt is namelijk
tot uitdrukking gekomen in zijn vacht. Niet het wit.
Het wit is dus een gen dat NIET tot uitdrukking is gekomen.
Maar de cavia kan het wèl doorgeven aan zijn
nageslacht. De cavia is dus niet raszuiver
voor de kleur. Immers, als je alleen maar zwarte cavia's
wilt, heb je niets aan cavia die zowel zwart als wit
kan doorgeven aan zijn nageslacht. Dan wil je een cavia
die alleen maar zwart vererft (doorgeeft aan zijn kinderen).
Aan de buitenkant
zie je het niet Aan de
buitenkant kan je dus niet zien of een cavia raszuiver
is. De enige manier waarop je kan zien of een cavia
raszuiver is, is door naar zijn stamboom te kijken en
naar zijn nageslacht. Als zijn beide ouders zwart
waren en diens ouders óók, en diens grootouders
ook en zijn betovergrootouders ook en zijn betbetovergrootouders
ook en als dat zo doorging tot in een ver en grijs verleden,
dan heb je een raszuivere zwarte cavia. Maar als
de moeder van de cavia wit is (of een andere kleur)
of als een van de grootouders of betovergrootouders
of een van de verre betbetbetbetbetovergrootouders...
dan heb je geen raszuivere cavia. Je kan tot in lengte
van dagen blijven fokken met zwarte cavia's en er iedere
keer zwart uitkrijgen en toch géén raszuivere
dieren hebben... Ratio 1:2:1 Dat dat mogelijk is (dat je dus steeds
zwart uit dieren krijgt die niet raszuiver zijn) komt
door een 'trucje' van Moeder Natuur. Bij genetica is
het namelijk zo dat je altijd een bepaalde ratio hebt.
Dat ontdekte Mendel en dat principe staat uitgelegd
op de
pagina Genen. Het komt
er op neer dat er een ratio van 1:2:1 is. Dat wordt
hieronder verduidelijkt. Als je namelijk de
zwarte cavia's die je hebt gekregen uit de combinatie
van een raszuivere witte en een raszuivere zwarte cavia
met elkaar verpaart (dus met elkaar laat paren) dan
krijg je een combinatie van die genenpakketjes van de
ouders. (Dat heet overigens inteelt (zussen en broers
aan elkaar verparen), maar voor de duidelijkheid van
het voorbeeld doen we even alsof.) Omdat de ouders
in hun beider genenpakketjes zowel de kleur zwart als
de kleur wit hebben zitten, wordt dat gemengd in hun
nageslacht. En dat gebeurt altijd in de ratio 1:2:1.
Dat wil zeggen dat je uit die combinatie het volgende
krijgt:
1 raszuivere zwarte cavia met
een genenpakketje van zwart/zwart |
kleur vacht: zwart |
1 raszuivere witte cavia met
een genenpakketje wit/wit |
kleur vacht: wit |
2 cavia's die zowel zwart als
wit in hun genenpakketje hebben zitten
|
kleur vacht: zwart |
Bij
dit nageslacht is het makkelijk om de raszuivere cavia
eruit te halen: dat is namelijk de witte. Maar van
die drie zwarte is er dus één raszuiver
en twee niet. Maar welke? Dat weet je niet. Er is geen
enkele manier waarop je kan zien wie wie is. De
enige manier waarop je het onderscheid kan zien, is
door ze nageslacht te laten krijgen. Zit er wit in,
dan weet je dat ze niet raszuiver zijn. Maar, het
erge of de grap, (het is maar net hoe je het bekijkt!),
als je géén wit krijgt en alléén
maar zwart, dan is het goed mogelijk dat ze óók
niet raszuiver zijn. Je kan tot in lengte van dagen
er zwart uitkrijgen en tòch te maken hebben met
ouders of één ouder die óók
wit in het genenpakketje heeft zitten. Hoe dat
kan? Door die ratio van 1:2:1. En door Moeder Natuur.
Als je kleine nesten krijgt neemt de kans af dat
die ratio gehaald wordt. Als je iedere keer twee jonkies
krijgt, kan het heel goed dat ze beide zwart zijn; eentje
raszuiver, eentje niet. Maar als je denkt dat ze beide
raszuiver zijn en hun nageslacht is ook alleen maar
zwart (door het niet halen van de ratio) zul je er nooit
achterkomen dat er ergens, stiekem, wit in een genenpakketje
zit. En zelfs als je wel grote nesten krijgt,
is daar nog altijd Moeder Natuur. Misschien krijg je
wel een nest van zeven. Volgens de ratio zou er dan,
àls er wit in een genenpakketje zit, in ieder
geval één wit jonkie uit moeten komen.
En meestal gebeurt dat ook zo. Maar soms niet. Dat is
dan Moeder Natuur; we weten dan gewoon niet waarom het
niet gebeurt. Naarmate een zeug meer nesten krijgt
en grotere nesten heeft, is de kans groter dat het opvalt
dat er wit in het genenpakketje zit - omdat er dan een
wit jong geboren wordt. Maar je kan een zeug niet uitputten
door haar haar leven lang zwanger te laten zijn omdat
jij zo graag wil weten of ze echt wel raszuiver is.
Met Mendels erwtenplanten was het geen probleem; die
konden per duizenden gekweekt worden en daar kon de
ratio vastgesteld worden omdat hij tienduizenden erwten
had; het nageslacht van de erwtenplanten. Met cavia's
werkt dat niet zo makkelijk. Wit (of een andere
ongewenste eigenschap) kan dus generaties lang 'meeliften'
zonder dat deze tot uiting komt.
Waarom is de een
wit en de ander zwart?
De ratio van 1:2:1 zorgt er in ieder geval in theorie
en ook heel vaak in de praktijk voor dat het nageslacht
van twee cavia's die beide zwart en wit in hun genenpakketje
hebben zitten, verdeeld wordt volgens onderstaand voorbeeld.
Eén cavia is wit, drie zijn er zwart. Van de
drie zwarten is er een raszuiver (heeft zwart/zwart
in zijn genenpakketje) en zijn er twee qua fenotype
(dus dat wat je aan de buitekant ziet) zwart maar dragen
'stiekem' ook wit met zich mee (dat is dan hun genotype).
   Maar
nu weten we nog niet waarom dat zo is. Waarom wordt
er eentje wit en drie andere zwart? Waar ligt dat aan?
Dat ligt aan het feit dat erfelijke eigenschappen dominant
of recessief kunnen zijn. Zwart is bij de cavia dominant
over wit. Dus als er in zo'n genenpakket zwart zit,
dan wordt de cavia zwart. Of er nu één
deel van het genenpakket zwart is of beide delen, maakt
niet uit; zodra er ook maar één deel zwart
is, maakt dat witte niet meer uit en wordt de cavia
zwart. Pas als beide delen van het genenpakket wit
zijn, wordt de cavia ook wit. Het is net alsof
het witte niet tegen het zwarte op kan. Het zwart is
sterker en overheerst het wit. Geneticasymbolen
In de caviagenetica wordt
een eigenschap altijd met twee onderdelen geschreven.
In het geval van de genenpakketten van zwart en wit,
kan je je dat als volgt voorstellen: Zwart-Zwart
Wit-Wit Zwart-Wit Dat zijn namelijk de mogelijke
combinaties. Echter, het is natuurlijk handig om aan
te geven welke kleur dominant is en welke niet. Nu weten
we inmiddels wel dat zwart dominant is over wit, maar
er zijn nog veel meer eigenschappen die tot uiting kunnen
komen in een cavia en om ze allemaal uit je hoofd te
leren is veel werk. Daarom geven we aan wat dominant
is en wat niet. Dat zou er dan zo uit kunnen zien:
ZWART-ZWART wit-wit ZWART-wit Nu is het
echter wel veel werk om iedere keer woorden op te schrijven
en daarom zijn er in de genetica symbolen ontwikkeld
(en bedacht door Mendel) om die eigenschappen mee aan
te geven door middel van letters. Een eigenschap
die dominant is, wordt met een hoofdletter geschreven.
Een eigenschap die recessief is, wordt met een kleine
letter geschreven. In ons voorbeeld van zwart en
wit, zou dat dan er zo uitzien: Z-Z w-w
Z-w Echter, in de genetica doet men het zonder streepjes.
Zo dus: ZZ ww Zw En helaas voor ons,
is Mendel niet afgegaan op de kleuren zwart en wit bij
de cavia, maar is hij gewoon begonnen bij A, het begin
van het alfabet. Hoe leuk ons voorbeeld dan ook is,
het is niet de werkelijkheid. De genetische code
voor zwart is: aaBBCCEEFFPP en voor wit (met donkere
ogen): aabbcrcreeFFPP.
Hoe dat werkt, met al die genetische symbolen, kan je
lezen op de pagina AaBbCc.
Meer over genen (met wetenschappelijke termen)
vind je op de pagina Genen.
|