De bevalling:
Hoe verloopt een normale bevalling?
Navelstreng
Vruchtwater
Nageboorte
Vlies
Direct
na de bevalling
Tot 12 uur na de geboorte
Nestvlieders
Uit hoeveel jonkies bestaat een nest?
Hoe wordt geslacht/aantal bepaald?
Hoe
weet je wanneer de zeug moet bevallen?
Hoe
weet je wanneer de zeug moet bevallen?
Hoe voel je de ontsluiting?
Hoeveel ontsluiting is nodig?
Het bekken van de cavia en de cruciale
rol die het speelt bij de bevalling
Wat zorgt ervoor dat de bevalling begint?
Wat doet een cavia die weeën heeft?
Moet ik helpen bij de bevalling?
Wanneer moet ik de dierenarts inschakelen?
Wanneer
moet de beer weg?
Wanneer mag een beer ná
de bevalling weer bij de zeug?
Een persoonlijke beschrijving van een
caviabevalling
De bevalling:
Hoe verloopt een normale bevalling? De bevalling vindt plaats
gemiddeld 68 dagen na de bevruchting, maar kan tussen
de 59 en 72 dagen na de bevruchting plaatsvinden.
De bevalling bestaat uit drie delen, de ontsluitingsfase,
de uitdrijvingsfase en de nageboorte. De geboorte duurt
ongeveer een half uur - de uitdrijvingsfase en de nageboorte
- de ontsluitingsfase duurt beduidend langer dan dat
halve uur. Ook als je precies weet wanneer de cavia
bevrucht is, dan nog komt de bevalling meestal als een
verrassing. Er zijn weinig zeugen die precies op de
uitgerekende dag bevallen. Bij een eerste nestje duurt
het meestal een of twee dagen langer dan de uitgerekende
dag, bij grotere nesten duurt het meestal een paar dagen
korter en bij één jong duurt het meestal
wat langer. De ontsluitingsfase De ontsluitingsfase
begint ongeveer 48 uur voor de bevalling, hoewel sommige
symptomen al twee weken van te voren kunnen optreden.
De bevalling wordt ingeleid door de volgende symptomen:
- Slijmpropverlies De slijmprop is
een propje van slijm in de baarmoedermond dat de baarmoeder
afgesloten houdt van de buitenwereld. Het verliezen
van de slijmprop houdt in dat de bevalling op komst
is, maar omdat de slijmprop ook één of
twee weken voor de bevalling verloren kan worden, is
het geen nauwkeurige aanwijzing. - Bloedverlies Soms kan er wat
bloed verloren worden in de ontsluitingsfase.
- Weeën Weeën kunnen
soms al twee dagen van te voren beginnen. De zeug kan
dan puffende geluidjes voortbrengen, of gepiep dat anders
klinkt dan het normale gepiep. De weeën ontstaan
doordat de baarmoeder zich samentrekt. Meestal een paar
uur van te voren, beginnen de 'echte' weeën; de
weeën die een inleiding zijn op de uitdrijvingsfase.
- Ontsluiting Door de weeën
ontstaat er ontsluiting. Ontsluiting is het oprekken
van de baarmoederhals en baarmoedermond zodat deze groot
genoeg worden om de jongen door te laten. Volledige
ontsluiting is als de baarmoeder en de vagina even wijd
zijn. De eerste centimeters gaan altijd het langzaamst,
daarna gaat het sneller. Bij een eerste nestje gaat
het langzamer dan als de zeug al eerder bevallen is.
- Vruchtwaterverlies Het vruchtwater
zit in de vliezen die de jongen omgeven. Als het vruchtwater
breekt, is dat een zeker teken dat de bevalling begonnen
is, want de vliezen breken meestal pas als er volledige
ontstluiting is bereikt. - Bekkenopening Het bekken zet ongeveer 48 uur voor de
bevalling sterk uit. Dat het bekken uitzet is nodig
omdat anders de opening voor de jongen te smal is. De
bekkenbeenderen worden samengehouden door bindweefsel.
Dit bindweefsel gaat (tot al twee weken vóór
de bevalling) langzaamaan losser zitten tot de beenderen
los zitten. Je kan dit ook voelen bij de zeug door bij
de vulva te voelen, net onder het staartbotje.
Uitdrijvingsfase De uitdrijvingsfase
duurt ongeveer tussen de 10 en 30 minuten. Als de baarmoedermond
voldoende is opgerekt en één geheel vormt
met de baarmoeder en alles klaar is om de jongen uit
te drijven, volgt de uitdrijvingsfase die gekenmerkt
wordt door persweeën. Persweeën zijn de samentrekkingen
van alle spieren in de onderbuik en in de baarmoeder
bij elkaar. Deze enorm krachtige samentrekkingen zorgen
er voor dat de jongen door de vagina naar buiten geduwd
worden. Omdat persweeën veroorzaakt worden
door de spieren in de onderbuik en niet door de baarmoeder
zelf, kunnen persweeën tegen worden gehouden. Dit
is bijzonder nuttig indien de cavia in het wild opeens
met gevaar wordt gefronteerd. Indien ze geen controle
over de persweeën zou hebben, zou ze, als bijvoorbeeld
een roofdier haar ontdekt zou hebben, geen enkele kans
hebben - en haar jongen ook niet. De zeug zal
zich meestal tussen haar voorpoten door voorover buigen
zodat ze bij de jongen kan. Ze bevalt dus staand. Alleen
als ze heel moe is, zal ze gaan liggen, maar dan is
er meer aan de hand en dien je waarschijnlijk naar de
dierenarts te gaan. Ze zal zodra ze er bij kan,
het jong dat op het punt staat geboren te worden, vastpakken.
Ze doet dit met haar snijtanden en ze grijpt daarmee
achter de snijtanden van het jong. Dat heeft twee voordelen:
- Als ze het jong vastheeft, kan ze het er uit trekken
wat de bevalling vergemakkelijkt voor zowel haar omdat
ze dan minder hoeft te persen, als voor het jong omdat
het dan korter onderweg is. - Als ze het jong achter
de snijtanden beetpakt met haar eigen snijtanden, snijdt
ze met haar tanden het vlies door dat om het jong zit.
Op die manier kan het jong ademen. Het kan zijn
dat de zeug het vlies opeet, maar het kan ook zijn dat
een stuk op een jong blijft zitten. Zolang dat niet
over z'n neus en mond zit, is het niet erg. Nageboorte Nadat de jongen
geboren zijn, volgen de nageboortes (de placenta's).
De placenta of nageboorte wordt ook wel moederkoek genoemd.
Als de jongen geboren zijn, wordt de baarmoeder kleiner.
Omdat de baarmoeder kleiner wordt en door de samentrekkingen
van de baarmoeder, laten de placenta's los. Omdat de
placenta's letterlijk losscheuren van de baarmoeder,
gaat dit altijd gepaard met bloedverlies. Deze bloedingen
stoppen vrij snel. De zeug eet de placenta's op,
hoewel ze er soms eentje laat liggen. Er zijn een aantal
redenen waarom ze dat doet: - In de moederkoek zitten
uiteraard voedingsstoffen en de gewoonte om de moederkoek
op te eten stamt uit de tijd dat de cavia nog in het
wild leefde en het moeite kostte om je voedsel bij elkaar
te zoeken. Zeker in de kwetsbare periode direct na de
bevalling als de moeder nog niet voldoende is hersteld
om al zelf eten te gaan zoeken, is het eten van de moederkoek
een goede manier om aan je energie te komen; - Door
het opeten van de moederkoek en het uitwissen van ieder
spoortje van de bevalling, zoals bloed, zorgt ze ervoor dat er geen roofdieren op het bloed of de
geur afkomen; - In de moederkoek zit veel vitamine
B6 en dit gaat depressies tegen, dus ook de post-natale
depressie (nataal is Latijn voor 'de geboorte betreffend
en 'post' betekend na); - De moederkoek zou
ook stoffen bevatten die ervoor zorgen dat huid en haar
in goede conditie blijven en dat de overgang van zwanger
zijn naar niet zwanger zijn geleidelijker verloopt;
- Een andere reden waarom de moederkoek wordt opgegeten
is omdat dit de melkproductie stimuleert. Na de bevalling Na de bevalling
kan de zeug nog wat bloeden en de baarmoeder kan pijn
doen. Deze trekt zich immers samen om de afmetingen
aan te nemen die hij voor de zwangerschap had. Het geven
van borstvoeding stimuleert dit samentrekken wat de
genezing ten goede komt. overzicht
Navelstreng De moeder bijt
vrijwel altijd zelf de navelstreng door. Soms blijft
er een sliertje navelstreng aan het jong hangen; deze
valt vanzelf binnen een paar dagen af. Hier hoef je
niets aan te doen. Als de moeder de navelstreng niet
heeft doorgebeten en deze nog aan de nageboorte vastzit,
dien je de navelstreng door te knippen. Dit kan je met
een schaar doen of met een ander scherp, schoon voorwerp.
De schaar van te voren ontsmetten (met bijvoorbeeld
Dettol) is een goed idee. Zorg er dan voor dat je dat
niet heel dicht bij het jong doet, maar liever wat verder
van hem af; een stukje er aan laten hangen is beter.
overzicht
Vruchtwater De ene cavia
heeft veel meer vruchwater dan de ander. Hierdoor kan
het gebeuren dat een cavia die heel dik is, weinig jongen
baart terwijl een cavia die redelijk smal blijft, best
veel jongen kan baren. overzicht
Nageboorte De nageboorte
(placenta) wordt eigenlijk altijd opgegeten. Van nature
doet ieder dier dit om zo ieder spoor van bloed, en
de geur van bloed, te verwijderen. Bloed trekt namelijk
roofdieren aan. Daarnaast is de placenta ook een
rijke bron van voedingsstoffen die de moeder na de geboorte
helpt gezond te blijven. overzicht
Vlies Als er een
vlies om de kop van het jong heenzit, dien je dit te
verwijderen. Het vlies belet het jong namelijk te ademen.
Je trekt het vlies heel makkelijk uit elkaar; het is
niet dik en makkelijk met een vingernagel te doorprikken.

|
Het vlies dat om een jong
zit. Er zitten strootjes en grasjes
aan omdat het jong immers in de kooi is
geboren. Al heel snel verschrompelt
het vlies en droogt het in. |
overzicht
Direct na de
bevalling
Zodra een jong geboren is, zal de zeug het vlies
er af trekken en het opeten en het jong likken. Het
kan echter voorkomen dat de jongen zo snel na elkaar
geboren worden, dat ze daar geen tijd voor heeft. Na
de geboorte zal ze even uitpuffen. Ze zal ook zichzelf,
de jongen en de omgeving schoonmaken. Het is dan ook
heel normaal dat je al vrij snel geen tekenen meer van
de bevalling ziet, zoals bloed en placenta's. Soms eet
een zeug niet alle placenta's op en als ze dat niet
doet, is de placenta niet goed (vaak is dat dan van
een zwak of doodgeboren jong) of zijn het er te veel
(het komt voor dat ze bij een worp van zes één
of twee placenta's laat liggen). De jongen zijn
direct na de bevalling nog nat. Je kan ze direct
na de bevalling even oppakken om te kijken of ze gezond
zijn, of alles er op en er aan zit en om te zien van
welk geslacht ze zijn, maar dit mag niet langer dan
een paar tellen duren want het is veel belangrijker
dat ze bij de moeder blijven. Ze zijn immers nog niet
gewend aan deze wereld, ze zijn nat en daarom hebben
ze het koud(er) en de moeder verschaft zowel warmte
als veiligheid. Ze drinken nog niet direct. Ze kunnen
ook nog niet direct goed lopen; als ze lopen, zal dat
eerder wat wankelen en waggelen zijn. Dit trekt vanzelf
bij. overzicht
Tot 12 uur
na de geboorte
De moeder moet natuurlijk bijkomen van de bevaling
en de jongen moeten bijkomen van het feit dat ze geboren
zijn. Het kan zijn dat de moeder eerst even een
paar uur gaat slapen en daarna, als ze weer wat op krachten
is, zichzelf, de jongen en de omgeving verder schoonmaakt.
Het is niet ongewoon dat spierwitte cavia's na een bevalling
weer spierwit zijn en je niet één bloedspatje
terugvindt, want zeugen maken, als ze daartoe in staat
zijn, altijd alles bloedvrij. Dat stamt nog uit de tijd
dat ze in het wild leefden: Bloed trekt immers roofdieren
aan. Het kan zijn dat de jongen al willen drinken
of proberen te drinken, maar het kan ook zijn dat ze
dat nog helemaal niet doen. Dat is ook helemaal niet
erg, want meestal is het zo dat ze de eerste 12 uur
na de geboorte niet drinken. Ze hebben nog reserves
meegekregen van de moeder en daar teren ze nu op.
Je kan ze, als ze helemaal droog zijn, wegen zodat je
hun geboortegewicht weet. overzicht
Nestvlieders
Een babycavia weegt ongeveer 10% van het gewicht van
zijn moeder. Dat is ongelooflijk veel. Als een mensenbaby
10% van het gewicht van zijn moeder zou wegen, zou een
vrouw van 75 kilo een baby van 7,5 kilo krijgen! Veel
diersoorten krijgen dan ook beduidend kleinere baby's.
De pups van Duitse Herders wegen 1% van het gewicht
van de moeder, pups van de poedel wegen 5% van het gewicht
van de moeder, en kittens ongeveer 4% van het gewicht
van de moeder; kittens van Brits Korthaar wegen ongeveer
2% van het lichaamsgewicht van de moeder. Het aantal
baby's speelt zeker een rol; zo krijgt een poedel ongeveer
drie of vier pups, maar een Duitse Herder kan er wel
twaalf krijgen. Een pasgeboren Brits Korthaar
kitten van 103 gram weegt minder dan sommige pasgeboren
cavia's, en dat terwijl de kat een veel groter dier
is dan de cavia. De dracht van de kat en de hond
is gemiddeld 63 dagen en daarmee dus korter dan die
van de cavia, die gemiddeld 68 dagen is. Het konijn
heeft een kortere draagtijd dan de cavia, namelijk zo'n
31 dagen. De jonge konijnen komen hulpeloos ter wereld
en moeten eerst nog ongeveer vier weken in het nest
blijven voor zij redelijk zelfstandig de wereld kunnen
verkennen, maar het duurt dan nog een paar weken voor
ze echt zelfstandig zijn. De draagtijd van de muis
is gemiddeld 20 dagen, die van de rat 22 en van de hamster
16. Ook deze jongen dienen eerst in het nest te blijven
omdat zij, net zoals konijnen, blind en kaal ter wereld
komen. En hetzelfde geldt voor pups en kittens; ook
zij zijn hulpeloos de eerste paar weken. De
jongen van de cavia echter, komen ziend en met een complete
vacht ter wereld en kunnen ook vrij kort na de geboorte
al lopen. Het zijn dan ook miniatuurcaviaatjes met alles
er op en er aan. Dat ze zo ter wereld komen, en niet
eerst nog in een nest moeten verblijven, komt omdat
ze mestvlieders zijn. Een nestvlieder is eigenlijk
een jonge vogel die al vroeg het nest verlaat. Dit in
tegenstelling tot een nestzitter, die er langer over
doet voor hij zelfstandig is. Deze term wordt ook voor
de cavia's gebruikt, maar is eigenlijk niet geheel correct
omdat een cavia immers geen nest heeft en er ook nooit
een maakt, ook niet voor de bevaling. De jongen
komen in het wild echter wel op een beschutte plek ter
wereld en blijven daar tot ze goed kunnen lopen en rennen,
wat meestal maar een paar uur duurt. En deze plek wordt
door de moeder vaak gebruikt als rustplek en vluchtplek.
Omdat de jongen nestvlieders zijn, verblijven zij
ook veel langer in de baarmoeder, want het duurt gewoon
een poos voor zij helemaal ontwikkeld zijn. Je zou ook
kunnen zeggen dat de ontwikkeling van een caviajong
geheel en al in de baarmoeder geschied, en de ontwikkeling
van veel andere babydieren, zoals pups en konijnenjongen,
voor een deel in de baarmoeder plaatsvind en daarna
nog verder gaat in het nest. overzicht
Uit hoeveel
jonkies bestaat een nest? De grootte van het nest kan variëren
van één tot veertien jongen. Die veertien
jongen zijn overigens wel in een laboratorium ter wereld
gebracht door een cavia en het verhaal verteld ook niet
of ze het allemaal gered hebben. De meest voorkomende
worpgrootte ligt ongeveer tussen de drie en zes jongen.
overzicht
Hoe wordt
geslacht/aantal bepaald? Het geslacht
wordt bepaald door de beer. Het aantal door de zeug.
overzicht
Hoe weet
je wanneer de zeug moet bevallen? Helemaal precies
kan je het nooit bepalen, maar er zijn wel wat manieren
waaraan je kan zien hoe ver het ongeveer is: - De
bekkenbeenderen moeten zich verwijden voor de bevalling
omdat anders de jongen te weinig ruimte hebben. Deze
bekkenbeenderen kan je aan de kont van de zeug voelen,
net beneden het laatste staartbotje en ter hoogte van
de vagina. Meer daarover hieronder bij Hoe voel
je de ontsluiting? en Hoeveel
ontsluiting is nodig? - Omdat de bekkenbeenderen
uit elkaar gaan, kan de zeug niet meer normaal lopen.
Ze kan niet meer de ene achterpoot voor de andere achterpoot
zetten, en dat komt door de bekkenbeenderen; die houden
normaalgesproken de botten bij elkaar, maar nu niet
meer. Hierdoor is de verbinding weg tussen heup en benen
en daardoor kan ze alleen nog maar huppen; - Sommige
zeugen laten merken dat ze pijn hebben van de weeën
en dit is meestal een heel andere soort piep dan je
normaal hoort. overzicht Hoe voel
je de ontsluiting? De
plek waar je dat kan voelen zit onderaan de ruggegraat
als je voelt vanaf de rug. Ze zitten net boven de vagina
als je vanaf de buikzijde voelt. Het zijn twee botjes.
Als die gaan wijken, is dat de ontsluiting van het bekken.
overzicht
Hoeveel ontsluiting
is nodig?
Ongeveer twee centimeter. Het verschilt van zeug
tot zeug, maar het ligt zo tussen de 1,5 en 2,5 centimeter.

|
Centimeters op ware
grootte. |
overzicht
Het bekken
van de cavia en de cruciale rol die het speelt bij de
bevalling De jongen van
de cavia zijn eigenlijk te groot om geboren te worden.
Er zijn wel meer diersoorten die moeite hebben met het
baren van hun jongen: Zo is de mens ook een diersoort
die eigenlijk te grote jongen baart en die een 'truukje'
toe moet passen om wèl zulke grote jongen te
kunnen krijgen. Bij de mensen lukt dat ondermeer omdat
de schedelbeenderen van een baby, de zogenaamde fontanellen,
nog niet aan elkaar gegroeid zijn. Tijdens de bevalling
kunnen die over elkaar schuiven zodat het hoofd wat
kleiner wordt en alsnog door het geboortekanaal past.
Maar het geboortekanaal wordt zelf ook groter doordat
de bekkenbeenderen soepeler worden. Als dit te erg wordt,
kan het bekkeninstabiliteit veroorzaken. Bij de
cavia is bekkeninstabiliteit de enige manier waarop
de jongen geboren kunnen worden. En de bekkeninstabiliteit
bij de cavia gaat zelfs zo ver dat een zeug vlak voor
de bevalling niet meer normaal kan lopen, maar alleen
nog maar kan huppen: de botverbinding tussen het bekken
en de achterpoten is er eigenlijk niet meer. Deze
bekkenbeenderen, de beenderen die in het bekken rondom
de vagina zitten, gaan vlak voor de bevalling losser
zitten. Zo komt er ruimte rondom de vagina en kan de
vagina oprekken zodat de jongen er doorheen kunnen.

|
Schematische
voorstelling van een bekken met bovenaan
de rugzijde en onderaan de buikzijde. Het
bindweefsel, dat in oranje is weergegeven,
zit zowel tussen de schaambeenderen aan
de buikzijde als tussen het heiligbeen en
de darmbenen aan de bovenkant. |
De botten waar
het bekken uit bestaat, worden bij elkaar gehouden door
kraakbeen en bindweefsel. Als een cavia wordt geboren,
is dit kraakbeen en bindweefsel redelijk soepel en kunnen
de botten nog ten opzichte van elkaar bewegen. Echter,
naarmate de cavia ouder wordt, wordt deze verbinding
steeds stugger en onbuigzamer waardoor de botten steeds
vaster aan elkaar gaan zitten. Bij een bevalling
gaat dit kraakbeen- en bindweefsel weer losser zitten
zodat de botten weer wat kunnen bewegen. Dit noemt men
verweken. Echter, dit kan maar tot op zekere hoogte:
als de botten al heel erg vast zitten aan elkaar doordat
de verbinding muurvast zit dan kunnen ze niet meer losser
worden. En dan is er geen ruimte voor de jongen.
Dit vast gaan zitten van de botten van het bekken gebeurt
bij cavia's rond het eerste jaar. Dat is dan ook de
reden dat een zeugje niet meer haar eerste nest mag
hebben na haar eerste jaar. Het duurt ongeveer
een week voor het bekken na de bevaling weer 'vast'
zit en het zeugje weer normaal kan lopen. overzicht
Wat zorgt
ervoor dat de bevalling begint? Een onderdeel van de
hersenen is de hypothalamus.
De foetus (de onvoldragen vrucht) heeft deze uiteraard
ook. Als de hypothalamus voldoende is gegroeid, zet
hij de bijnieren van de foetus aan tot het maken van
bepaalde stoffen dat de bevalling op gang brengt.
Het hormoon progesteron zorgde er al die tijd voor
dat de baarmoeder in rust bleef, maar door de stoffen
die de foetus aanmaakt, veranderen er een aantal dingen
in de baarmoeder. Zo wordt er meer oestrogeen aangemaakt,
waardoor het niveau progesteron zakt. En de spieren
in de baarmoeder worden klaargemaakt om te kunnen samentrekken;
die beweging is nodig om de foetus naar buiten te drijven.
Het bindweefsel dat de baarmoedermond gesloten hield,
wordt afgebroken zodat de baarmoedermond zich kan openen
en wijder kan worden. Door de stoffen die de
foetus afscheidt, gaat het lichaam van de moeder meer
van het hormoon prostaglandine maken. Dit zorgt ervoor dat
er meer oxytocine wordt aangemaakt; een hormoon dat
ervoor zorgt dat de baarmoeder samentrekt. De baarmoeder
is gevoeliger voor oxytocine door het hele proces dat
in werking is getreden en er wordt, naarmate de weeën sterker zijn, meer
oxytocine aangemaakt waardoor de weeën weer sterker
worden - dit is dus een proces dat zichzelf in stand
houdt en steeds sterker wordt. overzicht
Wat doet
een cavia die weeën heeft?
Dat verschilt van zeug tot zeug en de fase waarin
de bevaling is. Sommige zeugen gaan stil in een hoekje
zitten, anderen draaien rond of lopen heen en weer.
Zich veelvuldig wassen komt ook voor, net zoals het
niet stil kunnen blijven zitten en constant de kooi
rondlopen. De vacht kan uit gaan staan. Het kan voorkomen
dat ze niet meer aangeraakt wil worden, en dat ze bijt
als je dat toch doet om duidelijk te maken dat ze daar
niet van gediend is. Laat haar dan ook met rust.
De meeste puffen en kreunen en piepen. Schreeuwen, hard
piepen en gillen komt ook voor. Meestal staat de zeug
een beetje voorovergebogen en ze kan ineen krimpen als
ze een wee heeft. Het voorovergebogen staan kan lijken
op de houding die ze aanneemt als ze een nachtkeutel
direct opeet. overzicht
Moet ik helpen
bij de bevalling? Normaalgesproken
niet. De cavia weet wat ze moet doen. Ook cavia's die
voor de eerste keer bevallen, schijnen meestal te weten
wat ze moeten doen. Het wordt een ander verhaal
als er iets mis gaat of als de zeug niet weet wat ze
moet doen; dan moet je wel helpen. Maar, zoals bij alles,
geldt hier ook dat als je niet absoluut en voor de volle
100% weet wat je doet, je het beter niet kan doen. Snel naar
de dierenarts is dan de enige optie. Aan de andere kant:
als je pas de volgende dag of over een paar uur bij
een dierenarts terecht kan en er zijn ernstige problemen
die waarschijnlijk het leven van de zeug bedreigen,
dan kan je beter iets dan niets doen. Wie weet heeft
jouw aktie dan toch nog positief effect. Het is dus
ook hier een kwestie van goed voorbereid zijn en je
verstand gebruiken! overzicht
Wanneer moet
ik de dierenarts inschakelen? Altijd als je het
niet vertrouwt, of als je een negatieve verandering
bij de zeug ziet. Niet eten, niet drinken, stil zitten,
met de vacht uit elkaar zitten, diarree, de jongen niet
meer voelen, de bevalling die inzet, maar niet doorzet...
alles wat anders is, is een reden om de dierenarts te
bellen en te vragen wat er aan de hand kan zijn, wat
je moet doen en of je langs moet komen. overzicht
Een persoonlijke beschrijving van een caviabevalling
Pippie,
de cavia van Marit, werd op 9 juli 2004 voor de eerste
keer moeder. En het was voor Marit ook de eerste keer
dat ze een caviabevalling meemaakt. Haar ervaringen
schreef zij treffend op.
'Vanmorgen ging mijn wekker
en meteen toen ik naar Pippie keek, zag ik dat ze aan
het bevallen was van de eerste! Wat een prachtig gezicht.
Het hoofdje was eruit en ik hoorde het kleintje kuchen.
Pippie ging rondrennen, ze kreeg hem er niet goed uit,
toen heb ik héél zachtjes het kleintje
eruit gehaald, hij was er al bijna. Ze ging hem
meteen wassen. Toen kwam de tweede... de derde...
de vierde... en toen kwam er nog iets, ik dacht de moederkoek.
Pip was druk met alle kleintjes en ik zat er met een
kloppend hart naar te kijken en ineens zag ik iets bewegen
in de moederkoek! Ik schrok me kapot! Pip had er
weinig aandacht voor. Toen het uit haar was lag het
daar, en ineens zag ik een jonkie naar adem happen.
Ik raakte in paniek, maar ik heb héél
voorzichtig het vlies van zijn hoofd gehaald maar hij
lag nog steeds naar adem te happen. Ik had een
enorm gevoel van onmacht... Ik heb het jong in mijn
handen genomen en hij kon meteen beter ademen. Ik heb
alle stukjes vlies weggehaald en ik heb hem daarna meteen
weer bij Pippie gezet. Ik weet niet of hij het
haalt... ik denk heel eerlijk gezegd van niet.
Ik moest mezelf losrukken om naar m’n werk te gaan,
echt vreselijk. Ik was zó onder de indruk!
Als ik dit van de te voren geweten had... Ik was even
héél verdrietig want, ik wilde het jong
zo graag redden, maar die macht heb ik niet...
De andere jongen zijn werkelijk prachtig. Ik weet
niet of het mannetjes of vrouwtjes zijn, dat komt later
wel. Ze zijn zwart, en sommige zwart met rood. Helemaal
nat nog met de oortjes aan het hoofdje geplakt. Ze hebben
prachtige kleine zwarte kraaloogjes en ze kunnen nog
niet goed lopen, maar ja, wat wil je: nét geboren!
Ben nu op mijn werk en kan alleen maar aan ze denken:
ik ga zo naar mijn baas en vragen of ik vanmiddag naar
huis mag. Ik wil ook naar het jonkie toe... Straks is
hij een engeltje. Maar ik wil er nog niet aan denken;
misschien redt hij het wel. Ik ben héél
erg blij en dankbaar dat ik het gezien heb, want ik
weet niet of het anders goed was gegaan met die ene.
Pip had het gewoon te zwaar denk ik. Ik neem het haar
niet kwalijk, misschien weet ze instinctief dat het
jong niet goed was en liet ze hem daarom liggen.
Ppffff… wat een gebeurtenis zeg!'
Met dank aan Marit voor
haar persoonlijke verhaal over de bevalling van haar
cavia Pippie. |