Over zogen en melk
De
zoogperiode: Hoe verloopt een normale zoogperiode bij
de cavia?
Zijn twee tepels genoeg voor meerdere
jongen?
Waarom krijgen jongen melk?
Hoe wordt melk gemaakt?
De moeder heeft te weinig/te veel melk
Over gewicht en weghalen bij de moeder
Vanaf wanneer mag ik de jongen
aanraken en oppakken?
Wat
is een normaal gewicht voor de moeder?
Wat is een normaal geboortegewicht voor
de jongen?
Hoeveel moeten de jongen aankomen?
Met hoeveel weken/met welk gewicht mogen
ze weg bij de moeder?
Beertjes die al vroeg op andere cavia's
rijden
Vroegrijpe
beertjes
Jonkies weghalen bij de moeder
Wanneer mogen ze naar het nieuwe baasje?
Het geslacht
Hoe stel ik hun geslacht vast?
Mogelijke problemen
Navelstreng zit er nog aan
Oogproblemen
Tepelproblemen
Extra teentje
Jongen eten niet of niet genoeg
Jongen vallen af
De moedercavia valt af
De moedercavia sterft
Weesjongen
Eén
jong sterft of meerdere jongen sterven
Jongen sterven allemaal
Soorten bijvoeding die je kan
geven
Voeren/bijvoeren
De moedercavia
wil niets van de jongen weten
De moedercavia
gaat ruw met de jongen om
De moedercavia laat de jongen
niet drinken
De moedercavia verstoot een
jong
De zoogperiode: Hoe verloopt een normale
zoogperiode bij de cavia?
De eerste dag
De jongen krijgen een reserve van de moeder mee, waardoor
ze in ieder geval de eerste 12 uur geen voedsel hoeven
te hebben. Maar de meeste jonkies knabbelen een paar
uur na de geboorte al aan groenvoer, hooi en aan zo'n
beetje alles wat ze maar te pakken kunnen krijgen want
ze vinden alles interessant! De eerste dag moet
iedereen wennen: de moeder aan haar jongen en de jongen
aan het feit dat ze geboren zijn. De jongen lopen vaak
een beetje wankelend en waggelend omdat ze moeten leren
lopen. De
eerste paar dagen Het kan
zijn dat de moeder moeite had om te wennen aan haar
jongen of aan het feit dat die opeens steeds bij haar
wilden zijn en bij haar willen drinken. Maar na een
dag of twee is alles bijgetrokken en is de moeder er
aan gewend en dan ziet het er uit of de moeder nooit
iets anders heeft gedaan! De eerste week
De eerste paar dagen kunnen de jonkies wat afvallen,
maar dat halen ze daarna weer in. Sommige jonkies groeien
iedere dag en zijn ook iedere dag zwaarder dan de dag
ervoor, terwijl anderen soms een dagje op hetzelfde
gewicht blijven staan. De jonkies volgen hun moeder
overal en doen wat zij doet. Of proberen te doen wat
zij doet, want ze eten nog niet met de pot mee, maar
proberen dat wel, en ze zullen dan ook zeker af en toe
wat opeten.

|
Hier
zie je twee jongen die beide proberen onder
de moeder te komen om te zogen. |
De
zwarte bult rechts van de achterpoot van
de moeder, is het hoofdje van de cavia die
onder de andere cavia zit! |

|

|
Het
rechterjonkie drinkt, maar het linkerjonkie
zit voor het grootste deel onder het lichaam
van de moeder. |
De tweede week
In de tweede week zijn zowel moeder als jongen geheel
gewend aan de nieuwe situatie, en zullen ze zich gedragen
of het altijd al zo geweest is. De jongen leren,
net zoals in de eerste week, van hun moeder door haar
na te doen. Ze leren ook hoever ze kunnen gaan bij haar
omdat ze, als ze iets doen wat ze niet goed vindt, op
hun kop krijgen van haar. Ook in de omgang met andere
cavia's leren ze hoever ze kunnen gaan. Al deze sociale
interacties zijn nodig zodat ze later op een normale
manier om kunnen gaan met andere cavia's. De derde week
De derde week is een overgangsperiode naar de volgende
week. De jonkies zijn niet meer heel erg klein en onervaren,
maar ze zijn ook nog niet zo ver dat ze het ouderlijk
nest kunnen verlaten. Ze zijn heel erg aktief en zullen
nu ook zeker door het hok heen rennen en racen.
De vierde week De vierde week is de week waarin de jongen
gespeend worden. Spenen betekent 'van de borst
afnemen' of 'van de speen afnemen', dus stoppen met
het geven van moedermelk. Het ene jong zal eerder gespeend
worden dan het andere; dat ligt aan het jong. Het kan
zijn dat de moeder het niet meer goed vindt dat de jongen
bij haar drinken en hen afsnauwt of wegjaagt, maar het
kan ook zijn dat de jongen zelf geen behoefte meer hebben
om te drinken. overzicht
Zijn twee tepels genoeg voor meerdere jongen?
Een cavia kan meerdere jongen
voeden, ook al heeft een cavia maar twee tepels. Bij
meer dan twee jongen zullen de jongen om beurten drinken.
Indien er meer dan vier jongen zijn, of indien een jong
erg achterblijft in de groei, is bijvoeding aanbevolen.
overzicht
Waarom krijgen jongen melk? De meeste pasgeboren dieren kunnen nog niet
direct zelf hun voedsel bij elkaar scharrelen. In moedermelk
zit alles wat ze nodig hebben; niet alleen voedingsstoffen,
maar ook anti-stoffen tegen bepaalde ziektes. Door moedermelk
te drinken, krijgen ze een betere weerstand en zijn
ze beter beschermd tegen infecties. overzicht Hoe wordt melk gemaakt? Melk wordt in de melkklieren aangemaakt.
De grondstoffen voor de melk worden door de melkklieren
onttrokken aan het bloed. Tijdens de zwangerschap wordt
er prolactine aangemaakt. Prolactine is een hormoon
en dit zorgt ervoor dat het lichaam melk aan gaat maken.
Als de melkproductie eenmaal op gang is gekomen, wordt
de prolactine steeds minder belangrijk voor het aanmaken
van melk omdat er dan namelijk melk wordt aangemaakt
als de melkklieren leeg zijn. overzicht De moeder heeft te weinig/te veel melk Indien de moeder niet voldoende melk
heeft om de jongen te voeren, is een pleegmoeder een
mogelijkheid. Is die er niet, dan zul je de jongen moeten
voeren. overzicht Vanaf wanneer mag ik de jongen aanraken en
oppakken? Je mag de jongen
direct na de bevalling even oppakken om te kijken of
alles goed met ze is. Als ze nog nat zijn, zijn ze glibberig,
dus als je bang bent dat ze uit je handen glippen, wacht
dan tot ze droog zijn. Wil je ze toch perse oppakken,
houd ze dan in je handen een centimeter boven de bodem
van de kooi; mochten ze vallen, dan vallen ze zacht.
Vanaf dag twee mag je ze iedere dag even oppakken zodat
ze gewend raken aan mensenhanden. Na de eerste week
mag je ze wat langer oppakken en kort op schoot nemen.
De laatste twee weken mag je ze ook wat langer op schoot
nemen. overzicht Wat is een normaal gewicht voor de moeder?
Wat een normaal gewicht is, hangt af van het
gewicht dat ze woog toen ze beviel, van hoeveel jongen
ze beviel en hoeveel de jongen en het vruchtwater, wogen.
Het gewicht dat er na de bevalling in één
keer afgaat, is zowel voor de jongen als voor het vruchtwater.
Vruchtwater weegt ongeveer tussen de 20 en 50 gram per
jong. Een jong weegt ongeveer tussen de 60 en 110 gram.
Een zeugje zal gemiddeld zo'n 300 tot 500 gram minder
wegen na de bevalling, maar het kan ook minder zijn
bij een nest van één jong of meer bij
een groter nest. Minimaal zal iedere zeug toch zo'n
200 gram minder wegen na de bevalling.
overzicht
Wat is een normaal geboortegewicht voor
de jongen? Een normaal
geboortegewicht ligt ongeveer tussen de 60 en 100 gram.
Een laag geboortegewicht ligt tussen de 40 en 60 gram.
Een hoog geboortegewicht ligt tussen de 100 en 140 gram.

|
Jonge
cavia's hebben een erg groot hoofd in verhouding
tot hun lichaam. Het lijkt zelfs wel of
dit jonkie bijna helemaal uit hoofd bestaat! |
overzicht
Hoeveel moeten de jongen aankomen? De jongen moeten met vier weken
een gewicht bereikt hebben van 300 gram. Uitgaande van
een geboortegewicht van tussen de 60 en 100 gram, houdt
dat in dat een jong per dag ongeveer 7 à 8 gram
aan zou moeten komen. Maar iedere groeicurve is anders
omdat ieder jong anders is, dus vaststaande gewichten
zijn er niet te geven. Op de pagina Tabel staat een tabel met gewichten. Het belangrijkste
is echter dat een jong eet en gezond is en dat iedere
dag aankomt (een keer een dagje niet aankomen, of twee
dagen niet aankomen, kan geen kwaad, maar het moet geen
gewoonte worden). overzicht
Met hoeveel weken/met welk gewicht mogen
ze weg bij de moeder?
In principe met vier weken. De jonkies moeten in ieder
geval minimaal 300 gram wegen en geheel zelfstandig
eten voor ze bij de moeder weg mogen. Zeugjes zijn
over het algemeen wat kleiner dan beertjes. Indien een
zeugje aan de kleine kant is met vier weken, kan je
haar het beste nog een week of twee bij de moeder laten.
Ook zeugjes die groter of groot zijn, kunnen het beste
nog een week of twee bij de moeder blijven. Beertjes
kunnen met vier weken geslachtsrijp zijn, en daarom
moeten beertjes met vier weken bij de moeder weg. Indien
een beertje erg klein is, nog bij de moeder drinkt,
en absoluut geen pogingen heeft ondernomen om op zijn
moeder en/of ander jonkies te rijden (dus nog niet sexueel
ontwikkeld is), kan je hem wat langer bij de moeder
laten. Zodra hij echter wel sexueel gedrag vertoont,
dien je hem er onmiddellijk bij weg te halen.
overzicht
Beertjes die al vroeg op andere cavia's rijden
Beertjes kunnen met het rijden
op andere cavia's, met het wiegend heen en weer lopen
en met het brommen (een laag, langgerekt 'rrrrrrrrrrrrrr')
al beginnen als ze een paar dagen oud zijn. Dit is het
oefenen van het sexuele gedrag, het hofmaken met als
bedoeling het paren. Maar beertjes die jonger zijn dan
drie weken zijn nog niet voldoende sexueel ontwikkeld
om een zeug te kunnen dekken. En de meeste beertjes
kunnen ook nog geen zeug dekken als ze tussen de drie
en vier weken oud zijn. Als je twijfelt en denkt dat
je een beertje hebt dat vroegrijp is, kijk dan hieronder
bij Vroegrijpe
beertjes. overzicht
Vroegrijpe beertjes
Het kan gebeuren dat een beertje erg groot is en
al met drie weken boven de 300 gram zit, al geheel zelfstandig
eet en constant probeert op zijn moeder en/of andere
jonkies te rijden. Dan is het het verstandigste om hem
bij de moeder en zijn zusjes weg te halen omdat je dan
het risico loopt dat hij hen dekt. Zeugjes kunnen al
met vier weken geslachtsrijp zijn. Zet hem echter niet
alleen in een kooi, maar samen met een andere cavia.
Een jong dat je alleen zet, is erg eenzaam, angstig
en gestresst, en dat is geen goed basis voor de rest
van zijn leven. overzicht
Jonkies weghalen bij de moeder
De moeder zal de jonkies met een week of drie,
vier spenen, maar dat wil niet zeggen dat haar melk
dan van de ene op de andere dag op is. De melktoevoer
moet langzaam opdrogen, anders kan de zeug klachten
krijgen. Indien de zeug meerdere jongen heeft, is het
dan ook het verstandigste om ze niet allemaal tegelijk
weg te halen, maar om dat één voor één
te doen. Zo kan de melktoevoer van de zeug langzaam
opdrogen, maar zo went ze ook geleidelijk aan het niet
meer om zich heen hebben van jongen.

|
Dit
jong zit er een beetje sip bij, terwijl
hij toch genoeg te eten heeft! |
overzicht
Wanneer mogen ze naar het nieuwe baasje?
Als ze geheel zelfstandig
eten, minimaal vier weken oud zijn en minimaal 300 gram
wegen. overzicht
Hoe stel ik hun geslacht vast? Daarvoor kan je kijken op de pagina Geslacht. overzicht
Navelstreng zit er nog aan Het kan gebeuren dat er na de geboorte van
een jong nog een navelstreng aan hem vastzit. Dit kan
verder geen kwaad zolang het niet bloedt. De navelstreng
zal indrogen en na een paar dagen tot een week er vanzelf
afvallen. Het kan zijn dat de navelstreng dermate
lang is dat het het jong hindert; in dat geval kan je
er een stukje afknippen, maar knip er niet te veel af
en zeker niet te dicht bij de buik. overzicht
Oogproblemen Oogje kijkt omhoog
Het kan zijn dat één oogje omhoog kijkt,
terwijl het andere normaal kijkt. Dit wordt veroorzaakt
door en te korte oogbalspier; deze trekt dan het oog
omhoog. Normaalgesproken trekt het vanzelf bij en zal
het oog na een paar dagen tot een paar weken een normale
stand innemen. Indien dat niet het geval is, dien
je naar de dierenarts te gaan.

|
Dit
caviaatje van net een dag oud, heeft een
te korte oogbalspier waardoor zijn oog omhoog
kijkt. Het trok vanzelf weg. |
Waas over oog
Een wit of blauw waas over een oog is een veelvoorkomend
probleem. Je kan het insmeren met oogzalf (deze is bij
de dierenarts te verkrijgen) of druppelen met colloidaal
zilver. De dierenarts kan een vitamine A zalf geven,
maar ook een cafzalf; zie daarvoor bij Cafzalf. Dichtzittend oog
Een oog dat dichtzit, komt relatief veel voor. Je kan
het insmeren met oogzalf (deze is bij de dierenarts
te verkrijgen) of druppelen met colloidaal zilver. De
dierenarts kan een vitamine A zalf geven, maar ook een
cafzalf; zie daarvoor bij Cafzalf. Entropion (naar binnen krullende
wimpers/haren) Naar binnen krullende wimpers of haartjes
heet entropion; een of meerdere haartjes raken constant
het hoornvlies aan, waardoor dit geirriteerd raakt en
tot onstekingen zal leiden. Het oog produceert veel
afscheiding waardoor het dicht gat zitten, en het kan
ook een wit of blauw waas krijgen. Het treedt vaker
op bij rassen die gekruld haar hebben, zoals de Tessel
en de Rex. Je kan het oogje zalven met bijvoorbeeld
Cafzalf; soms duurt het enige weken voor het geheel
klachtenvrij is. Indien dat niet werkt, is de enige
definitieve oplossing de haarzakjes uitschakelen zodat
er geen haar meer kan groeien; dit kan de dierenarts
doen. Omdat naar binnen krullende wimpers/haren
een erfelijke afwijking zijn dien je met dit jonkie
niet te fokken. Ectropion (spekoog, vetoog)
Ectroption is wanneer het onderste ooglid te veel naar
beneden hangt waardoor je het weefsel onder het oog
ziet. Dit kan varieren van een heel klein beetje
hangen tot dermate erg hangen dat er erg veel weefsel
dat normaalgesproken achter het ooglid zit, zichtbaar
wordt. Het kan verder geen kwaad als de cavia er
geen last van heeft. Mocht het oog gaan ontsteken of
steeds maar tranen, dan dien je langs de dierenarts
te gaan. Cafzalf Er bestaan twee
versies van cafzalf; een zware versie waar een antibioticum
in zit en een lichtere versie zonder antibioticum. De
zware versie van cafzalf kan bij knaagdieren als bijwerking
hersenverschijnselen geven waardoor hersenstoornissen
op kunnen treden. Dit komt niet vaak voor, maar het
kan wel gebeuren. Indien het geven van de zwaardere
cafzalf niet nodig is, kan je daarom beter de lichtere
gebruiken; dit is de Aureomycin oogzalf van AST Farma
BV. overzicht
Tepelproblemen
Kapotte tepels
Indien de jongen hard aan de tepels zuigen omdat het
zeugje weinig melk heeft, kunnen de tepels kapot gaan.
Je dient dan uiteraard de jongen bij te voeren, maar
ook de tepels te verzorgen. Zie verder bij Tepelverzorging.
Lange, uitgerekte tepels
Door het zuigen kunnen de tepels groter en langer worden.
Soms worden de tepels na de zoogperiode weer kleiner,
maar vaak ook blijven ze zo lang. Zolang het zeugje
er geen last van heeft, hoef je er niets aan te doen.
Rode tepel of rode plekken op de tepel Roodheid is bijna altijd een symptoom
van een ontsteking, dus de kans is groot dat het zeugje
een ontsteking heeft. Zie verder bij Melkklierontsteking.
Dikke tepel
Een tepel wordt altijd wel een beetje dikker als hij
melk geeft, maar als de dikheid abnormaal is, dan is
er sprake van een ontsteking. Dit geldt ook als de huid
er onder opzwelt. Zie verder bij Melkklierontsteking.
Harde tepel of knobbel in de tepel Een harde tepel of een harde knobbel
in de tepel duidt op een ontsteking, ook als de knobbel
niet gevoelig is. Zie verder bij Melkklierontsteking.
Melklierontsteking Een melkklierontsteking wordt ook mastitis
genoemd. Het is heel naar en bijzonder pijnlijk. Zeugjes
kunnen zelsf mank gaan lopen van een melkklierontsteking
en er kunnen abcessen ontstaan door een tepelonsteking
dus het dient altijd - en zo snel mogelijk! - behandeld
te worden. De symptomen van een melkklierontsteking
kunnen zijn: tepel of tepels die rood, dik, hard, gloeiend
of kloppend zijn, wondjes of kloven in de tepel of tepels,
koorts of verhoging, geen of minder zin in eten, algehele
slapte. Een melkklierontsteking ontstaat door bacteriën
die de tepel binnendringen. Dit kan door wondjes of
kloofjes gebeuren, maar de bacteriën kunnen ook
'gewoon' de tepel binnendringen via de opening waardoor
de melk eruit komt. Melkstuwing (het voortduwen van
melk in de klieren) kan ook een oorzaak zijn; dit komt
voor als de melkklier niet wordt leeggedronken en er
dus melk in de klier achterblijft. Bij één
jong kan dit sneller optreden dan bij veel jongen.
Hygiëne is van belang, maar ook strikte hygiëne
kan niet altijd een ontsteking voorkomen. Toch dien
je de kooi heel schoon te houden; vieze plekken met
urine en keutels dienen altijd verwijderd te worden.
IJs koelt en verdooft de pijn, dus je kan de pijnlijke
tepel indien hij rood is en gloeit, koelen tot je van
de dierenarts een behandeling hebt voorgeschreven gekregen.
Is de tepel juist erg hard en pijnlijk, dan kunnen warme
compressen uitkomst bieden. Melk wordt voornamelijk
gemaakt van groenvoer; geef daarom de zeug twee dagen
minder of geen groenvoer zodat de melkproductie tijdelijk
afneemt.

|
Een
melkklierontsteking bij een zogend zeugje.
|
De
tepels zijn dikker omdat ze zoogt, maar
je ziet duidelijk dat de rechtertepel een
stuk dikker is en dat die kant van haar
buik heel erg opgezwollen is. |

|
Tepelverzorging Indien de tepels gevoelig of kapot zijn,
maar er is geen sprake van een ontsteking, dan kan je
de tepels verzorgen met Kamillosan crème of met
Uierzalf. Als het na een paar dagen niet over is, dien
je contact op te nemen met de dierenarts. Je kan
ook de ene tepel inzalven en dan intapen zodat de jongen
er niet bij kunnen komen. Je dient wel op te letten
dat het niet gaat broeien. En dan de volgende dag het
omdraaien. Zo krijgt iedere tepel één
dag rust voor ze weer 'moet'. Je dient uiteraard
wel heel goed op te letten dat de jongen voldoende voeding
krijgen. Een andere manier om de tepels rust te
gunnen is de moedercavia en de jongen een paar uur scheiden.
Dan kan je de tepels dik inzalven en dat steeds herhalen.
Het nadeel hiervan is dat de jongen zullen gaan roepen
(en gillen!) om hun moeder. Je dient echter altijd
op te letten dat de jonkies aan blijven komen - als
dat niet zo is, moet je ze bijvoeren want dan krijgen
ze dus te weinig via de tepel. overzicht
Extra teentje Een
extra teentje is een vierde teentje aan de achterpoot
of een vijfde teentje aan de voorpoot dat iets hoger
zit dan de andere teentjes. Het kan stevig of redelijk
stevig aan de poot zitten, maar vaak bungelt het er
maar bij. Soms zelfs is de verbinding tussen de extra
teen en de poot niet meer dan een stukje huid waarmee
het vastzit. Het nadeel is dat de cavia er ergens
achter mee kan blijven haken, waardoor het scheurt,
of het teentje er zelfs helemaal afgetrokken wordt.
Het meest ideale zou zijn indien het teentje direct
na de geboorte door een dierenarts zou kunnen worden
verwijderd, maar dit is meestal geen haalbare situatie
omdat niet alle dierenartsen huisbezoeken maken en omdat
je een pasgeboren jong niet onnodig moet vervoeren.
De meeste cavia's groeien dan ook op met een extra teentje
en vaak wordt het teentje als de cavia toch onder narcose
moet, voor een castratie bijvoorbeeld, er dan ook afgehaald.
Zolang de cavia er geen last van heeft, kan geen kwaad
als het teentje blijft zitten. Een extra teentje is
wel erfelijk, dus met cavia's die een extra teentje
hebben moet je niet fokken.
overzicht Jongen eten niet of niet genoeg De jongen hebben een reserve voor 12 uur,
dus het is heel normaal als ze de eerste dag niet drinken
bij de moeder. Indien ze daarna ook niet drinken, en
er verder geen oorzaak te vinden is (geen lichamelijk
of geestelijke problemen bij moeder en jong) dien je
de jongen zelf te stimuleren te gaan drinken. Dit kan
je doen door moeder en jongen op schoot te nemen; in
geval van veel jongen, verdeel je ze in groepjes of
neem je telkens één jong tegelijk, en
dan het jong aan te leggen bij de moeder. Dit doe je
door het jong voor de tepel te zetten en hem aan te
moedigen te gaan drinken. Onderwijl kan je de moeder
rustig houden door op kalmerende toon tegen haar te
praten. overzicht
Jongen vallen af
Iedere pasgeborene valt de eerste dagen wat af. Het
gewicht vermindert omdat de baby moet wennen aan de
nieuwe situatie en omdat hij teert op zijn reserves.
Pas als hij gewend is aan de nieuwe wereld en drinkt,
zal hij in gewicht toenemen. Een baby vertoont ook
geen mooie gelijke groeicurve, maar een ongelijke; de
ene dag komt hij wat aan, de andere dag niet zo heel
veel en de volgende dag wellicht helemaal niets. Dat
is allemaal niet erg, zolang hij maar over het grote
geheel genomen wèl aankomt. Als een jong
afvalt en blijf afvallen, of afvalt en op dat gewicht
blijft staan, is er iets mis en je dient dan alle mogelijkheden
na te gaan: - Heeft de moeder of heeft het jong
een lichamelijk of geestelijk probleem? - Mag hij
bij de moeder drinken? Laat de moeder dat toe? -
Kan hij, fysiek gezien, wel drinken (is hij daar sterk
genoeg voor)? - Wordt hij opzij gedrukt door de
andere jongen? - Heeft de moeder melk, en als ze
melk heeft, heeft ze melk genoeg?

|
Dit
is niet de manier waarop een caviajong aankomt. |
Dit
is de manier waarop een caviajong aankomt;
de ene keer wat minder, dan wat meer, soms
staat het gewicht even stil om dan met een
sprong opeens de hoogte in te schieten. |

|
overzicht
De moedercavia valt af Zogen
is een ontzettend zwaar karwei; het is hard werken voor
de moedercavia! En als ze niet genoeg voeding binnenkrijgt,
of niet de juiste voeding, moet er toch melk aangemaakt
worden. Dit gaat dan altijd ten koste van haarzelf;
haar eigen reserves, maar ook haar vet en spieren en
zelf organen worden aangesproken om maar melk te kunnen
maken. Een moedercavia zal gedurende het zogen meestal
wel wat afvallen, maar dit mag nooit te veel zijn omdat
zij er anders door kan sterven of er blijvende schade
aan kan overhouden. Dat een moedercavia tijdens
het zogen op één dag 60 gram afvalt, is
niet ongewoon. Maar het betekent wel, dat als ze dat
twee dagen achter elkaar doet, dat ze dan al ruim een
ons kwijt is. En dat is veel voor een cavia. Je dient
dus de moedercavia iedere dag te wegen en haar direct
bij te voeren indien ze te veel afvalt. Je kan ook
besluiten haar preventief bij te voeren; dat is een
prima idee, zeker als ze veel jongen heeft.
In de tabel zie je links de gewichten van de moedercavia
in grammen ná de bevalling. Rechts staan de rijen
met percentages en daaronder het gewicht dat overblijft
indien de moedercavia een x-aantal procenten van haar
lichaamsgewicht afvalt. Zo zal een zeugje van 900 gram
dat 30% van haar totale lichaamsgewicht afvalt nog maar
630 gram wegen en een zeugje van 800 gram dat 10% afvalt
nog maar 720 gram wegen. Groen is een goed gewicht,
geel is een gewicht dat je in de gaten dient te houden
en rood is de gevarenzone. Dit zijn gemiddelden, en
er kunnen altijd individuele verschillen optreden. Echter,
een volwassen cavia mag nooit minder dan 500 gram wegen;
dat is de absolute bodemgrens, en indien jouw zeugje
die grens nadert, dien je de dierenarts in te schakelen.
Indien ze afvalt en in de buurt van de 700 gram komt,
dien je al direct maatregelen te nemen. Indien je
zeugje meerdere dagen achter elkaar afvalt, dien je
ook te beginnen met bijvoeden, en dat moet je ook doen
als ze opeens heel veel afvalt. Je ziet dat
een zeugje dat niet zo veel weegt, veel minder af kan
vallen dan een zeug die veel weegt. Een zeug die 1200
gram weegt, kan rustig 240 gram afvallen en dan nog
niet in de gevarenzone komen, terwijl een zeugje van
600 gram dat 240 afvalt, op sterven na dood is.
|
10% |
20% |
30% |
40% |
50% |
60% |
1500 |
1350 |
1200 |
1050 |
900 |
750 |
600 |
1400 |
1260 |
1120 |
980 |
840 |
700 |
560 |
1300 |
1170 |
1040 |
910 |
750 |
650 |
520 |
1200 |
1080 |
960 |
840 |
720 |
600 |
|
1100 |
990 |
880 |
770 |
660 |
550 |
|
1000 |
900 |
800 |
700 |
600 |
500 |
|
900 |
810 |
720 |
630 |
540 |
|
|
800 |
720 |
640 |
560 |
|
|
|
700 |
630 |
560 |
|
|
|
|
600 |
540 |
|
|
|
|
|
overzicht
Eén jong
sterft of meerdere jongen sterven Van alle jongen die er worden geboren, sterven
er 10%. Dit heeft diverse oorzaken, die je soms niet
eens kan vaststellen, maar mogelijk oorzaken zijn:
- De moeder is te onervaren en bevrijdt het jong niet
van het vlies; - De bevalling is extreem pijnlijk
en de moeder is in paniek of in shock hierdoor en bevrijdt
het jong niet van het vlies; - De weeen zijn er
niet of nauwelijks, of de moeder heeft te weinig kracht
(door ziekte) waardoor de bevalling moeizaam verloopt
en de jongen te lang in het gebooortekanaal zitten;
- Een heel grote en zware cavia drukt pasgeboren jongen
dood. Normaalgesproken helpen andere cavia's met het
likken en schoonmaken van de jongen, maar het kan voorkomen
dat een cavia te groot en te zwaar is in verhouding
tot de jongen en er op gaat zitten en ze zo smoort;
- Er is een gecastreerde beer in het hok en die raakt
opgewonden van de zeug (die immers direct na de bevalling
weer bronstig en dus vruchtbaar is) en hij loopt de
jongen omver. Normaalgesproken zijn jongen zeer veerkrachtig
en kunnen ze wel tegen een stootje, maar als een jong
wat zwak is, kan hij hierdoor letsel oplopen en sterven;
- Het jong heeft een erfelijke afwijking; - Het
jong is mismaakt; - Het jong is te zwak om te blijven
leven; - Het jong is gezond, maar zit achter een
jong dat de weg versperd en stikt in het geboortekanaal
of komt met dermate grote ademnood ter wereld dat hij
niet meer te redden is; - Het geboortekanaal is
te nauw (bijvoorbeeld omdat de moeder na haar eerste
jaar haar eerste nestje kreeg en haar bekkenbeenderen
zich niet meer konden verwijden) waardoor de jongen
er niet uitkunnen. Een keizersnede is dan de enige optie,
maar ook dan is het niet gezegd dat de jongen het overleven;
- Onbekende oorzaken: Er zijn altijd jongen die het
niet redden terwijl er geen reden voor te geven is.
Dit komt ook bij andere diersoorten voor. Dan is er
toch iets mis met het jong waardoor hij het niet redt,
ook al lijkt hij op het oog gezond. overzicht
Jongen sterven allemaal
Het komt voor dat alle jongen sterven. Je dient
dan te weten waardoor dat gebeurde. Bij Eén jong of meerdere jongen
sterven vindt je mogelijke
oorzaken. Indien het te maken heeft met een erfelijke
afwijking, is het beter de moeder niet opnieuw zwanger
te laten worden. Indien het te maken heeft met een lichamelijke
afwijking bij de moeder, mag ze ook niet opnieuw zwanger
worden. Indien het iets is waar niemand iets aan
kon doen, bijvoorbeeld een jong zonder erfelijke afwijking
dat de weg voor anderen versperde, dan mag ze wel opnieuw
zwanger worden. Ze kan, zonder jongen die haar melk
drinken, melkstuwing krijgen. Door melkstuwing kan een
Melkklierontsteking optreden;
dit dien je dus in de gaten te houden. Ze kan ook
somber worden door het verlies van haar jongen. Zorg
daarom voor afleiding van andere cavia's. Je kan haar
eventueel ook bij de beer zetten zodat ze opnieuw zwanger
kan worden. Ze dient daarvoor uiteraard wel in een goede
conditie te zijn. Zeugen die hun jongen verloren
zijn, zijn goede pleegmoeders overzicht
De moedercavia sterft
Als de moeder sterft, dien je voor de jongen een pleegmoeder
te zoeken. Een pleegmoeder is een caviamoeder die zelf
net of al een tijdje moeder is. Het mooiste is
het als de jongen qua leeftijd overeen komen. Meestal
zijn zeugen wel bereid andere jongen onder hun hoede
te nemen en groot te brengen. Een manier om dit te vergemakkelijken
is door de weesjongen de geur te geven van de pleegmoeder.
Dit doe je door gebruikt hooi uit het hok van de pleegmoeder
over de weesjongen te wrijven. Een keuteltje van de
pleegmoeder kan hierbij ook diensten bewijzen; dit mag
vies lijken, maar een keutel heeft de geur van de pleegmoeder,
en je hoeft de jongen er niet mee in te smeren, maar
alleen maar met een hard keuteltje over hun vacht te
strijken. Een keuteltje van haar jongen is uiteraard
ook prima. Een andere manier om ze geaccepteerd
te krijgen, is door de eigen jongen even weg te halen
en dan de weesjongen, het liefst ruikend naar de pleegmoeder of
haar jongen, bij de pleegmoeder te zetten. Als de pleegmoeder
de weesjongen geaccepteerd heeft, kan je haar eigen
jongen er weer bij zetten. Als de pleegmoeder
de jongen niet accepteert, dien je ze weg te halen bij
haar. Nog eens proberen heeft dan waarschijnlijk geen
nut, en langer proberen ook niet, zeker niet als de
pleegmoeder ze wegjaagt of aanvalt. Als de
pleegmoeder ze wel accepteert, dien je heel goed in
de gaten te houden dat de pleegmoeder de extra zorg
wel aan kan. Zowel geestelijk als lichamelijk. Het is
voorgekomen dat een zeugje de jongen van andere zeugen
opnam en voedde, en dat ze haar letterlijk leegzogen
waarna ze stierf. Je dient ze dus allemaal heel
goed in de gaten te houden, dagelijks te wegen en indien
nodig bij te voeren. overzicht
Soorten bijvoeding die je kan geven Er zijn een groot aantal soorten bijvoeding
die je kan geven aan de jongen en aan de moedercavia.
Wat je het liefst gebruikt, hangt van jou af en van
wat je cavia's lekker vinden. Melk Je kan
gewone melk of koffiemelk geven. Melk heeft als
eigenschap dat het alleen voor baby's is en dat volwassen
dieren en mensen er soms minder goed tegenkunnen. Dat
hangt allemaal af van een bepaald enzym dat nodig is
om de lactose (melksuiker) in de melk te verteren en
dat vele mensen en dieren verliezen als ze volwassen
zijn. Als je het enzym nog hebt als je volwassen bent,
kan je wel melk(producten) verteren, heb je het niet,
dan kan je dat niet meer of minder makkelijk. En dat
geldt ook voor de cavia: de een krijgt er diarree van,
de ander niet. Zolang ze er geen diarree van krijgt,
kan je het geven. Je kan het ook mengen met Science
Recovery. Zuigelingenmelk
Je kan zuigelingenmelk geven, dus melk voor mensenbaby's.
Ieder merk is in principe goed zolang het maar de eerste
melk is die baby's krijgen. Voor Nutrilon is dat bijvoorbeeld
no. 1. Het gaat er om dat je de melk neemt die baby's
krijgen als ze net geboren zijn. Wat handig is van Nutrilon,
is dat je niet een complete bus met poeder hoeft te
kopen, maar dat ze Nutrilon no. 1 ook in 500 ml en zelfs
in 200 ml hebben; je hoeft dit ook niet aan te mengen
of klaar te maken omdat het melk klaar voor gebruik
is.

|
Nutrilon
bevat lactose, waar niet alle cavia's tegen
kunnen. |
Hondenmelk Hondenmelk kan je ook geven; Lactol bijvoorbeeld.
Lactol is overigens ook geschikt om aan katten te geven.
Kattenmelk Kattenmelk kan je ook geven; Cat-milk
van Gimpet bijvoorbeeld, dat een gereduceerd lactosegehalte
heeft.

|
Cat-milk
van Gimpet bevat minder lactose. |
Geplette haver Geplette haver bestaat uit koolhydraten
en is een energieleverancier; je kan er iedere dag een
beetje van geven aan de moeder, maar onthoudt dat de
moeder vooral eiwitten nodig heeft om melk te maken.
De jongen hebben ook voornamelijk eiwitten nodig omdat
zij in de groei zijn. Van teveel koolhydraten worden
ze dik. Brinta Brinta
bestaat uit koolhydraten en is daarom een energieleverancier;
je kan er iedere dag een beetje van geven aan de moeder
of aan de jongen. Beide hebben echter meer behoefte
aan eiwitten omdat die juist gebruikt worden in tijden
van zogen en groeien. Fruithapje Fruithapjes bestaan er in soorten en maten.
Zo heb je Olvarit, maar ook andere merken voldoen prima.
Je hebt ze in 250 gram, maar ook in 125 gram. Onthoudt
dat het product altijd aan een bewerking heeft bloot
gestaan (anders kan het niet zo lang houdbaar zijn)
en dat het daarom minder gezond is dan vers (gepureerd)
groenvoer.

|
Fruithapjes
zijn er in grote en kleine verpakkingen. |
Science Recovery
Science Recovery is een vezelrijke
vloeibare voeding die in poedervorm komt. Je dient het
dus wel nog aan te maken; dit kan met water of een van
de soorten melk die hierboven beschreven staat. Science
Recovery is vezelig, dus je kan geen spuitje met een
kleine opening gebruiken. Dit kan een probleem zijn
bij het voeren van jongen. Je kan echter de Science
zeven, zodat het vezelige achterblijft. Het beste is
dan om de smurrie (ja, het ziet er echt zo uit!) even
te laten staan zodat de voedingsstoffen goed in de vloeistof
kunnen dringen. Als je het dan zeeft, blijven er zoveel
mogelijk voedingsstoffen achter in de vloeistof.

|
Science
Recovery is speciaal bedoeld voor dieren
die ziek en herstellend zijn. Het is geen
melkvervanger. |
Druivensuiker
Druivensuiker door het water is
een energieboost, die moeder wel, maar de jongen niet
nodig hebben (tenzij een jong heel zwak is). Geef het
daarom met mate, ook al omdat het suikers zijn en die
maken dik. Vitamine C Vitamine C is eigenlijk geen bijvoeding omdat
alle cavia's er voldoende van binnen moeten krijgen.
Vitamine C kan niet worden aangemaakt door de cavia.
Zie voor meer informatie over Vitamine C de pagina over Vitamine C. Brood met melk Brood met een van de soorten melk die
hierboven beschreven staat, kan op prijs worden gesteld,
maar kan ook compleet genegeerd worden.

|
Brood
met melk vinden veel cavia's lekker. Let
er wel op dat niet iedere cavia tegen koemelk
kan! |
Geweekte korrels
Geweekte korrels krijg je door
de korrels (uit het hardvoer als het gemengd is) in
water of een van de soorten melk de die hierboven beschreven
staat, te leggen. De korrels nemen het vocht op, zwellen
op en worden makkelijker eetbaar. overzicht
Weesjongen
Weesjongen hebben behoefte aan een aantal dingen:
- warmte; - voedsel; - vitaminen; - cavia's.
Warmte Jongen moeten warm worden gehouden. Als
de moeder sterft als ze nog nat zijn, moeten ze ook
droog worden. Ze kan ze zachtjes zo droog mogelijk wrijven.
Je kan ze in dik hooi leggen; hooi heeft een isolerende
werking, maar alleen dat zal niet genoeg zijn de eerste
week, en zeker niet als het maar een of twee jongen
zijn. Meerdere jongen kunnen elkaar beter warmhouden
dan twee jongen. Een kruik is een mogelijkheid,
net zoals een kersenpitkussentje. Beide mogen niet direct
bij de jongen gelegd worden, maar moeten in een doek
worden gewikkeld. Het beste is dan ook nog als de jongen
er niet op of tegenaan gaan liggen, maar als ze er net
naast liggen zodat er geen kans op oververhitting bestaat.

|
Als
je de warmtebron onder een tot driehoek
gevouwen handdoek legt, geeft het een aangename
warmte zonder te heet te worden. De uiteinden
van de handdoek dek je af met een doek of
je laat de wand van de kooi de afsluiting
vormen. |
Een andere
mogelijkheid om de jongen warm te houden is er een lamp
boven te zetten. Dit kan een warmtelamp zijn, maar een
gewone lamp geeft ook al warmte. Let er wel op dat de
lamp niet om of in de kooi kan vallen, dat het niet
te warm wordt en dat niet de hele kooi beschenen wordt:
er moet altijd een plek in de kooi zijn die koel(er)
is zodat de jongen daar heen kunnen gaan als het te
warm wordt. Een derde manier is om ze in een warme
kamer te zetten, maar dit zal meestal een te gespreidde
warmte opleveren om de jongen echt goed te doen, dus
zorg ook altijd voor een meer directe warmtebron.
Je kan ook een warmhouddeken gebruiken; daar moet dan
wel een thermostaat op zitten zodat je de temperatuur
in kan stellen en zodat hij afslaat als hij te warm
wordt. Je dient de jongen altijd regelmatig te controleren
om te zien of ze niet te warm of te koud worden.
Voor de nacht kan je het beste een holletje maken met
veel hooi en een paar dikke dekens of handdoeken over
de kooi heen doen zodat de warmte blijft hangen.
Voedsel
De melk is het belangrijkste de eerste tijd. Het is
echter van belang dat ze zo snel mogelijk zelf gaan
eten zodat ze niet meer gevoerd hoeven te worden. Dit
omdat melkvervangers, door hun andere samenstelling
dan moedermelk, op latere leeftijd problemen kunnen
geven zoals staar en huidproblemen. Indien echter
een jong het nodig heeft om twee weken melk gevoerd
te krijgen, dan moet je dit zeker niet laten. Maar de
meeste jongen zullen in de eerste week een beetje knabbelen
aan ander voer en in week twee zullen ze er ook van
gaan eten. Dan kan de melk worden afgebouwd. Je kan
dan alsnog, indien nodig, bijvoeren met fruithapje,
Brinta of iets anders. Het beste is om melk
te nemen met een zo laag mogelijk lactosegehalte. De
melk dient op lichaamstemperatuur te zijn (ongeveer
38 graden Celsius). Je kan voeren met een injectiespuit
zonder de naald. Er blijft dan een stomp tuitje over.
Bij een volwassen cavia kan je zo'n spuitje gewoon in
het bekje doen, maar bij een jong is dat veel lastiger,
voornamelijk omdat ze zich heel makkelijk kunnen verslikken.
Je dient de melk dan ook druppeltje voor druppeltje
te geven en je mag pas het volgende druppeltje geven
als je zeker weet dat alles is doorgeslikt. Waar je
ook voor moet oppassen is dat je geen kracht zet als
je de melk geeft. Als de melk dan namelijk in het bekje
komt, heeft het jong de kracht nog niet om het tegen
te houden en dan kan het doorschieten naar de longen
- met alle ellende van dien. Van belang is dus dat
het zonder enige kracht in het bekje komt en dat het
druppeltje voor druppeltje gaat. Een andere manier,
die veel makkelijker is, is om de melk op een theelepeltje
te doen, waarna het jong het er dan aflikt. Maar niet
alle jongen willen dit. Indien ze het wel willen, is
de overstap naar een schoteltje snel gemaakt.
Er dient in ieder geval altijd hooi, hardvoer, water
en groenvoer te zijn. Ze zullen vanzelf hieraan gaan
knabbelen, en later zullen ze ervan gaan eten. Om het
in het begin wat makkelijker te maken, kan je de groenten
en het fruit klein snijden of raspen, maar dit is niet
echt nodig. Mocht een jong achterblijven en moeite hebben
met alles, dan kan het zeker wel helpen hem te wennen
aan het eten van groenvoer. Na iedere maaltijd
dien je de darmen te stimuleren. Dit doet de moedercavia
normaalgesproken door de buik te likken. Je kan hetzelfde
effect bereiken door zachtjes over de buik te wrijven.
Je kan het gewoon met één of twee vingers
doen, maar je kan ook een beetje vettige zalf gebruiken
zodat het makkelijker smeert en meer lijkt op de natte
tong van moeder. Let op dat je maar een heel klein beetje
zalf gebruikt, want het is al gauw te veel. Je kan ook
een doekje gebruiken dat je vochtig maakt en hiermee
over het buikje wrijven. Indien de jongen gemorst
hebben en hun befje of hals vies is, dien je dit ook
schoon te maken. Dit kan makkelijk met een vochtig doekje,
maar je kan er ook voorverpakte doekjes voor gebruiken.
Deze kunnen echter wel sterk ruiken, wat de cavia wellicht
minder op prijs zal stellen. Vitaminen Cavia's verteren hun voedsel in twee
stappen; ze eten het op, poepen het uit en eten deze
keutels (de zogenaamde nachtkeutels of vitamine B keutels)
weer op, zodat er dit keer in de darm de vitaminen uitgehaald
kunnen worden. Dat het twee keer verteerd moet worden
en dat dan pas de darm er de vitaminen uit kan halen,
komt omdat de vezelige structuur van groenvoer, gras
en hooi moeilijk te verteren is. Jonkies hebben
nog niet dergelijke keutels omdat ze nog geen hooi en
groenvoer eten, maar ze hebben wèl die vitaminen
nodig. Normaalgesproken eten ze dan ook de nachtkeutels
van hun moeder op. Je kan deze vitaminen toedienen door
vitaminedruppels door de melk te doen. Je kan ook Pro
Vitaminen van Sanal kopen; deze kan je weken en zo aabieden
of je kan ze zeven en het vocht mengen met de melk.
Vitamine C moeten de jongen ook hebben. Je dient
dit zolang ze nog geen groenvoer eten, door de melk
te mengen. Je kan hiervoor druppeltjes gebruiken, maar
je kan ook een tabletje fijnstampen. Per 100 gram lichaamsgewicht
moet een cavia 1 à 2 gram vitamine C per dag
hebben.
Aantal
grammen lichaamsgewicht |
Aantal
grammen Vitamine C per dag |
50 |
0,5 -
1 |
60 |
0,6 - 1,2 |
70 |
0,7 - 1,4 |
80 |
0,8 - 1,6 |
90 |
0,9 - 1,8 |
100 |
1 -
2 |
110 |
1,1 -2,2 |
120 |
1,2 - 2,4 |
130 |
1,3 - 2,6 |
140 |
1,4 - 2,8 |
150 |
1,5 -
3 |
160 |
1,6 - 3,2 |
170 |
1,7 - 3,4 |
180 |
1,8 - 3,6 |
190 |
1,9 - 3,8 |
200 |
2 -
4 |
210 |
2,1 - 4,2 |
220 |
2,2 - 4,4 |
230 |
2,3 - 4,6 |
240 |
2,4 - 4,8 |
250 |
2,5 -
5 |
260 |
2,6 - 5,2 |
270 |
2,7 - 5,4 |
280 |
2,8 - 5,6 |
290 |
2,9 - 5,8 |
300 |
3 -
6 |
Cavia's Jonkies leren van volwassen cavia's
hoe ze cavia moeten zijn. Ze leren van hen de regels
die er gelden in caviawereld, waar ze zich aan moeten
houden en wat ze wel en niet mogen doen. Zo leren
ze hoe de hiërarchie werkt en wat hun plaats daar
in is, wie er als eerste mag eten, hoe je een andere
cavia benadert, hoe ver je kan gaan met spelen of met
uitdagen, wat de resultaten zijn van het proberen te
imponeren van een andere cavia en wat de caviageluiden
in diverse omstandigheden betekenen. Jonkies die
opgroeien in het gezelschap van alleen maar andere jonkies,
kunnen een achterstand hebben op sociaal gebied en kunnen
later problemen krijgen in de omgang met andere cavia's.
Eén jong dat alleen opgroeit heeft een verhoogde
kans op latere problemen omdat hij van niemand iets
heeft kunnen leren en omdat een cavia die alleen zit,
vrijwel altijd vereenzaamt. Afgezien van het sociale
aspect, is de aanwezigheid van een oudere cavia heel
rustgevend voor jongen, die immers de wereld nog zien
als een eng en koud oord. Het gezelschap van een oudere
cavia geeft hen een goede basis en een houvast om vandaaruit
de wereld te gaan verkennen; een rustgevend middelpunt
waar ze altijd weer naar terug kunnen keren als ze ergens
van schrikken of iets nieuws zien. Je zult
dus, als je geen andere cavia's hebt, moeten proberen
of je ergens anders een tijdelijke cavia mag lenen om
als opvoedcavia te dienen voor je jongen. Of misschien
haal je wel een par nieuwe cavia's in huis omdat door
het overlijden van de moedercavia er een plekje vrij
is gekomen bij je. Misschien ook mogen jouw jongen
ergens anders opgroeien bij iemand die niet zijn eigen
cavia wil uitlenen, maar die wel jouw jongen bij zijn
cavia wil laten opgroeien. overzicht
Voeren/bijvoeren Moedercavia bijvoeren Je kan altijd beter de moeder bijvoeren dan
de jongen. De moeder immers maakt de melk die belangrijk
is voor de jongen en er is niet één bijvoeding
die tegen moedermelk op kan. Als het je dus lukt om
door het bijvoeren van de moeder iedereen gezond te
houden, dan is dat het beste. Een caviamoeder die
zoogt, moet net zo veel groenvoer, hardvoer en hooi
kunnen eten als ze wil. Maïs is een gezonde 'dikmaker'
omdat het vrij veel suikers bevat. Gras maakt daarentegen
helemaal niet dik; er kan de hele dag door van gegeten
worden zonder dat het ook maar iets aanzet.
Je kan de moeder bijvoeren met alles wat onder Soorten bijvoeding die je kan
geven staat. Mijn cavia Tessa die moeder werd
van een vierling (waarvan één stierf)
verloor 60 gram per dag gewicht, ondanks het feit dat
ze de hele dag door at. Ik voerde haar toen vier à
vijf keer per dag een mix van koffiemelk zonder vet
en Science Recovery. In het begin vijf ml maar toen
bleek dat ze de koffiemelk goed verdroeg, per keer zo'n
20-25 ml. En vanaf dat moment kreeg ze de verloren grammen
er weer bij en bleef ze op gewicht. Je kan
voor de moeder een spuitje gebruiken van 1 ml, maar
grotere spuitjes kunnen uiteraard ook zolang het in
de caviamond past en de cavia er goed mee om kan gaan.
Uiteraard kan je haar ook bijvoeding op een (thee)lepel
of een schoteltje geven. Let dan wel op als je het schoteltje
in het hok zet, dat zij het inderdaad opeet en niet
de jongen. Jongen bijvoeren De jongen kan je bijvoeren met alles
wat onder Soorten bijvoeding die je kan
geven staat, behalve de druivensuiker die meer voor
de moedercavia bedoeld is. Je kan voor de jongen
een spuitje gebruiken van 1 ml. Let op dat je geen kracht
zet bij het in het bekje brengen van de bijvoeding;
bij pasgeborenen is de slikreflex nog niet zo goed ontwikkeld
en daardoor kan de melk makkelijk in de longen terecht
komen - met alle narigheid vandien. Let er ook op dat
het jong het voer helemaal heeft door geslikt voor je
nieuw geeft. Veel makkelijker is het natuurlijk
als ze van een theelepeltje of schoteltje willen eten.
Weesjongen voeren Het
voeren van weesjongen is intens en tijdrovend. Toch
kan je wel je eigen ritme bepalen, mede door wat de
jongen plezierig vinden. Je zult dus uit moeten zoeken
om de hoeveel uur ze honger krijgen en hoeveel ze dan
willen eten. Geef overigens niet te snel op, want een
jong komt op de wereld, ervan uitgaande dat hij kan
drinken bij zijn moeder, en hij is niet ingesteld op
jou die hem wil voeden. Hij zal hier dus aan moeten
wennen en dit kan even duren.
Een opgroeiende cavia eet ongeveer 10% van zijn
eigen lichaamsgewicht aan voer per dag. De basisregel
is dus dat een jong per 24 uur ongeveer 10% van zijn
lichaamsgewicht aan voer naar binnen moet krijgen.
Een jong van 100 gram zal dus per etmaal 10 ml naar
binnen moeten krijgen. Meer dan dat is altijd prima.,
maar een jong dat minder dan dat eet en toch goed aankomt,
is geen enkel probleem. Je kan als 'losse pols regel'
nemen dat een jong iedere 2 uur 1 à 2 ml naar
binnen moet krijgen.
Lichaamsgewicht
in grammen |
Voeding
in ml (milliliter) |
50 |
5 |
60 |
6 |
70 |
7 |
80 |
8 |
90 |
9 |
100 |
10 |
110 |
11 |
120 |
12 |
130 |
13 |
140 |
14 |
150 |
15 |
160 |
16 |
170 |
17 |
180 |
18 |
190 |
19 |
200 |
20 |
Een jong moet
als hij zo rond de 150 gram weegt, zelf kunnen eten,
maar je hebt altijd jongen die trager zijn en wat achterlopen
en daarom gaat de tabel tot en met 200 gram. Maar normaalgesproken
is dit niet nodig. Een voedingsschema kan er
als volgt uitzien.
Tijdstip |
Voeding |
06:00 uur |
1 à 1,5 ml |
08:00
uur |
1 à 1,5 ml |
10:00 uur |
1 à 1,5 ml |
12:00 uur |
1 à 1,5 ml |
14:00 uur |
1 à 1,5 ml |
16:00 uur |
1 à 1,5 ml |
18:00 uur |
1 à 1,5 ml |
20:00 uur |
1 à 1,5 ml |
22:00 uur |
1 à 1,5 ml |
24:00 uur |
1 à 1,5 ml |
Totaal |
10 à 15 ml |
Een
ander mogelijk schema is deze.
Tijdstip |
Voeding |
08:00
uur |
2 à 3 ml |
11:00 uur |
2 à 3 ml |
14:00 uur |
2 à 3 ml |
17:00 uur |
2 à 3 ml |
20:00 uur |
2 à 3 ml |
23:00 uur |
2 à 3 ml |
Totaal |
12 à 18 ml |
En
hier nog een andere mogelijkheid.
Tijdstip |
Voeding |
06:00 uur |
1 ml |
07:00
uur |
1 ml |
09:00 uur |
2ml |
11:00 uur |
2 ml |
14:00 uur |
3 ml |
17:00 uur |
3 ml |
20:00 uur |
2 ml |
23:00 uur |
1 ml |
24:00 uur |
1 ml |
Totaal |
16 ml |
Bovenstaande
schema's zijn voorbeelden en je kan er altijd vanaf
wijken. Je moet er zelfs vanaf wijken als blijkt dat
jouw jong andere behoeftes heeft. En zijn behoeftes
variëren naar gelang zijn gewicht, conditie en
activiteiten (rond rennen in het hok). Meer eten mag
altijd, minder is nook niet erg als het jong maar vol
zit na een maaltijd en aankomt in gewicht.
Reken per voeding op ongeveer een kwartier à
een half uur, afhankelijk van hoe snel het jong eet,
of het al gewend is en of jij er al handigheid in hebt.
Je hoeft 's nachts niet te voeden, maar het is dan wel
zaak dat je het jong heel laat op de avond en heel vroeg
in de ochtend voert. Blijkt dat het jong toch behoefte
heeft aan een nachtvoeding, dan kan je het beste om
01:00 of 02:00 uur 's nachts voeren en dan proberen
het te rekken tot 06:00 of 07:00 uur 's ochtend, zodat
jij ook nog aan je slaap toekomt. Bouw het
voeren altijd af in de derde week. Het mag ook al in
de tweede week als de jongen zelfstandig van groenvoer,
hardvoer en hooi eten, en zelfs in de eerste week als
de jongen dan ook al goed eten en regelmatig aankomen.
Als de jongen helemaal niet omkijken naar ander
voer, kan je ze wat minder voeding geven, zodat ze niet
helemaal vol zitten en dan zelf op zoek gaan naar nog
wat voer.
|
1e week |
2e week |
3e week |
4e week |
Water |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Hardvoer |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Hooi |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Groenvoer/fruit/gras |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Altijd beschikbaar |
Geraspte groente/fruit |
Ja, dat mag |
Ja, dat mag |
Niet meer nodig |
Niet meer nodig |
Vitamine C |
Mengen met voeding |
Mengen met voeding |
Mengen met voeding |
Mengen met voeding |
Melk zoals Nutrilon
no. 1, Cat-milk van Gimpet, Lactol |
Iedere 1-4 uur,
per keer 1-4 ml |
Iedere 2-5 uur,
per keer 2-5 ml |
Geleidelijk aan
afbouwen |
Alleen bij achterstand |
Brinta |
- |
Is mogelijk |
Is mogelijk |
Is mogelijk |
Fruithapje |
- |
Is mogelijk |
Is mogelijk |
Is mogelijk |
Brood met melk |
Ja, dat mag |
Ja, dat mag |
Ja, dat mag |
Ja, dat mag |
Science Recovery
|
- |
- |
Bij ziekte of herstel |
Bij ziekte of herstel |
overzicht
De moedercavia
wil niets van de jongen weten Als ze nog niet toe is aan het moederschap,
kan het zijn dat ze niets wil weten van de jongen. Ze
zal ze dan negeren, of juist naar hen bijten en happen.
Je kan haar helpen door haar en de jongen op schoot
te nemen en ze onder een doek of kleed te doen; op die
manier is het donker(der), wat geruststellend werkt
en als ze jou vertrouwt, zal ze eerder geneigd zijn
dingen van je aan te nemen. Op deze manier kan je ook
proberen de jongen aan te leggen bij haar zodat ze gaan
drinken. Als ze jou niet vertrouwt, kan je het uiteraard
alsnog proberen door de kooi donker(der) te maken omdat
donker altijd geruststellend werkt. Meestal is het een
kwestie van tijd en zal de moeder na een dag of twee
doorhebben wat ze moet doen. overzicht
De moedercavia
gaat ruw met de jongen om Soms lijkt het of de moeder wel
erg ruw met haar jongen omgaat: ze duwt ze om, loopt
over ze heen, snauwt en bijt naar ze. Dit gedrag kan
normaal zijn, maar het kan ook aangeven dat ze lichamelijke
klachten heeft, zoals een Melkklierontsteking, of dat ze nog moet
wennen aan het moederschap en niet goed weet wat ze
met die kleintjes aanmoet. Als ze geen lichamelijke
klachten heeft, kan het zijn dat ze moet wennen aan
het moederschap; dat komt vooral voor bij zeugen die
jonger zijn dan vijf maanden als ze moeder worden omdat
ze dan vaak geestelijk nog niet toe zijn aan het moederschap.
En sommige zeugen zijn nu eenmaal ruwer dan anderen,
maar de jongen kunnen daar best tegen; ze zijn zo klein
en behendig dat ze gewoon onder haar vandaan glippen
als ze over ze heen loopt of boven op ze zit. Als ze moet wennen aan het moederschap, kan
ze wat ongedurig zijn, maar ze zal hen nooit (opzettelijk)
pijn doen. En de jonkies zijn zo klein en vlug dat die
heel snel weer weg zijn of een uitweg vinden als ze
bovenop hen zit.
overzicht
De moedercavia
laat de jongen niet drinken Er zijn een aantal redenen waarom de
moedercavia de jongen niet laat drinken. Indien je wilt
controleren of de moeder melk heeft, kan je voorzichtig
in een tepeltje knjijpen; indien er een druppeltje uitkomt,
weet je dat ze zeker melk heeft. Als er niets uit de
tepel komt, wil dat niet zeggen dat ze geen melk heeft;
het kan dan heel goed zijn dat de melkproductie nog
op gang moet komen. Moedercavia weet
niet wat te doen
Als ze nog niet toe is aan het moederschap, kan het
zijn dat ze niets wil weten van de jongen. Ze zal ze
dan ook niet laten drinken. Kijk bij De moedercavia
wil niets van de jongen weten voor meer informatie. Je ziet ze niet drinken Het kan zijn dat ze
wel drinken, maar dat je dat niet ziet. Jongen die drinken
zitten half onder hun moeder, of alleen met hun snoet
onder haar buik. Ze zijn net geboren Als ze net geboren zijn,
drinken ze niet. De jongen hebben reserves om de eerste
dag door te komen zonder te drinken. Het is dus niet
abnormaal als je ze de eerste dag niet ziet drinken.
Tepel/melkklierontsteking De moeder kan een tepeltonsteking
hebben waardoor ze de jongen niet wil laten drinken
omdat het pijn doet. Een melkklierontsteking moet altijd
behandeld worden; kijk bij Melkklierontsteking.
overzicht
De moedercavia
verstoot een jong Het
komt voor dat een zeug een jong dat nog leeft links
laat liggen. Ze kijkt er dan niet naar om en reageert
niet op zijn geluidjes. Als ze andere jongen heeft die
ze wel verzorgd, dan is het links laten liggen van dat
ene jong een teken dat er iets mis is met dat jong.
Heel vaak overlijdt dat jong vrij snel na de bevalling;
meestal binnen een paar uur of anders binnen een paar
dagen. Uiteraard kan je dat jong zelf trachten te
voeden en groot te brengen, en soms lukt dat ook inderdaad.
Vaak blijkt dan echter bij het nageslacht van dat jong
dat het jong een erfelijke afwijking bij zich draagt,
of het jong sterft op een veel te jonge leeftijd aan
een aandoening. Vaak ook lukt het een poos het jong
in leven te houden en sterft het dan alsnog na weken
van ploeteren en je zorgen maken. Als je besluit een
verstoten jong te trachten groot te brengen, dien je
je er van bewust te zijn dat er een reden is dat de
moeder dat ene jong niet wil verzorgen. Je dient er
dan ook rekening mee te houden dat het jong als het
groot is, wellicht extra zorg nodig heeft. De één
laat liever de natuur zijn gang gaan en helpt het jong
niet en laat het sterven. Wellicht is zo leed voorkomen
dat het jong later zou ondervinden. Anderen vinden
dat je alles moet doen om een jong in leven te houden
en zijn bereid hun verantwoordelijkheid te nemen en
het jong zelf een goed thuis te geven mocht blijken
dat het iets mankeert of extra zorg nodig heeft.
Voor beide visies valt iets te zeggen. Je moet echter
altijd doen waar je je goed bij voelt en wat in het
beste belang van het jong is. Het gaat immers om diens
leven. Dat bij je keuze niet van te voren te zeggen
is hoe het leven van het jong verloopt, kan de beslissing
moeilijker maken. Immers, als je nu al weet dat het
jong een naar leven vol pijn tegemoet gaat als jij het
in leven tracht te houden, dan is de keus makkelijk.
En de keus is ook makkelijk als je van te voren weet
dat het een fijn leven krijgt zonder lichamelijke beperkingen.
Echter, we weten het niet van te voren, en daarom blijft
het een moeilijke beslissing wat je moet doen als een
moedercavia een jong verstoot. overzicht
|